De deur deel 2

Iedere eerste week van november krabt verdriet aan mijn deur, zachtjes maar beslist.
Als een koppige kater die binnengelaten wil worden na een wilde nacht op straat.
Ik wil niet opendoen.
Ik wil het niet weten.
Ik wil de jaren niet tellen.

Wie ben ik om verdriet te hebben?
Wie ben ik om jou te missen?
Ik voelde me schuldig om mijn tranen, beschaamd om mijn verdriet.
Wij zagen elkaar al jaren niet meer, maar toch hoor je bij mij.
Achteloos ging ik ervan uit dat onze wegen elkaar wel weer zouden kruisen, wij elkaar wel weer zouden zien. Jij moest de liefde van mijn leven nog keuren, ik wilde jouw nieuwe trots bewonderen en misschien zou ik zelfs durven instappen en een rondje met je rijden.
Maar dat alles was voor later, nu waren we druk met andere dingen.
En toen hield jouw later op.
Tolde mijn nu om haar as omdat ik niet kon bevatten dat jouw weg kon doodlopen zonder het mijne ooit nog te kruisen.

Weet je nog, vroeger op de fiets?
Jij bij mij achterop –jij was de enige jongen die dat mocht – en hoe je me altijd aanspoorde om sneller te fietsen?
Mijn tempo schoot jammerlijk tekort bij de snelheid van jou plannen.
Ruilen deden we niet, jij was te lui om te fietsen, ik te bang om bij jou achterop te zitten.

Ik kom niet meer in jouw straat.
Onze vriendin is verhuisd en begint een nieuw leven.
Ik ben nog steeds geen moeder, maar heb iedere dag acht kinderen.
In de wildebrassen en druktemakers zie ik een beetje van jou.
Voor hen is mijn hart een beetje zachter, mijn geduld een beetje meer.
Bij mij mogen zij wel achterop.

Vroeger was ik een jaar ouder dan jij.
Nu elf.
Het blijft soms echt niets aan zonder jou.

(Visited 58 times, 1 visits today)

Eén gedachte over “De deur deel 2”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.