Bloed prikken

87H

Enige tijd geleden was ik in het ziekenhuis voor controle. Ik moest bloed laten prikken en maakte kennis met een eigenaardig figuur…

De zadelkruk kreunde onder zijn gewicht en Timothy Burns kreunde inwendig mee.
Werken op deze afdeling was een onmogelijke opgave. Het was zijn eerste dag, maar hij wilde nu al opgeven. Sinds hij kon herinneren had hij al een grote weerstand tegen bloed en alles wat ermee te maken had. De geur alleen al deed hem duizelen.
Hij checkte nog eens of alle materialen klaar lagen op het kastje; de naald, de riem waarmee hij de arm zou afknellen, watjes en pleisters. Alles lag nog steeds op zijn plek, maar hij voelde zich niet beter voorbereid op zijn taak. De seconden tikten veel te langzaam voorbij, de klok gaf aan dat zijn shift nog zeker 2,5 uur zou duren. Hij zuchtte.

Een donkere dame kwam de prikcabine binnen. Ze huppelde bijna en glimlachte van oor tot oor.
Hij deinsde terug toen ze hem benaderde om kennis te maken, schrok van haar hartelijkheid.
Wist ze niet wat haar stond te wachten?
Ze glimlachte toen ze haar naam zei – hij had het niet eens verstaan – en ging naast hem zitten op de kruk. Geke verwees haar norsig naar de prikstoel en al gauw zat zij tegenover hem. Hij keek in haar bijna zwarte ogen die hem tegemoet schitterden. Geen angst.
Zou zij zien dat hij dat wel voelde?

Zijn handen voelden klam en koud aan. Trillend pakte hij de riem.
Babbelend vroeg ze of het uitmaakte welke arm. “Dat is aan u” sprak hij haar officieel toe en ze zweeg.
Met uitgestrekte arm en gebalde vuist presenteerde zij zich aan hem. Open, toegankelijk. Hij ademde diep en probeerde de brok in zijn keel weg te slikken. Legde zijn vingers op haar huid, zocht naar haar ader. Bij het aanraken van haar kloppende aders voelde hij al het bloed uit zijn gezicht wegtrekken. Het kostte hem al zijn zelfbeheersing om zo routineus mogelijk de benodigde handelingen te verrichten. Voelde zij ook spanning, angst? Beefde zij bij de gedachte dat hij haar bloed tot zich zou nemen? Nieuwsgierig naar haar reactie zocht hij haar ogen, maar zij had haar hoofd weggedraaid en was duidelijk niet meer aanwezig in de ruimte. Ze had zich aan hem overgeleverd en zou pas terugkomen als hij zijn plicht had gedaan.
“Komt ie dan he”.
Een zucht ontsnapte aan zijn lippen toen de naald haar huid doorboorde, het werd licht in zijn hoofd toen het buisje zich langzaam vulde met bloed. Zijn hand trilde nog erger. Gefascineerd staarde hij naar de rode vloeistof en likte onbewust zijn lippen. Opwinding nam bezit van zijn lichaam en hij voelde zijn verlangen groeien. Te laat ontdekte hij dat het bloed gestopt was met stromen. Hij voelde paniek, hoelang was hij verzonken geweest in zijn gedachten? Zijn ogen flitsten door de ruimte, op zoek naar Geke.
“Ik geloof dat ik mis geprikt heb” piepte hij. In drie stappen was zijn collega bij hem. Trok de naald uit zijn klamme handen en duwde kordaat door.
De donkere dame wierp een blik op het tafereel, wat afwezig, maar geïrriteerd.
“Zo, heb ik de boel toch nog even gered” deelde Geke haar triomfantelijk mee. Timothy ontving een waarschuwende blik. Dit verhaal zou gegarandeerd nog een staartje krijgen.
Geke trok de naald terug, gooide deze weg en pakte het buisje in.
Aan Timothy de eer om de zaken verder af te handelen. Ietwat hardhandig drukte hij het watje tegen haar arm, zocht met zijn andere hand naar een pleister. Hij trilde nog steeds.
Pas toen zijn patiënt was vertrokken, was hij zich weer bewust van zichzelf. Het voelde nog steeds licht in zijn hoofd en hij snoof diep. Wat was er zojuist gebeurd? Waarom voelde hij zich bang, opgewonden en hongerig tegelijk? Wankelend zocht hij zijn weg naar de deur. Geke stond hem op te wachten, klaar om een tirade af te steken, maar hij liep haar straal voorbij. “Dit is de laatste keer dat je me zoiets flikt, meneer Burns!” snauwde ze hem na.
Hij moest hier weg.

De demonen van een schrijver

“Kan ik het wel? Voeg ik daadwerkelijk iets toe aan de wereld? Heb ik wat zinnigs te melden? Heb ik echt talent, of maak ik mezelf wat wijs? Heeft het wel zin?”

neourban hipster desktop

Of:

“Geef het gewoon op joh, de wereld heeft al genoeg schrijvers! Wat maakt jou ineens zo speciaal dat je denkt iets toe te kunnen voegen? Het schrijversvak is bijna uitgestorven. Bovendien ben je niet hip en modern genoeg! Niemand zit op jou te wachten!”

 Nu ik weer begonnen ben met schrijven, draaien mijn demonen overuren. Ze spuwen zure, negatieve opmerkingen in het rond en ik probeer zo onverstoorbaar mogelijk door te gaan. Kleine stappen, doelbewust en zeker ga ik vooruit. Langzaam en wankel. Soms voel ik hoe de demonen winnen en hoe er een blokkade in mijn hoofd oprijst.  Als het schrijven moeizaam verloopt en er technische haken en ogen ontstaan, begin ik te twijfelen. Ik probeer afstand te nemen en bij mezelf te blijven, maar soms wordt ik weggespoeld door alle giftige opmerkingen die in mijn hoofd rondtollen.

“Als ik harder werk, meer verschillende dingen doe op het gebied van schrijven, word ik vast beter!” Uit onzekerheid heb ik de neiging om zoveel mogelijk te verzamelen; kennis, inspiratie, plannen. Terwijl het gaat om doen! Kilometers maken, stretchen van mijn schrijfspieren en soepel worden. Ik ben een beetje stijfjes, na zoveel jaar pauze.

 Daarnaast wil ik ook luisteren naar mijn demonen; ze zijn er niet voor niets. Ze herinneren me aan gevoelens die ik liever niet zou ervaren, aan lessen die ik duidelijk nog wil leren. Niet goed genoeg zijn, het toch niet kunnen, moeite hebben met ruimte innemen en een meedogenloos perfectionisme.

Zodra ik ze zie als mijn vijanden, wordt het een taai gevecht, een serieuze strijd. Een strijd waarin ik me vastbijt in mijn dromen, pitbullmodus. Doorploeteren en demonen neersabelen. Het is moeizaam en intens.
Het geeft niets dat zij er zijn. Ik wil ze niet wegsturen, maar naar hen luisteren. Ook zij hebben het beste met mij voor.

Ik pak hun signalen op en doe er iets mee; mediteren, spelen, werken aan vertrouwen. Groeien. Mijn demonen pak ik vast en sus ik in slaap.
Wees maar niet bang, ik heb jullie gehoord. Ik neem jullie serieus en zal voor jullie zorgen.
Rust maar uit, jullie hebben al hard genoeg gewerkt.