Minimalisme – De toegift; het legen van mijn fantasie-tas

workshop

 

De grote opruimronde was voorbij, de kwartjes waren gevallen.
Ik was enthousiast om huis en hoofd opnieuw in te richten.
Totdat ik in een stoffig hoekje een tas ontdekte. En die bleek bomvol te zitten.
(Damdamdamdaaaaa!)

 

Mijn fantasie-tas
Iedereen heeft bepaalde fantasieën over zichzelf en het leven. Zo had ik er ook een paar:

  • Slank zijn met alle rondingen op de juiste plek.
    Daarom had ik een plank vol met kleding die nu nét niet paste, maar als ik mijn buik nou wat dunner werd en mijn kont wat dikker, zou het wel mooi staan.
  • Een classy carrièrevrouw zijn.
    Met make up, hakken en een chique garderobe. Met een onberispelijk uiterlijk zou ik vast veel succesvoller zijn in mijn werk.
  • Een perfecte huisvrouw zijn.
    Met een hele hoop boeken met huishoudtips, kookboeken en een naaimachine. Koken, een soepel huishouden runnen en ook nog zelf wat pannenlappen en schortjes knutselen. Wat zou mijn vriend blij zijn met mij!

Het is leuk om te fantaseren. Door de benodigde spullen te kopen of te koesteren, lijken die fantasieën haalbaar en tastbaar. Bij elke offday gooide ik wat meer bagage in mijn fantasie-tas. Want ooit.. ooit zou het allemaal goed van pas komen!
Als ik in het dagelijks leven geconfronteerd werd met deze spullen, voelde ik me schuldig (nog steeds niets met die naaimachine gedaan!) of ontevreden over mezelf (nog steeds geen platte buik!). Maar wegdoen, lukte ook niet. Vaak waren de spullen nog nieuw of nauwelijks gebruikt. ‘Zonde’ en het voelde ook als opgeven. Mijn fantasie-tas werd steeds groter en zwaarder. Spullen, schuldgevoel en ontevredenheid drukten steeds meer op mijn schouders. Het voedde mijn perfectionisme en was een dankbaar hulpmiddel voor mijn innerlijke criticus. (En die is streng!)
Hoe kan ik mezelf de ruimte geven om te worden wie ik wil zijn met zo’n zware last op mijn schouders?

Niet bij de pakken neerzitten
Er zat niets anders op; die tas moest leeg. Ik keek nogmaals naar al mijn fantasieën en realiseerde me het volgende:

  • Slank zijn met alle rondingen op de juiste plek.
    Elke keer als ik die k*tbroek met rug-gat aanhad, leek het alsof mijn spiegelbeeld me uitlachte. **“Nog steeds geen billen!” En dat strakke truitje had precies hetzelfde effect; “nog steeds niet slank genoeg!” Nou, ik had er genoeg van. Vanaf nu alleen kleding die me mooier maakt. Kleding waarin me zelfverzekerd en prettig voel.
  • Een classy carrièrevrouw zijn.
    Wat is classy eigenlijk? Zelfverzekerd? Doelbewust? En wat is een carrièrevrouw? Is dat een vrouw (check!) met een carrière (check!) Nou, dan heb ik dat vast geregeld. En zelfvertrouwen en focus vind ik volgens mij in mezelf en niet in mijn poederdoos.
  • Een perfecte huisvrouw zijn.
    Lang leve Pinterest!  Die dient o.a als online huisvrouwengids die ik te allen tijde bij de hand heb. Mijn naaimachine gaf ik aan iemand die het heel goed kon gebruiken. Zij blij – ik blij.

Fantasie en droom
Door het opruimen van mijn fantasie-tas maakte ik meer ruimte voor mijn dromen. Voor mij is een droom een wens waar ik naartoe werk en een fantasie een passief ideaal dat in mijn hoofd rondspookt. Vaak ontstaan fantasieën uit gevoelens van onzekerheid, of doordat ik niet lekker in mijn vel zit. Ik wil iets NIET en fantaseer er vervolgens op los. Ik duik erin weg en shop er nog wat spullen bij.
Een droom daarentegen is iets dat mij energie geeft. Iets dat ik graag wil bereiken of wil integreren in mijn leven. Daar naartoe werken geeft mij een gevoel van vertrouwen, enthousiasme en bevrediging.
Het stoffige hoekje is opgeruimd en mijn tas is leeg.
Ruimte zat! Tijd om te dromen 🙂

Waar droom ik van? En hoe hou ik huis en hoofd simpel & sappig?

 

* *Gelukkig kreeg ik naarmate de tijd verstreek niet alleen maar ruimte, maar ook meer bil. En wat dat buikje betreft? Tjaa..Embrace your softness?

 

Minimalisme – Minder spullen, meer vragen en nog meer inzichten

public-domain-images-archive-free-stock-photos-1Na mijn eerste grote opruimronde bleef er ineens heel veel ruimte over. Er was fysieke ruimte: er stonden gewoon een stuk minder spullen in ons appartement. Maar ook mentale ruimte: het leek ook leger in mijn hoofd. Alsof ik de dingen met een frisse blik kon bekijken. Tijdens het opruimproces, maar ook daarna druppelden er steeds meer vragen binnen. Door stil te staan bij die vragen, werd ik een hele hoop inzichten rijker.

 Hoe zijn we hierin terechtgekomen?
Midden in een grote berg spullen, kon ik me alleen maar afvragen hoe het in vredesnaam zover had kunnen komen.
Toen ik goed om me heen keek begon ik het te zien; meubels van oma die naar het verzorgingstehuis verhuisde, snuisterijen die verbonden waren aan dierbare herinneringen, spullen die gekocht waren in de uitverkoop, om cadeau te geven ooit aan iemand, of ‘voor het geval dat’.
Er kwamen steeds meer dingen bij, maar ik deed geen dingen weg. Logisch gevolg was dat ons huis aardig vol raakte!

 Waarom heb ik deze spullen eigenlijk?
Tijdens het opruimen begon ik me af te vragen waarom ik al die spullen eigenlijk had.
Er moest toch een goede reden zijn? Al opruimende ontdekte ik steeds meer redenen:

  1. Ik kan niet goed nee zeggen
    Kleding, beeldjes, pennen, servies. Een hele hoop kwam van familie en vriendinnen vandaan. Zij waren in een opruimbui en vroegen of ik er iets mee kon. Ik voelde me bezwaard om nee te zeggen en nam het daarom aan. Vervolgens hing dat zalmkleurige rimpeljurkje  jarenlang bij mij in de kast. Ik houd niet eens van zalmkleurig!
  1. Ik ben bang dat ik tekort kom, ik ben bang om spijt te krijgen
     ‘Weggooien is zonde’. Al sorterend kwam ik erachter dat deze mantra zich hardnekkig in mijn hoofd had genesteld. Samen met zijn maatje “Maar ik kan het beter bewaren, voor het geval dat..” maakten ze me het een stuk moeilijker om keuzes te maken. Wat nou als ik die pan tóch wel nodig had later? Dan zou ik spijt krijgen dat ik hem had weggedaan!
  1. Ik vind het moeilijk om los te laten
    Hoe meer spullen ik had, hoe veiliger ik me voelde. Ik voelde me beter voorbereid op bijvoorbeeld ontslag of andere vorm van tegenspoed in mijn leven. Het maakte me rustiger. Wat er ook op mijn pad komt, ik ben voorbereid!
    Andere spullen vond ik moeilijk om los te laten, omdat zij mij herinnerden aan mooie momenten in mijn leven. Door de spullen weg te doen, was ik bang dat de herinneringen ook zouden verdwijnen.
  1.  Ik hou van controle
    Voorheen bestond ordenen vooral uit het afstoffen, heen en weer schuiven en opnieuw ordenen van mijn bezittingen. Het was tijdrovend en het moest regelmatig gebeuren. Maar ik had het ervoor over want ik voelde me altijd zo fijn na het opruimen! Doordat ik me bezighield met het ordenen en onderhouden van mijn bezittingen, kreeg ik een gevoel van controle. Ik ben de baas over mijn spullen!
  1. Ik stel geen grenzen en ontneem daarbij de ruimte voor mezelf
    De spullen stapelden zich op, maar het kwam niet in me op om kritisch te kijken naar alles wat ik in de loop der jaren had verzameld. De eenvoudige vraag : “Wil ik deze broek / theekop / sjaal eigenlijk wel, was simpelweg niet in me opgekomen. Er kwamen steeds meer spullen binnen en er bleef steeds minder ruimte over voor mij!

 Is dit wie ik wil zijn?
Niet assertief, bang om te kort te komen, bang om spijt te krijgen, controlfreak, moeite hebben om los te laten en geen grenzen aangeven. Natuurlijk ben ik ook in het bezit van een nodige portie zelfkennis. Maar dat dat mijn tekortkomingen zelfs weerspiegeld werden door ons huis vond ik ontnuchterend en verbazingwekkend.  Is dit wie ik wil zijn? Is dit hoe ik wil leven?

Natuurlijk niet!
Ik wil een assertieve, krachtige vrouw zijn, die vertrouwt op het leven en geniet van elk moment. Ik wil openstaan het leven en mezelf de ruimte gunnen!
Ruimte voor verandering was gemaakt, dus de volgende belangrijke vraag diende zich aan:

 Hoe wil ik huis en hoofd opnieuw inrichten? 

Minimalisme – Hoe het begon

Vroeger riep2587841378_b41bd706b9 ik dat ik volgens “de essentie” wilde leven.  Het verlangen was sterk, maar ik had geen flauw idee hoe ik het voor me zag. Al puberend verdween die wens naar de achtergrond. Tot 2011. Toen werd dat verlangen ineens nieuw leven ingeblazen. En hoe!

Op een regenachtige zaterdag hielpen we vrienden met verhuizen. Het was flinke onderneming: onze vrienden waren kortgeleden gaan samenwonen en verhuisden van een appartement naar een eengezinswoning. Twee huishoudens werden samengevoegd en van de ene provincie naar de andere verhuisd.
Die middag trokken twee levens aan mij voorbij; jeugdherinneringen, voornemens, meubels, kleding…allemaal zorgvuldig ingepakt en verhuisklaar gemaakt. We sjouwden wat af!
Ik was onder de indruk van alle spullen en verhalen, maar dacht ook aan mijn eigen bezittingen.
Ons appartement stond vol met beeldjes, boeken en meubels die wij gekocht, verzameld of gekregen hadden.
Ons was hetzelfde lot beschoren als we zouden verhuizen naar een ‘Grote mensen huis’.  Inpakken, verhuis klaar maken, sjouwen..
Nu al zoveel spullen!
Hoe gaat dat daarna? Hard werken,  meer spullen,  een groter huis ? Meer ruimte, nóg harder werken, nóg meer spullen? Afijn, je begrijpt het idee.
Eerlijk gezegd kreeg ik het er hartstikke benauwd van. Is dit nu een grote mensenleven? Mijn grote mensen leven?
De kriebelende onrust groeide uit tot een heuse wervelwind; Ik wil eenvoud! Ik wil ruimte! 
Ik zocht inspiratie om de boel drastisch te veranderen en stuitte op verschillende blogs over het minimalisme. (Daarover in een latere post meer)
Meer eenvoud, meer ruimte dus…minder spullen!

Niet lullen..maar poetsen!
In de weken erna begon ik met ruimen; al mijn bezittingen gingen door mijn handen.
Telkens stelde ik mezelf dezelfde vraag: “Heb ik dit nodig?”
Er waren veel spullen die we dubbel hadden, daar kon sowieso een exemplaar van weg. Beschadigde, versleten of vergeten spullen, alles werd gesorteerd en klaargezet. Er kon een hele lading naar de kringloop en ook de milieustraat kreeg een portie spullen te verwerken.
Het voelde goed om ruimte te creëren en kritisch te kijken naar mijn bezittingen.

Na de eerste grote opruimronde
Uiteindelijk vond ik het welletjes en keek eens goed om heen.
Wat me het eerste opviel, was de ruimte die overbleef. (Duh!)
Door grondig te werk te gaan, kreeg ik ineens een zee aan ruimte terug. En ik liet het zo.
De vensterbanken bleven leeg en werden niet opgeleukt met schattige beeldjes, plantjes, kaarsjes etc.
De leegte mocht er zijn. 
En toen? Kwamen er ineens allerlei vragen!
Hoe waren die spullen eigenlijk allemaal in huis gekomen? Welke verlangens zaten erachter? Wat zeiden de spullen waren gebleven over mezelf? Klopte dat ook met het beeld wat ik van mezelf had?
En wat wilde ik doen met de herwonnen ruimte, in huis, maar ook in mijn eigen hoofd?

Ik dacht dat ik een heel eind was, maar ontdekte dat de reis net was begonnen!