Diep verdriet


Oktober 2020

Ik werd wakker van de krampen.
Diep in mijn baarmoeder voelde ik de samentrekkingen, niet lang daarna voelde ik hoe het bloed vloeide. Een steek in mijn hart, een drukkend gevoel op mijn borst.
Ik lag in het donker, de tranen zochten al een weg naar mijn wangen, langzaamaan kwam de maandelijkse gedachtentrein weer op gang.
Voor ze het station had verlaten, probeerde ik me om te draaien.
Stekende pijn mijn bekken, een drukkend gewicht op mijn buik.

“Ik ben niet ongesteld aan het worden – ik ben hoogzwanger.

Deze ene gedachte schoot pijlsnel mijn bewustzijn in, als een vuurpijl in een donkere nacht. Ik glimlachte.
Mijn lichaam heeft een jetlag, dat na negen maanden nog steeds niet helemaal weg is.
Mijn lichaam rouwt om verdriet dat ik niet meer hoef te dragen.
Vorige week voelde ik de stekende jaloezie toen ik een geboorte aankondiging zag. Zij was bevallen van een meisje.
Ik voelde hoe de tentakels van het groene monster zich uitrolden, klaar om zich vast te zetten aan mijn binnenkant.

‘Maar ik ben ook zwanger en over een paar dagen heb ik ook een kindje’.

De realiteit haalde mijn oude verdriet in, ik voelde hoe mijn hart weer warm en zacht werd, hoe de stekende pijn verdween en de brok in mijn keel zich weer oploste. Het is voorbij, maar nog niet over.
Een zwangerschapsaankondiging, gender revealparties, foto’s van pasgeboren baby’s. Nog steeds raken ze de kinderloze vrouw die ik eerst was.
In het begin kwam het verdriet opzetten als een storm, moest ik alle zeilen bijzetten om te kalmeren, me schrap zetten en wachten tot de wind weer zou gaan liggen.
Later vuurde mijn hoofd verlichtende inzichten af; jij bent zwanger, weet je nog? Jouw wens is nu in vervulling aan het gaan, jij bent ook al moeder!

Ze leek het niet kunnen bevatten, mijn kinderloze kant.
Durfde niet te geloven dat het écht zo is, bleef op safe spelen. Was de eerste weken doodsbang om te gaan plassen, om af te vegen en bloed te zien op het verfrommelde wc-papiertje. Keek reikhalzend uit naar de 12 weken echo, naar de 20 weken echo. Probeerde iedere beweging te registeren. Durfde geen babyspullen te kopen, vond het eng om de kamer in te richten, koos trillend een kinderwagen uit in de babywinkel.
Raakte van streek bij het idee dat de zwangerschap ooit zou eindigen, ook al zou dat juist betekenen dat haar liefste wens in vervulling zou gaan.

Ik wil al zolang zwanger zijn, dat ik niet kan geloven dat hierna nog iets komt.
Negen maanden vol hoop en vrees – maar zo anders dan die acht jaar daarvoor- met kwaaltjes – maar zo anders dan de endopijn.
We zijn er bijna, de zwangerschap is bijna klaar, lieve Muna jij komt eraan.
Ik kan nog steeds niet geloven dat dit écht is. Dat jij na de bevalling in onze armen ligt en dat wij je mogen houden, dat wij je mogen helpen groeien en jij ons
Ik kan niet geloven dat dit écht is.
Dat de kinderloze vrouw in mij onderdeel is geworden van een verleden, dat ik haar koffers mag uitpakken, haar schatten mag meenemen en de rest mag laten staan.
Dat het verdriet er mag zijn, maar dat ik het niet meer hoef te dragen, dat het niet meer hoeft te groeien, dat het geen rode draad meer zal zijn in mijn leven.

Dat het over is en nu eindelijk gaat beginnen.

Ik ben haar thuis

Ik ben haar thuis
Eerst van binnen, nu van buiten
Droomt ze op het ritme van mijn hart
Met haar ogen dicht loopt ze met haar vingers langs de lijnen van mijn lijf
Zoekend naar ruimte
Zoekend naar houvast
Zachtjes smakt ze tussen mijn borsten
Waar het smaakt naar tranen
Waar ruikt naar groei
Zij weet niet waar ze eindigt
Of waar ik begin

Ik ben haar thuis
Met haar ogen half gesloten
Drinkt ze van mij
Slokt ze gulzig het leven op
Met een vuist in de lucht
Mompelt ze dromerig voor zich uit

Ooit
Zal het leven naar meer smaken
Zal ze zich met hand en tand verzetten
Tegen mijn huid, mijn haar en handen
Zal ze zich afzetten
Precies weten waar zij wil eindigen
Niet beseffend dat ook ik ooit zo ben begonnen

Ooit
Zal ze het avontuur ruiken
En op eigen benen willen staan
Ze zal verhuizen

Maar dat is ooit
Nu ben ik haar thuis
Nu draag ik haar op handen
Eerst van binnen, nu van buiten
Straks op afstand,
Maar voor altijd dichtbij mijn hart