De onmacht van een schrijver

In de film weet ik het vaak al te voorspellen.
De schijnbaar kleine aanleiding die leidt naar de alles veranderende plottwist.
Die ene blik, interactie, of handeling die ervoor zorgt dat het treintje richting een happy end in beweging komt. Het hoofdpersonage komt tot een besef, de stukjes vallen op hun plek en het verhaal kan niet anders dan afsluiten met een mooie eindscène. Strikje eromheen en klaar.
Soms hang ik als een helikopter boven mijn eigen leven, probeer ik in alle warrigheid een rode draad te ontdekken. Iedere keer raak ik met mezelf in de knoop.
Ik voorzie kleine, schijnbaar onbenullige dingen van commentaar, beoordeel ze als de voorbode die ervoor zal zorgen dat ons verhaal van ongewenste kinderloosheid eindelijk eindigt met een baby.

Natuurlijk werd ik deze keer ongesteld, na onze reis in Indonesië moest mijn lijf eerst landen, eerst alle emotie en gebeurtenissen verwerken en dan zal ik volgende maand vast…
Als ik deze maand zwanger word, ben ik uitgerekend rond mijn verjaardag. Als ik 33 word op de 22ste, dan zal het kindje komen.
Logisch dat ik nu niet zwanger ben, ik ben ook veel te gestrest na zo’n hectisch jaar. Volgend jaar wordt vast anders..
Kerskindjes, lentebaby’s, zomerkinderen of een baby in de herfst.
In mijn scenario’s heb ik ze allemaal gehad. Ging ik zwanger op vakantie, werd ik zwanger op vakantie, of deden we nog even een laatste trip naar zee voordat de kleine zou komen.
Dit zou de verandering zijn van ons verhaal, ik wist het zeker.
Ik moest eerst even ontgiften, een nieuwe baan, een emotionele horde over, een trauma verwerken, gezonder eten, lichamelijk in balans komen, geestelijk in balans komen, spiritueel in balans komen, de hele balansbullshit loslaten en ‘gewoon leven.’
Hij moest eerst meer balans op zijn werk, deze levensles onder de knie krijgen, meer sporten, meer energie, meer daadkracht, of juist meer rust.
We moesten eerst nog aan onze relatie werken, de tuin doen, naar zijn familie, naar mijn familie, een retraite, meer ruimte in ons leven, meer bewustzijn, minder bewustzijn.
We vinken alle puntjes af, werken alle lijstjes door, zoeken naar nieuwe doelen, taken of voorwaarden om aan te voldoen. 
Alles voor een plottwist, maar ons verhaal blijft onveranderd.

Wij zijn 93 maanden en meer dan honderd scenario’s verder.
De baby’s die tegelijkertijd met mijn kinderwens werden geboren, gaan naar school en halen hun zwemdiploma’s. Complete gezinnen zijn er in die tijd gevormd, complete huwelijken en relaties zijn gestrand.
Een streepje, blijft een streepje.
Waar eerst hoop en wanhoop was, is er nu niets.
De scenario’s sterven langzaam uit, mijn helikopter blijft steeds vaker aan de grond staan.
De Grote Leegte die op me af denderde als ik dacht aan een later met z’n tweeën, verandert steeds meer in De Grote Opluchting.
Geen hoop, geen testen, geen scenario’s, geen kinderen.
Gewoon dit, gewoon wij.
Genieten van elkaar, onze relatie, onze vrijheid en onze levensstijl.
Verdiept en verbonden door het verdriet dat er nog steeds doorheen golft, dat er altijd doorheen zal golven. Soms kabbelend, soms heftig als een tsunami.

Nou, als dit geen voorbode is van een plottwist, dan weet ik het ook niet meer.

De deur deel 2

Iedere eerste week van november krabt verdriet aan mijn deur, zachtjes maar beslist.
Als een koppige kater die binnengelaten wil worden na een wilde nacht op straat.
Ik wil niet opendoen.
Ik wil het niet weten.
Ik wil de jaren niet tellen.

Wie ben ik om verdriet te hebben?
Wie ben ik om jou te missen?
Ik voelde me schuldig om mijn tranen, beschaamd om mijn verdriet.
Wij zagen elkaar al jaren niet meer, maar toch hoor je bij mij.
Achteloos ging ik ervan uit dat onze wegen elkaar wel weer zouden kruisen, wij elkaar wel weer zouden zien. Jij moest de liefde van mijn leven nog keuren, ik wilde jouw nieuwe trots bewonderen en misschien zou ik zelfs durven instappen en een rondje met je rijden.
Maar dat alles was voor later, nu waren we druk met andere dingen.
En toen hield jouw later op.
Tolde mijn nu om haar as omdat ik niet kon bevatten dat jouw weg kon doodlopen zonder het mijne ooit nog te kruisen.

Weet je nog, vroeger op de fiets?
Jij bij mij achterop –jij was de enige jongen die dat mocht – en hoe je me altijd aanspoorde om sneller te fietsen?
Mijn tempo schoot jammerlijk tekort bij de snelheid van jou plannen.
Ruilen deden we niet, jij was te lui om te fietsen, ik te bang om bij jou achterop te zitten.

Ik kom niet meer in jouw straat.
Onze vriendin is verhuisd en begint een nieuw leven.
Ik ben nog steeds geen moeder, maar heb iedere dag acht kinderen.
In de wildebrassen en druktemakers zie ik een beetje van jou.
Voor hen is mijn hart een beetje zachter, mijn geduld een beetje meer.
Bij mij mogen zij wel achterop.

Vroeger was ik een jaar ouder dan jij.
Nu elf.
Het blijft soms echt niets aan zonder jou.

Afgaan en opklimmen

‘Eh! Eh! Eh!’


Ze staat onderaan de heuvel.
Haar lichtroze jasje heeft zwarte vegen en haar blonde haren zijn aan haar wangen geplakt. De woorden zijn er niet, maar de boodschap komt luid en duidelijk over. Ik zucht.
Zo gaat het al de hele dag.
Als ze de pop niet aangekleed krijgt, als haar stoel aangeschoven moet worden, als ze haar schoenen niet uitkrijgt of haar jas niet aan..één geluidje van haar is genoeg om mij in beweging te dwingen.

‘EH! EH! EH!’
Ik heb de pop aangekleed, de stoel aangeschoven, haar schoenen uitgetrokken en haar jas aan.
Ik antwoordde haar lief, geduldig, kortaf, of niet, maar deed telkens wat ze wilde.
Deze keer probeer ik haar te negeren.
Ik doe een dappere poging om me op de andere kinderen te concentreren, maar binnenin begint het te kriebelen. Gevoelens van ergernis krabben zacht maar zeker de zorgvuldig geplamuurde glimlach van mijn gezicht af.
Haar bleke gezichtje is vuurrood aangelopen, haar handjes zijn tot vuistjes gebald, ze trilt.
De eerste keer hield ze de verkeerde kant van de reling vast en kon ze de weg niet vinden.
De tweede keer verloor ze haar evenwicht en rolde ze de helling af.
De derde keer liepen twee enthousiaste klasgenootjes haar pardoes omver.

‘EH! EH! EH!’
Ik kijk naar mijn voeten, draai de punten van mijn schoenen nog wat verder de aarde in. Koppig probeer ik haar aanhoudend gedrein te negeren en ik dwing mezelf te genieten van de zachte zonnestralen op mijn gezicht.
Het lukt niet.
Zij staat te stampvoeten en in mijn hoofd buitelen de gedachten over elkaar heen.
‘Kind ga in vredesnaam iets anders doen. Je ziet zelf toch ook wel dat het je niet lukt. Je bent nog veel te klein om zo hoog te klimmen! Pas op, dalijk val je weer naar beneden! En wat zullen je ouders wel niet denken als je zo vies en huilerig naar huis gaat straks?!’
Ik zucht nog eens.  
Wat ik ook doe, wat ik ook het zeg, het kan haar toch niets schelen.

‘EH! EH! EH!’
Het kan haar niet schelen dat haar al drie keer niet is gelukt.
Ze kan eens niet tellen.
Het kan haar niet schelen dat haar leeftijdsgenootjes moeiteloos hun weg naar boven weten te vinden.
Ze ziet hen niet eens klimmen.
Het kan haar niet schelen dat andere kinderen haar hebben zien vallen of struikelen.
Onderweg naar boven is ze toch alleen met zichzelf bezig.
De zon trekt weg en ik voel kleine druppels op mijn haren vallen.
Ze blijft staan, blijft naar me kijken en blijft stampvoeten.
Even kom ik in de verleiding om haar op te pakken en ver van de glijbaan weer neer te zetten.
Haar toe te snauwen dat ik he-le-maal GEK word van haar ge-EH,  dat ze die helling helemaal niet op kan, dat ze niet zo moet drammen en beter iets anders kan bedenken om te doen.
Hoe vaak heb ik mijn fouten geteld en mezelf afgesnauwd dat ik het niet kan?
Hoe vaak heb ik mezelf vergeleken met anderen en mezelf verweten dat ik niet zo moet drammen?
Hoe vaak heb ik me geschaamd omdat ik dacht dat anderen naar me keken als ik onderuit ging?
En hoe vaak heb ik van mezelf geëist dat ik beter iets anders kon bedenken om te doen?

‘EH! EH! EH!’
Ik pak haar niet op, ik snauw haar niet af. Ik kijk alleen naar haar.
Een stampvoetend minimeisje onderaan de heuvel dat weigert op te geven tot ze van de glijbaan kan. Als ik naar haar toe loop, grijpt haar zanderige handje meteen de mijne vast. 
Samen stijgen we op. Zij naar glijbaan, ik boven mezelf uit.
Zij giechelt, ik lach.
‘Wie het eerst beneden is!’

Kleur bekennen

De kastdeur die ik al zolang verborgen probeer te houden, opent.
Woorden kriebelen aan de randen, vinden de kier in het kozijn en wiebelen tot het loskomt.
Langzaam vind het licht zich een weg naar binnen, de stofjes dansen in het zachte schijnsel.
Hier is het kerkhof van de woorden die ik heb weggedrukt.
Hier liggen de herinneringen begraven die ik nooit heb gewild.
Hier staan schuld en schaamte zij aan zij, verbroederd met taboe en teleurstelling blokkeren zij de deur, die ik afsluit met een lach en een knik.

Zij gaan dit ontkennen.
Zij willen het niet weten.
Zij kunnen het niet begrijpen.
Zij zullen me hierop afrekenen.

Als ik opendoe, zullen zij de ruimte bestormen en toe-eigenen.
Zal ook dit hoekje in mijn hoofd gebogen moeten worden, zodat het kan opgaan in de afgeronde som der delen die nog steeds na al die jaren in hun voordeel werkt. Dus ik lach lief en ik knik kort.
De deur blijft verborgen.

White gaze
White Supremacy
White fragility
White guilt

De woorden ontrafelen patronen die ik het liefste niet wil zien.
Het is te heftig, te wreed, te allesomvattend, te normaal.
Ik kijk niet weg, maar druk weg.

Doe niet zo gevoelig
Ach, je wéét toch wat ik bedoel?
Of je nou zwart, wit, geel, rood of pimpelpaars bent
Wij zijn allemaal mensen


Ik masseer de spanning zachtjes uit de zinnen, zodat mijn gezicht weer zacht en soepel word en ik weer lief kan lachen.
 De plooien weer even gladgestreken, de boosheid weer even uitgesteld.
Maar het knaagt aan me en vreet me op.
De gesplitste manier van denken.
Het trippelen op eierschalen om blauwe plekken op witte blazoenen te voorkomen.  
Het draaien en dansen in de dramadriehoek die deze giftige patronen blijft voeden, dienen en versterken.

Het ontkennen en aanvallen
Het gaslighten
Het entitlement
Het verdelen en het heersen

De woede en het onrecht borrelen, bereiken steeds nét niet hun kookpunt.
Het verdriet en de kwetsbaarheid die daaronder schuilen kan ik nog steeds niet aanraken.

Mijn deur is open. Op een kiertje, maar toch.
Ik veeg de stofvlokken van mijn kastdeur af, wrik aan het bordje aan de deur. ‘Coloured people only’
Het is tijd om open te breken.

Zelfzorg in een flesje

Als de druppel eindelijk mijn emmertje doet overlopen, gooi ik er gewoon even een stootkuur in.
Vroeg naar bed, extra vitaminen en gezond eten.
Ik stapel goede gewoontes in razend tempo als zandzakken langs de dijk in de hoop dat hij het zal houden.
Vaak kom ik met de schrik vrij. De schade blijft beperkt tot een bescheiden poeltje van bloed en zweet en het tranendal dat volgt is zo opgedweild.
Twee keer ging het écht mis.
De golven waren zo hoog als flatgebouwen, zwiepten mijn haastig opgestapelde gewoontes omver en zorgden voor kortsluiting in mijn hoofd. De vonken van mijn levenslust en passie sisten na terwijl de golven elkaar bleven opvolgen en ik misselijk van alle draaikolken mezelf liet meevoeren in een zoute stroom van tranen.
Er zat niet anders op dan te wachten tot de storm weer ging liggen, om vervolgens de brokstukken bij elkaar te rapen en opnieuw te beginnen met bouwen.

Zeven jaar geleden ging ik met pensioen.
Ik liet mijn reddingsbootje leeglopen, hing het aan de wilgen en besloot dat ik mijn eigen vuurtoren wilde zijn. Ik wilde stralen, mijn licht laten schijnen voor mezelf en voor anderen.
Steentje voor steentje begon ik te bouwen, maar nog steeds blaas ik mijn reddingsbootje nog veel te vaak nieuw leven in. 
Ik deel mijn aandacht en energie met anderen alsof ik kan putten uit een bron die nooit opdroogt. Rijkelijk schenk ik andermans harten en hoofden vol en bewaar de kliekjes voor mijn eigen kopje.
En als ik dan, uitgedroogd en uitgeput beteuterd naar de bodem van mijn kopje loer, wil ik dat iemand anders even voor me bijschenkt.
NU graag en met overgave alsjeblieft!
Als ik niet dan niet op mijn wenken bediend word, word ik boos en wrokkig.
Ga ik mopperen en mauwen, voel ik me zielig en alleen.
Maar wie heeft het hele serviesgoed van haar omgeving voorzien van Simpelsap, terwijl haar eigen kopje in de kast bleef staan?
AcaMina natuurlijk!

You can’t pour from an empty cup
Ik zie deze quote al jaren voorbij komen, maar afgelopen week, na een intensieve sessie beteuterd naar mijn eigen kopje kijken, viel het kwartje pas. Mijn eigen kop moet voorop, ik moet éérst voor mezelf zorgen! (Duh!)
Niet uit noodzaak, niet omdat de dijken bijna breken en er een stapel zandzakken tegenaan geklapt moeten worden, maar uit liefde voor mezelf en het leven.
Gewoon, omdat ik blij wordt van yoga in mijn pyjama, ochtendschrijven en kleurrijk eten. Dus dat ben ik weer gaan doen.  
Uit mijn bed op de yogamat rollen, daarna ochtendschrijven met een kopje thee en van elke maaltijd een kleurrijk feestje maken.
Zo word mijn leven weer simpel en sappig 😉
Ik heb meer energie, ben vrolijker en geniet van de kinderen op mijn werk en de mensen om me heen. Ik voel meer rust en vertrouwen om met aandacht de dingen te doen die ik belangrijk vind en zie hoe ogenschijnlijk toevallige gebeurtenissen zich vanzelf aan elkaar rijgen tot een rode draad die ik wil gaan volgen.
Om mijn inzichten te ankeren, maakte ik voor mezelf “Zelfzorg in een flesje. “
Een visuele reminder dat ik mijn eigen kop voorop mag zetten en dat de liefde voor mezelf als de oceaan is.

Self love is an ocean and your heart is a vessel.
Make it full, and any excess will spill over into the lives of the people you hold dear. But you must come first. – Beau Taplin

Benieuwd naar wat er precies in mijn zelfzorg in een flesje zit?
Check mijn Facebook of Instagram voor het recept.

Fuck perfectie

Het stuk dat ze eigenlijk niet had willen posten las ik met kriebels in mijn buik. De scene die ze schetste speelde zich direct voor mijn ogen af en ik voelde de emoties van de hoofdpersoon als een treintje door het landschap van mijn lichaam rijden.
‘Misschien moeten we soms ‘slechte’ stukken van onszelf delen om nieuwe kanten van ons schrijverschap aan te boren.’ Zei ik tegen haar.
Ik schrijf dat soort dingen naar anderen of zeg het hardop, in de hoop dat ik beter naar mezelf ga luisteren.
Dus vandaag, van mij voor jou een stukje uit mijn NietZoSimpelSappige Schrijfarchief.
Fuck perfectie, laten we ‘slechte’ stukken delen, nieuwe kanten van aanboren en de weg ernaartoe met elkaar delen.
Dan wordt het vanzelf een Fabeltastische, Simpelsappige reis. 😉

Luxeverdriet

Tranen komen iedere maand
Ik hoop steeds dat ze van geluk zijn
Maar dat zijn ze nog steeds niet geworden  
Oefening baart kunst zeggen ze
Hoop doet leven zeggen ze

Het is luxeverdriet
Alleen weggelegd voor diegenen 
Die blijven hopen op leven
Die overblijven in het leven
Die niet langer over-leven
Maar weten waar leven over gaat

Het is luxeverdriet
Dat na het tellen van alle zegeningen
Blijft hangen als sluimerbewolking voor de zon
Gefilterde stralen kleuren alles wat matter
Maar geven nog steeds warmte en licht

Het is luxeverdriet
Hoe zwaar het ook voelt,
Ik koester het gewicht
Want iedere maand kunnen huilen om hetzelfde
Is een zegen op zichzelf


PS. Nieuwsgierig ‘het stuk’en de schrijfcollega die me inspireert?
Check hier de Facebookpagina van de Fabeltastische Rellie Telg.

Een Simpelsappig Experiment

Lieve Simpelsaplezer,
Vandaag geen Simpelsapje zoals je van me gewend bent, maar een nieuw Simpelsappig experiment!

‘Waar vind om je aan inspiratie? Waar gaat je blog precies over?
En hoe ben je op dit verhaal gekomen?’
Het zijn zomaar een paar vragen die ik van jullie heb gehoord naar aanleiding van mijn blogs. Zo kwam ik op een idee voor een nieuw Simpelsappig experiment.
In mijn nieuwe Facebookvlogserie ‘Het verhaal achter de blog’ vertel ik je
– je raadt het al- het verhaal achter de blog. Zo vertel ik je over de thema’s, het doel, de inspiratie van blog en geef antwoord op vragen die lezers ooit aan me hebben gesteld.

Ik vond het superleuk (maar ook echt awkward om te doen) en ben zo benieuwd wat je ervan vindt!
Check mijn vlog op de AcaMina’s Simpelsap Facebookpagina.

Amatooo!
Liefs van AcaMina
X

Met mijn rug op tafel

Mijn vader noemde mij vroeger altijd zijn prinses.
Maar als ik eerlijk ben, behandel ik mezelf meestal als een bediende.
Druk druk druk, door door door…
Zo wordt een prinses natuurlijk nooit een koningin!
Vandaar dat ik mezelf deze week trakteerde op een koninklijke traktatie.

Ik maakte een afspraak bij Joke voor een massage bij mij thuis.

Mijn rug is een verlaten zolder.
De planken kraken, steunen onder hoge druk. De muren zijn gebobbeld en wie weet wat zich in de donkere hoekjes bevindt.
Mijn voorkant is plooibaar en open, ik glimlach en reik, werk en trek naar me toe.
Mijn achterkant is vast en vergroeid, maar die zie niemand toch?
Als ik op haar tafel lig, gaat de deur naar zolder piepend open.
Wat zal daar zijn?
Mijn aandacht is altijd naar voren gericht, ik heb geen tijd om te weten wat er achter mijn rug speelt. Haar handen doen een licht aan, wrijven weer wat warmte naar afgekoelde plekken. Openen een raam, laten een frisse wind door het trappenhuis waaien.
Ik ga meteen op onderzoek uit en schrik van mijn schatten.
Mijmer over hun herkomst, weifel of ze nog van waarde zijn.
Ik wil praten, overleggen, reflecteren, afwegen en opruimen.
Mijn hoofd begint te draaien, terwijl mijn lijf steeds zwaarder wordt.
Ik vind van alles en zij?
Zij vindt juist helemaal niets.

Ze vraagt me niet eens om te ontspannen.
In plaats daarvan schudt ze zachtjes mijn rechterarm.
Mijn arm die altijd in actie-stand staat.
met gebalde vuist om te protesteren,
met fladderende vingers over het toetsenbord of met drukke gebaren om daad bij woord te voegen.
Mijn arm die altijd klaar staat om te grijpen, te dragen en vast te leggen.
Haar zachte geschud voelt als een uitnodiging om neer te strijken waar ik me bevind.

Ik hoef haar niets uit te leggen.
Ik hoef haar niet eens te bekennen dat ik mezelf te vaak de rug heb toegekeerd om de ander in de ogen te willen kijken.
Zij leest mijn lijf en taalt niet naar de theorieën die ik eromheen heb gebreid.
Nooit heeft de stilte tussen mij en de onbekende ander zo warm en loom gevoeld.
‘Als ik iets voel, dan ga ik door, want er is altijd meer.’
Op kousenvoeten loopt ze om me heen en helpt me te ontvouwen.
Ze ontdekt de knopen in mijn spieren, dicht geweven als de patronen die ik draad voor draad aan het ontrafelen ben. Ik heb het op mijn heupen.
Ze grijpt het vast en speelt ermee.
Duwt zachtjes de vermoeidheid mijn wervels uit.
De prijs van mijn flexibiliteit ligt verstopt tussen mijn schouderbladen.
Wat draag je veel op je schouders zegt ze.
In haar stem geen oordeel of ongerustheid. Ze stelt alleen vast wat ze los kan maken.
‘Ja.’ Zeg ik.
En ik neem me voor nooit meer het licht op zolder uit te doen.

Wil je ook een fijne massage boeken bij Joke?
Klik dan
hier om contact met haar op te nemen.

Rije rije rije in een wagentje… (En als je dan niet rije wil, dan draag ik je)

Het zwarte gevaarte staat gestald in de gang.
Tot nu toe heb ik het hardnekkig genegeerd.
Iedere keer dat ik er lang liep, dacht ik diep na over andere dingen, bekeek ik details in de hal of drukte ik weg wat er in me op dreigde te komen.
Ik durf niet.
Ze zeggen dat het maar een paar meter is naar de winkel – het enige wat ik NIET moet doen is door rood lopen
Ze zeggen dat de kinderen vastzitten, dat ik ze heus niet kwijtraak,
Ze zeggen dat er voor alles een eerste keer is, dat ik het heus wel kan, dat ik binnen een kwartier vast terug ben.
Ze kunnen zeggen wat ze willen, maar er is niets dat me geruststelt.
Ik ben te lomp, te onervaren, te nieuw.
Met mijn winterjas aan zie je mijn blauwe uniform niet.
De kinderen lijken niet eens op mij, maar toch ben ik bang.
Bang voor de vertederende blikken op de meisjes in de wagen.
Bang voor het glimlachje van herkenning in het voorbij gaan.
Bang voor het praatje dat kan komen.
Bang voor de vragen die ik niet kan beantwoorden.
Bang voor de reactie van de ander als ik door de mand val.
Bang want ik ben gewoon geen moeder, ik ben alleen maar aan het werk.

We gaan.
Met bibberbenen duw ik het zwarte gevaarte voor me uit, manoeuvreer me langs deuren en poortjes. Het sturen gaat soepeler, de wagen is minder zwaar. Alleen het gewicht op mijn schouders blijft hardnekkig doordrukken.
Als we op straat zijn, zie ik hun hoofdjes.
Een hoofdje met zachte zoutenpeper kleurige pijpenkrullen dat van links naar rechts draait. Een hoofdje met zwart steil haar dat achterover leunt en alles over zich heen laat komen.
Twee hoofdjes die rondkijken, observeren en leren. Die naar mij omhoog kijken om te kijken of ik heb gezien wat zij zagen. Vingertjes die wijzen, een hoge lach en een stemmetje dat mijn naam roept om te checken of ik er nog wel ben.
Ik ben alleen geen moeder, ik ben gewoon aan het werk.
Twee hoofdjes draaien op volle toeren en mijn hoofd staat eindelijk stil.

miMakkers in de mix met een Simpelsappig sausje

Het galmt hier.
De ruimte lijkt op een kleine feestzaal, met aan de kant geschoven stoelen en tafels, meubilair dat afgedekt is door grote kleden en een kale bar.
Ik voel me een beetje verloren als ik de stoelen heen en weer schuif totdat ik een fijne opstelling heb gevonden. Mijn zenuwen doen een dansje met de vlinders in mijn buik en ik ga nog even plassen.
De toiletbril heeft precies dezelfde rode kleur als mijn trouwjurk van vijf jaar geleden.
Een anker van liefde, gevonden op het toilet.
De klok slaat tien uur en één voor één komen ze binnen. Kletsend, lachend, elkaar hartelijk gedag kussend betreden ze de ruimte.
De vlinders in mijn buik maken nog een laatste salto en dan kan ik beginnen.
Met mijn allereerste Simpelsappige blogworkshop, speciaal voor Stichting miMakkus.

Zes uren lang word ik ondergedompeld in de wereld van miMakkus. Ik leer over ‘de rode neus’, ‘de juiste outfit’ en maak kennis met een rouwclown. Ik hoor over de opleidingen, de intervisies, de nascholingen, de passie, de worstelingen en de overwinningen.
Zet beelddenkers, improvisatietalenten en associatiekampioenen bij elkaar en er ontstaat een luidruchtig feest van herkenning, waar het gelach en geklets alleen verstommen als er schrijfoefeningen worden gedaan.
Ik kruip in de rol van kruidenvrouw en kriebel met mijn zelf gevulde kruidenrek laatjes van heel vroeger open. Zomaar zinspelend met hun zintuigen ontstaan moeiteloos de verhalen over mooie herinneringen aan toen.
Ik introduceer ‘Show don’t tell’ en word spontaan de jungle in geslingerd waar krijsende papegaaien het uiteindelijk aanleggen met dolgedraaide wc rollen.
Ik deel kaartjes uit waardoor emoties ter aarde storten en wanhoop zo hard bejubeld wordt dat ik dankbaar ben dat mijn blaas net zo sterk is als mijn verbeeldingskracht.
Anders waren niet alleen mijn wangen nat geweest…

‘Als je niet weet dat je gehaktballen ook in zonnebloemolie kan bakken, blijf je ze in boter braden.’ Zei een van de deelnemers op het begin van de dag. En zo is het maar net.
Vandaag deelde ik ingrediënten uit waardoor beelden, woorden en zinnen met een zelfgemaakt simpelsappige sausje in blogvorm gegoten kunnen worden.
De liefdevolle constructieve feedback die ik daarop heb gekregen heb ik met smaak verorberd!

mimakkus workshop 1
Lieve Nel, Myra, Astrid, Jaqueline, Kim, Coby, Jacoline, Petra, Gerja en Nanda dank jullie wel voor jullie enthousiasme, openheid, vertrouwen en plezier. Ik ben benieuwd naar alle mooie dingen die jullie nog gaan doen (en schrijven) en zie jullie graag een volgende keer!

 

 

Wil je meer weten over miMakkus?

Kijk dan op de site: https://mimakkus.nl/

Benieuwd geworden naar de blogs?
Volg miMakkus op Facebook: https://www.facebook.com/miMakkus/