Afgaan en opklimmen

‘Eh! Eh! Eh!’


Ze staat onderaan de heuvel.
Haar lichtroze jasje heeft zwarte vegen en haar blonde haren zijn aan haar wangen geplakt. De woorden zijn er niet, maar de boodschap komt luid en duidelijk over. Ik zucht.
Zo gaat het al de hele dag.
Als ze de pop niet aangekleed krijgt, als haar stoel aangeschoven moet worden, als ze haar schoenen niet uitkrijgt of haar jas niet aan..één geluidje van haar is genoeg om mij in beweging te dwingen.

‘EH! EH! EH!’
Ik heb de pop aangekleed, de stoel aangeschoven, haar schoenen uitgetrokken en haar jas aan.
Ik antwoordde haar lief, geduldig, kortaf, of niet, maar deed telkens wat ze wilde.
Deze keer probeer ik haar te negeren.
Ik doe een dappere poging om me op de andere kinderen te concentreren, maar binnenin begint het te kriebelen. Gevoelens van ergernis krabben zacht maar zeker de zorgvuldig geplamuurde glimlach van mijn gezicht af.
Haar bleke gezichtje is vuurrood aangelopen, haar handjes zijn tot vuistjes gebald, ze trilt.
De eerste keer hield ze de verkeerde kant van de reling vast en kon ze de weg niet vinden.
De tweede keer verloor ze haar evenwicht en rolde ze de helling af.
De derde keer liepen twee enthousiaste klasgenootjes haar pardoes omver.

‘EH! EH! EH!’
Ik kijk naar mijn voeten, draai de punten van mijn schoenen nog wat verder de aarde in. Koppig probeer ik haar aanhoudend gedrein te negeren en ik dwing mezelf te genieten van de zachte zonnestralen op mijn gezicht.
Het lukt niet.
Zij staat te stampvoeten en in mijn hoofd buitelen de gedachten over elkaar heen.
‘Kind ga in vredesnaam iets anders doen. Je ziet zelf toch ook wel dat het je niet lukt. Je bent nog veel te klein om zo hoog te klimmen! Pas op, dalijk val je weer naar beneden! En wat zullen je ouders wel niet denken als je zo vies en huilerig naar huis gaat straks?!’
Ik zucht nog eens.  
Wat ik ook doe, wat ik ook het zeg, het kan haar toch niets schelen.

‘EH! EH! EH!’
Het kan haar niet schelen dat haar al drie keer niet is gelukt.
Ze kan eens niet tellen.
Het kan haar niet schelen dat haar leeftijdsgenootjes moeiteloos hun weg naar boven weten te vinden.
Ze ziet hen niet eens klimmen.
Het kan haar niet schelen dat andere kinderen haar hebben zien vallen of struikelen.
Onderweg naar boven is ze toch alleen met zichzelf bezig.
De zon trekt weg en ik voel kleine druppels op mijn haren vallen.
Ze blijft staan, blijft naar me kijken en blijft stampvoeten.
Even kom ik in de verleiding om haar op te pakken en ver van de glijbaan weer neer te zetten.
Haar toe te snauwen dat ik he-le-maal GEK word van haar ge-EH,  dat ze die helling helemaal niet op kan, dat ze niet zo moet drammen en beter iets anders kan bedenken om te doen.
Hoe vaak heb ik mijn fouten geteld en mezelf afgesnauwd dat ik het niet kan?
Hoe vaak heb ik mezelf vergeleken met anderen en mezelf verweten dat ik niet zo moet drammen?
Hoe vaak heb ik me geschaamd omdat ik dacht dat anderen naar me keken als ik onderuit ging?
En hoe vaak heb ik van mezelf geëist dat ik beter iets anders kon bedenken om te doen?

‘EH! EH! EH!’
Ik pak haar niet op, ik snauw haar niet af. Ik kijk alleen naar haar.
Een stampvoetend minimeisje onderaan de heuvel dat weigert op te geven tot ze van de glijbaan kan. Als ik naar haar toe loop, grijpt haar zanderige handje meteen de mijne vast. 
Samen stijgen we op. Zij naar glijbaan, ik boven mezelf uit.
Zij giechelt, ik lach.
‘Wie het eerst beneden is!’

Een Simpelsappig Experiment

Lieve Simpelsaplezer,
Vandaag geen Simpelsapje zoals je van me gewend bent, maar een nieuw Simpelsappig experiment!

‘Waar vind om je aan inspiratie? Waar gaat je blog precies over?
En hoe ben je op dit verhaal gekomen?’
Het zijn zomaar een paar vragen die ik van jullie heb gehoord naar aanleiding van mijn blogs. Zo kwam ik op een idee voor een nieuw Simpelsappig experiment.
In mijn nieuwe Facebookvlogserie ‘Het verhaal achter de blog’ vertel ik je
– je raadt het al- het verhaal achter de blog. Zo vertel ik je over de thema’s, het doel, de inspiratie van blog en geef antwoord op vragen die lezers ooit aan me hebben gesteld.

Ik vond het superleuk (maar ook echt awkward om te doen) en ben zo benieuwd wat je ervan vindt!
Check mijn vlog op de AcaMina’s Simpelsap Facebookpagina.

Amatooo!
Liefs van AcaMina
X

Met mijn rug op tafel

Mijn vader noemde mij vroeger altijd zijn prinses.
Maar als ik eerlijk ben, behandel ik mezelf meestal als een bediende.
Druk druk druk, door door door…
Zo wordt een prinses natuurlijk nooit een koningin!
Vandaar dat ik mezelf deze week trakteerde op een koninklijke traktatie.

Ik maakte een afspraak bij Joke voor een massage bij mij thuis.

Mijn rug is een verlaten zolder.
De planken kraken, steunen onder hoge druk. De muren zijn gebobbeld en wie weet wat zich in de donkere hoekjes bevindt.
Mijn voorkant is plooibaar en open, ik glimlach en reik, werk en trek naar me toe.
Mijn achterkant is vast en vergroeid, maar die zie niemand toch?
Als ik op haar tafel lig, gaat de deur naar zolder piepend open.
Wat zal daar zijn?
Mijn aandacht is altijd naar voren gericht, ik heb geen tijd om te weten wat er achter mijn rug speelt. Haar handen doen een licht aan, wrijven weer wat warmte naar afgekoelde plekken. Openen een raam, laten een frisse wind door het trappenhuis waaien.
Ik ga meteen op onderzoek uit en schrik van mijn schatten.
Mijmer over hun herkomst, weifel of ze nog van waarde zijn.
Ik wil praten, overleggen, reflecteren, afwegen en opruimen.
Mijn hoofd begint te draaien, terwijl mijn lijf steeds zwaarder wordt.
Ik vind van alles en zij?
Zij vindt juist helemaal niets.

Ze vraagt me niet eens om te ontspannen.
In plaats daarvan schudt ze zachtjes mijn rechterarm.
Mijn arm die altijd in actie-stand staat.
met gebalde vuist om te protesteren,
met fladderende vingers over het toetsenbord of met drukke gebaren om daad bij woord te voegen.
Mijn arm die altijd klaar staat om te grijpen, te dragen en vast te leggen.
Haar zachte geschud voelt als een uitnodiging om neer te strijken waar ik me bevind.

Ik hoef haar niets uit te leggen.
Ik hoef haar niet eens te bekennen dat ik mezelf te vaak de rug heb toegekeerd om de ander in de ogen te willen kijken.
Zij leest mijn lijf en taalt niet naar de theorieën die ik eromheen heb gebreid.
Nooit heeft de stilte tussen mij en de onbekende ander zo warm en loom gevoeld.
‘Als ik iets voel, dan ga ik door, want er is altijd meer.’
Op kousenvoeten loopt ze om me heen en helpt me te ontvouwen.
Ze ontdekt de knopen in mijn spieren, dicht geweven als de patronen die ik draad voor draad aan het ontrafelen ben. Ik heb het op mijn heupen.
Ze grijpt het vast en speelt ermee.
Duwt zachtjes de vermoeidheid mijn wervels uit.
De prijs van mijn flexibiliteit ligt verstopt tussen mijn schouderbladen.
Wat draag je veel op je schouders zegt ze.
In haar stem geen oordeel of ongerustheid. Ze stelt alleen vast wat ze los kan maken.
‘Ja.’ Zeg ik.
En ik neem me voor nooit meer het licht op zolder uit te doen.

Wil je ook een fijne massage boeken bij Joke?
Klik dan
hier om contact met haar op te nemen.

miMakkers in de mix met een Simpelsappig sausje

Het galmt hier.
De ruimte lijkt op een kleine feestzaal, met aan de kant geschoven stoelen en tafels, meubilair dat afgedekt is door grote kleden en een kale bar.
Ik voel me een beetje verloren als ik de stoelen heen en weer schuif totdat ik een fijne opstelling heb gevonden. Mijn zenuwen doen een dansje met de vlinders in mijn buik en ik ga nog even plassen.
De toiletbril heeft precies dezelfde rode kleur als mijn trouwjurk van vijf jaar geleden.
Een anker van liefde, gevonden op het toilet.
De klok slaat tien uur en één voor één komen ze binnen. Kletsend, lachend, elkaar hartelijk gedag kussend betreden ze de ruimte.
De vlinders in mijn buik maken nog een laatste salto en dan kan ik beginnen.
Met mijn allereerste Simpelsappige blogworkshop, speciaal voor Stichting miMakkus.

Zes uren lang word ik ondergedompeld in de wereld van miMakkus. Ik leer over ‘de rode neus’, ‘de juiste outfit’ en maak kennis met een rouwclown. Ik hoor over de opleidingen, de intervisies, de nascholingen, de passie, de worstelingen en de overwinningen.
Zet beelddenkers, improvisatietalenten en associatiekampioenen bij elkaar en er ontstaat een luidruchtig feest van herkenning, waar het gelach en geklets alleen verstommen als er schrijfoefeningen worden gedaan.
Ik kruip in de rol van kruidenvrouw en kriebel met mijn zelf gevulde kruidenrek laatjes van heel vroeger open. Zomaar zinspelend met hun zintuigen ontstaan moeiteloos de verhalen over mooie herinneringen aan toen.
Ik introduceer ‘Show don’t tell’ en word spontaan de jungle in geslingerd waar krijsende papegaaien het uiteindelijk aanleggen met dolgedraaide wc rollen.
Ik deel kaartjes uit waardoor emoties ter aarde storten en wanhoop zo hard bejubeld wordt dat ik dankbaar ben dat mijn blaas net zo sterk is als mijn verbeeldingskracht.
Anders waren niet alleen mijn wangen nat geweest…

‘Als je niet weet dat je gehaktballen ook in zonnebloemolie kan bakken, blijf je ze in boter braden.’ Zei een van de deelnemers op het begin van de dag. En zo is het maar net.
Vandaag deelde ik ingrediënten uit waardoor beelden, woorden en zinnen met een zelfgemaakt simpelsappige sausje in blogvorm gegoten kunnen worden.
De liefdevolle constructieve feedback die ik daarop heb gekregen heb ik met smaak verorberd!

mimakkus workshop 1
Lieve Nel, Myra, Astrid, Jaqueline, Kim, Coby, Jacoline, Petra, Gerja en Nanda dank jullie wel voor jullie enthousiasme, openheid, vertrouwen en plezier. Ik ben benieuwd naar alle mooie dingen die jullie nog gaan doen (en schrijven) en zie jullie graag een volgende keer!

 

 

Wil je meer weten over miMakkus?

Kijk dan op de site: https://mimakkus.nl/

Benieuwd geworden naar de blogs?
Volg miMakkus op Facebook: https://www.facebook.com/miMakkus/

 

Zes smaken verdriet en leren zitten in de storm

‘Ikke uit! Ikke uit!’
Ze strekt haar korte armpjes uit, reikt naar het hekje dat zich een paar meter van ons vandaan bevindt. Tranen rollen over haar bolle wangetjes en ik fluister in haar haren.
‘Ik weet dat je verdrietig bent meisje, het is ook niet leuk om papa en mama gedag te zeggen he. Maar ze komen je vanavond weer halen. Beloofd.’
‘Ikke uihuiiittt… ikke uihuiiittt!’
Met haar mond vlakbij mijn oor begint ze nu nóg harder te huilen.
Volgens mij is het alarmfase rood nu.
Haar ogen staan verwilderd, rode strepen en vlekken kleuren haar gezicht.  Snot en tranen zijn overal en het haar gedraai in mijn armen neem toe. Haar beentjes spartelen en ik verstevig mijn grip zodat ze niet uit mijn armen kan vallen.
Mijn hartslag en haar gehuil doen een wedstrijdje om het hardst. Haar bibberlip haalt het niet bij mijn trillende vingers en de kriebels in mijn buik worden zenuwen.
Waarom houdt ze niet op met huilen? Wat moet ik doen?
Moet ik haar sussen, haar stevig vast blijven houden en wiegen? Moet ik haar afleiden, of juist negeren? Zal ik haar in bed stoppen zodat ze kan uitrusten van alle emotie? Of is ze nog niet klaar met huilen en zorgt isolatie alleen maar voor nieuw verdriet?
Als ik moeder was geweest, had ik misschien op mijn moederinstinct kunnen varen, maar nu voel ik me verloren op een zee van haar verdriet.
Moeders weten dit soort dingen, moeders kúnnen dit.
Ik ben geen moeder, ik ben pas begonnen met werken en ik weet het niet wat ik moet doen.
Mijn schreeuwende onzekerheid klinkt indringender dan haar aanhoudende gehuil.

Ik was vier en huilde hartverscheurend als mijn moeder me naar school bracht. Kusje, knuffel, zwaaien bij het raam, het was een ritueel dat lange tijd gepaard bleef gaan met tranen.
De juf was lief, tilde me op en troostte me, maar er was altijd een moment dat ze me weer neer moest zetten. De juf was mijn moeder niet.
Ik was zes toen ik leerde dat goed voorbeeld doet volgen. Mijn zusje werd geboren en ik werd rolmodel. ‘Niet huilen Aat, geef *ade het goede voorbeeld.’
Ik leerde hoe ik mijn bibberlip in de juiste positie moest plooien en mijn tranen kon wegslikken. Ik ben een voorbeeld.
Ik was achttien toen ik leerde dat kinderen zichzelf moeten leren troosten en voelde me betrapt omdat ik nog steeds niet wist hoe ik dat moest doen.
Ik kon mezelf sussen door te eten, mezelf af te leiden door te kijken naar alles waar ik in tekortschoot en mezelf negeren door me op mijn school of werk te storten.
Ik had niet geleerd om mezelf vast te houden en te wiegen en voelde niet hoe moe ik was van het dragen van al mijn opgepotte tranen.

Nu ben ik tweeëndertig en is er iedere maand verdriet.
Soms is het bozig verdriet.
Dan schreeuw en vloek ik, gooi ik met de deuren en veracht ik de oneerlijkheid van het leven.
Soms is het zwaar verdriet.
Dan word ik in het diepe gegooid en ga ik kopje onder in mijn tranen.
(Iedere keer ben ik verbaasd als ik weer boven kom drijven.)
Soms is het gulzig verdriet.
Dan vreet de pijn van nu me op en verslinden de zorgen voor later me meedogenloos.   
Soms is er stil verdriet.
Dan schieten alle woorden tekort en alleen blijft de herinnering aan iets dat zo mooi had kunnen zijn.
Soms is het eenzaam verdriet.
En soms is het zacht verdriet.
Dan drijft er een wolkje met tranen en gemis voorbij en voel ik hoe mijn hart na al het huilen weer zacht en warm wordt.

Het kleine meisje in mijn armen snikt nog steeds.
Ik weet niet met welk verdriet zij worstelt vandaag, maar we gaan er maar bij zitten. Met onze gezichten naar elkaar toe wachten we. We houden onszelf en elkaar vast, we wiegen. Ik neurie zachtjes.
Mijn onzekere gedachten verliezen steeds meer hitte en doven zachtjes uit.
Er komen weer wat pauzes tussen haar snikjes door.
Dan laat ze zich tegen me aan vallen, vlijt haar wang tegen mijn schouder en kijkt me aan.
Haar ogen glinsteren en langzaam breekt er een klein lachje door op haar gezicht. Ik lach terug.
De storm is weer voorbij.

*ade: jonger broertje of zusje

Wat ik écht van mijn artikel in de Telegraaf vind

“Aca Siwabessy wil niets liever dan moeder worden,
maar ze heeft de hoop op een baby opgegeven.”

Wow.
Afgelopen zaterdag, stond het écht onder mijn foto in de Telegraaf.
In die ene zin klopt alleen de spelling van mijn naam
(wat op zich best een prestatie is).
“In de krant van vandaag, wordt morgen de vis verpakt” – Las ik ooit in een interview.
Dus afgelopen zaterdag probeerde ik los te laten, tevreden te zijn met het artikel dat ‘in grote lijnen klopte’. Schreef ik dapper een poëtisch blogje over zielig, falend, hopeloos en kinderloos zijn. Maakte ik van een nood een deugd en maakte ik van het Telegraafartikel mijn minimonsterjacht.
Ik was trots op mijn transformatiekracht, maar stiekem bleef het knagen.

Want ik heb wél hoop.
Iedere Moederdag,
Iedere verjaardag,
Ieder kerstfeest,
Iedere jaarwisseling,
En iedere maand,
Want een nieuwe ronde, betekent een nieuwe kans.

Ook al heb inmiddels 82 ‘mislukte’ rondes achter me,
en word ik elk jaar een jaartje ouder.
Ook al heb ik een emmer vol hormoonspuiten ingeleverd,
en hebben we besloten dat een medisch traject niet bij ons past.
Ook al genieten we enorm met z’n tweeën,
en zijn we dankbaar voor iedere ervaring, iedere les en iedere herinnering
Ook al geeft deze fase ons meer dan dat het ons kost.
Ik heb wél hoop.

Ik deelde mijn verhaal omdat ik het belangrijk vind dat vrouwen net als ik een podium krijgen.
Vrouwen die voluit leven met een onvervulde kinderwens.
Vrouwen die blijven hopen, ondanks iedere teleurstelling.
Vrouwen die blijven opstaan, hoe vaak ze ook vallen.
Vrouwen die leven met hoop én vrees.
Genietend van het nu, met een beetje angst voor later.

Moeder worden is niet ‘het liefste wat ik wil’.
Het liefste wat ik wil is het leven accepteren zoals het is en er alles uithalen wat erin zit.
Het licht en het donker.
De wrijving en de glans.
De lessen en de ervaringen.
Het liefste wil ik het allemaal.

Sommige kranten willen korte kreten.
‘Hard en confronterend, want in het verhaal zit de nuance.’
Mijn verhaal is hard en confronterend op zichzelf en heeft geen nuance:

Ik ben Aca Siwabessy. Ik wil graag moeder worden, ondanks alles geef ik de hoop niet op.

Alé rasa, beta rasa (Wat jij voelt, voel ik ook)

Je hoeft niet te kiezen
Tussen heel of half
Tussen bloed, zweet of tranen
Uiteindelijk krijg je ze allemaal
Hele oordelen en halve waarheden
Bloedspoed, angstzweet en tranen als toetje

Je hoeft niet te kiezen
Tussen spek of bonen
Tussen boter kaas of eieren
Als jij bent wat je eet
Waarom slik je dan zoveel van anderen?

Je hoeft niet te kiezen
Tussen wij en zij
Hier of daar
Tussen koude kikkers of hoopvolle heethoofden
Tussen regen of zonneschijn
Een regenboog ontstaat door ze allebei

Je hoeft niet te kiezen
Tussen vroeger en nu
Tussen aanvallen of verdedigen
Vast-laten of los-houden
Niet kiezen is ook kiezen
Waarom zou je knippen wat je kunt verbinden?
Afwijzen wat je kunt aankijken?
Wegduwen wat je kunt omarmen?
Vroeger is wat is geweest
Nu is wat je hebt
Wat wil je voor straks?
Jij mag kiezen!

 

 

PS. Heb je mijn E-book al in je mailbox ontvangen?
(Ik ben zo benieuwd wat je ervan vindt!)
Nog niets gehad?
Schrijf je in op mijn nieuwsbrief en dan stuur ik “AcaMina’s Simpelsappige Monsterjacht” naar je toe 🙂

Een nieuw leven

Ik wilde een nieuwe leven.
Twee harten in plaats van één, trappelende voetjes in mijn buik.
Ik wilde een nieuwe fase van korte nachten en grote dromen. Met nieuwe ogen naar de wereld kijken, alles opnieuw beleven voor de eerste keer.
Mijn kinderwens was lange tijd de motor van mijn bestaan.
Als klein meisje twijfelde ik aan alles, maar één ding wist ik zeker; later als ik groot ben, word ik moeder. Ik ging braaf naar school en haalde mijn diploma’s. Ik keek de kunst van het moederen af van mijn moeder en tantes en oefende op mijn zusje. Ik werd mantelzorger en leerde al vroeg dat liefhebben loslaten is. Ik leerde dat je geen mensen kunt helen als je eigen hart gebroken is en stortte mezelf volledig op het helen van mij. Ik las honderden zelfhulpboeken, ging in therapie en volgde allerlei trainingen en workshops. Ik groeide groter en hongerde naar meer.
Ik wilde zelfstandig en heel zijn, gediplomeerd en belezen. Ik wilde een stabiele, geweldige relatie met de liefde van mijn leven. Ik wilde een vast contract met een stabiel inkomen, een goede basis voor mijn baby.
Voor minder zou ik het niet doen.

En toen was het moment daar. Later voelde als nu en ik voelde me groot.
Ik had een stabiele, liefdevolle relatie met een geweldige man en we maakten plannen om te verhuizen naar echt ‘grotemensenhuis’.
We streken neer in een rustige groene buitenwijk, met voor een schooltje en achter een speeltuin. Tijdens het klussen hoorden we de kinderen spelen en als ik wachtte op het koken van mijn theewater, keek ik dromerig uit het keukenraam.
Nog even en dan zouden onze kindjes spelen op het veld dat meer mos was dan gras. De kamers naast onze slaapkamers stonden leeg, maar ademden blije toekomstdromen over kibbelende kinderen, ochtendspits en bergen vol wasgoed. Nog een paar jaar en dan zou ik de weg oversteken om onze kinderen naar school te brengen voordat ik naar mijn werk zou gaan.
Mijn werk. Een aantal jaren eerder struikelde ik over mijn monsters het donker tegemoet en besloot ik van carrière te veranderen. Ik bluste mijn idealen en koos voor stabiliteit, voorspelbaarheid, veiligheid en vastigheid. De vurige ambities van vroeger, maakten plaats voor rationele, verstandige keuzes voor later. Dit was de plek waar ik mijn basis kon vormen voor ons gezin. Dus ik bleef.

We droomden, we hoopten en probeerden. Tevergeefs.
Ik maakte kennis met de Endobitch  en moest leren leven met haar bestaan. We riepen hulptroepen in en het maken van een baby werd ineens een groepsproject.
We piekerden, werden teleurgesteld en wilden opgeven. We gingen door.
Alles komt goed, als je maar wil. Gewoon doorgaan en je best blijven doen.
Later als ik groot ben, word ik moeder. Nu het niet wilde lukken, voelde ik me kleiner dan ooit. Ik voelde me geknakt in mijn creatiekracht.
Waarom kan ik geen nieuw leven creëren?
Wat is er mis met mij?
Wat heb ik verkeerd gedaan?
Is dit een straf?
Mijn overtuiging van de maakbaarheid van het bestaan was het anker dat me op mijn plek hield en ervoor zorgde dat ik vol kon blijven houden. Het was een dierbare illusie waar ik maar geen afscheid van wilde nemen.
Toch heb ik het gedaan.

Ik liet los en kreeg een nieuw leven.
Met één wild kloppend hart en trappelende vlinders in mijn buik. Met kleine stapjes en grote dromen. Een nieuwe fase waarin radicale zelfliefde de motor is van mijn bestaan. Door te kijken vanuit liefde zijn mijn ogen weer als nieuw en zie ik alles opnieuw voor de eerste keer. Vol verwondering en verbazing. Iedere dag werk ik eraan om van mezelf te houden zoals ik ben – flaws and all- en leer mezelf toe te juichen tijdens iedere stap in mijn proces. Ik wil de vriendin voor mezelf zijn die ik verdien, omdat ik geloof dat vrede in jezelf leidt naar vrede om je heen. Ik stretch mijn comfortzone en onthoud dat de engste situaties de spannendste verhalen opleveren.
Ik heb afgerekend met schuld en schaamte en deel mijn verhalen, omdat ik geloof dat verhalen ons met onszelf en elkaar verbinden en kunnen helpen in heling en groei.
Mijn vrouw-zijn hoeft geen functie te hebben om waardig te zijn, ik bepaal de kaders van mijn bestaan en ik heb besloten dat ze net zo vloeiend mogen zijn als de stroom waarop ik me laat meevoeren in dit leven.

Ik kwam terug bij AcaMina en mijn creatiekracht is sterker dan ooit.
Simpelsap is waar ik mijn verhalen met je deel en AcaMina is de plek waar ik jou help met de jouwe. Als Lifestory Coach help ik je graag bij het vastleggen, verbouwen of vieren van je verhaal.
Als je je eigen beste vriend(in) kunt zijn en vanuit radicale zelfliefde jezelf kunt toejuichen, wordt de wereld vanzelf een vredigere plek.
Voor minder ga ik het niet doen.

Leven met een wens die ik dolgraag in vervulling zou zien gaan is soms een hele grote uitdaging.
Het is verdrietig, frustrerend en moeilijk. Soms voel ik me eenzaam en onbegrepen, worstel ik met gevoelens van jaloezie en bitterheid. Ondanks dat heb ik meer gekregen van mijn onvervulde kinderwens dan dat het me heeft gekost. Het heeft me bevrijd van de illusie van maakbaarheid en teruggebracht naar mijn eigen creatiekracht. Het heeft me gedwongen om mijn leven opnieuw vorm te geven en heeft me helpen beseffen dat ik alleen kan bijdragen aan de wereld als ik geloof in wie ik ben en wat ik kan.
Het heeft de relatie met mezelf en met Mr. Simpelsap verdiept en ervoor gezorgd dat we dichterbij elkaar zijn dan ooit.
Ongewenst kinderloos zijn is de meest verrijkende, bevrijdende ervaring in mijn leven, waar ik nog dagelijks de vruchten van pluk.
En daar maakt AcaMina graag Simpelsap van ?

PS. Nog 3 nachtjes slapen en dan komt mijn allereerste E-Book uit.
Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief en je krijgt jouw gratis exemplaar in je mailbox!

Op de schouders van reuzen

Ik stond op de schouders van reuzen
Klein gehouden, beklemd in de knop, met z’n allen over één kam
Hielden zij hun talenten verborgen als parels in oesters
Mijn reuzen woonden in het kamp van de dood en brachten het opnieuw tot leven

Trauma’s trokken als mist door het landschap,
Werden door hen met blote handen gevangen en neergelegd in de handen van God

Ik stond op de schouders van reuzen
Die altijd door bleven gaan en goochelden met strijdkracht en overgave
Zij praatten niet, maar bogen hun hoofd
En lieten hun daden spreken
Op de schouders van mijn reuzen
Ontdekte ik een hele nieuwe wereld
Vond ik de sterren terug die hun ogen waren verloren

Ik stond op de schouders van reuzen
En nu je weet waar ik stond
Zal ik je vertellen waar ik heenga
Ik ga door en ik ga diep
Net als mijn reuzen
Door het stof, door donkere dagen
Schaamteloos omdat ik weet dat liefde mijn pad verlicht
Ik goochel met strijdkracht en overgave
Maar ik laat zowel mijn woorden als daden spreken
Ik kan niet klein
Ik kan niet beklemd
Ik kan niet over één kam
Want ik stond op de schouders van reuzen
Die me vanaf het begin leerden hoe ik boven mezelf uit kon stijgen

Het verhaal van de Kampong

Krachtig in verschillen en verenigd in kracht.
Vrijheid is
zonder helm op de motor, met z’n drieën achterop.
Rijkdom
groeit aan de bomen,
Zie ik in de ogen van haar kind die vanaf nu ook een beetje de mijne is.
Als geluk aan mijn zijde is,
Zit ik naast mijn broers en zussen.

Lachen we om miscommunicaties, praten we in drie talen en huilen we naadloos in elkaar over om hetzelfde gemis. Hier vieren we het leven, wonderen en elkaar.
De tijd trekt aan ons voorbij, maar daar trekken wij ons niets van aan.
Elk moment is eindeloos als overgave en dankbaarheid overheersen.

Dit is het leven in de kampong.
Ik kan leven zonder luxe als ik me kan laven aan mijn essentie.
Alle verhalen die ik mezelf liet geloven, kunnen opnieuw worden verteld.
Mijn hati djudjur wint het van mijn smetvrees als ik op blote voeten door het huis naar het toilet ga waar ik hurkend mijn behoefte doe.
Ik kan zweet niet langer onderscheiden van water, tranen niet langer van vocht. Ik leg me neer bij de hitte en geniet van mijn vervagende grenzen.
Hier hoef ik niets te bewaken.

Dit is het leven in de kampong.
Een dieselmotor verspreidt feestmuziek door de wijk.
Sloffende voeten slenteren voorbij, jonge vrouwen met grote buiken zijn schommelend op weg naar het moederschap. Kinderen praten en lachen tot s’avonds laat, voetballen op blote voeten met hetzelfde fanatisme als hun  collega’s op het WK.
Hier zijn hoofd en hart vol van mensenliefde, zorg en aandacht, maar loopt de mond er niet van over. Liefde laat je zien, niet horen.
Hier wordt de haan gewekt door de mensen,
wordt de weg naar verlichting bewandeld voor de zon opkomt.
Hier is mijn hart is niet groot genoeg om alle liefde te ontvangen.
Zijn mijn armen niet sterk genoeg om alle dankbaarheid te dragen.

Dit is het leven in de kampong
Waar het verhaal van Sugiono wortelschoot
En dat van AcaMina weer tot leven kwam.