#Metoo: Brief aan mijn dader

Je kwam, nam en overwon, maakte van mij een vrouw in een meisjeslijf.
Overschreed grenzen die ik nog niet had gevonden, eigende toe wat van mij had moeten blijven.
Je verwoestte wat nog moest groeien, besmette mijn potentie met een verstikkende schaamte.
Je voegde extra dimensies toe aan mijn wereld, de complexiteit overviel me met al haar kracht.
Jij hebt mij dit aangedaan.

Ik leerde dat vrienden vijanden kunnen worden en bondgenoten daders.
Ik leerde dat een dode mond niet betekent dat het verhaal ophoudt met schreeuwen.
(Ik ben alleen de enige die het hoort)
Mijn trauma’s draaiden op de achtergrond en ik leefde op het ritme van mijn verdriet.
Ik leerde te vechten.

Te vechten voor mij.
Voor mijn eigen-waardigheid, eigen – wijsheid en eigen- zinnigheid.
Voor naïviteit, impulsiviteit, blind vertrouwen en grenzeloze liefde.
Misschien is “life a battlefield”, maar ik trek me terug.
Ik heb gevochten om terug te krijgen wat ik had verloren.
Het blijkt nooit verloren zijn gegaan.
Het zat gewoon verstopt.

Heel lang heb ik gedacht dat het om jou ging.
Over wie je was, wat je koos en wat je me hebt aangedaan.
Over de verhalen waarin jij de dader was en ik het slachtoffer.
Over alles wat je me hebt afgenomen
Over hoeveel levensvreugde me dat heeft gekost.
Maar zo interessant ben je eigenlijk niet.

Ik heb het leed gedragen en gekoesterd.
Ik heb het slachtofferschap omarmd.
Mijn taboe is doorbroken.
De rekening met schuld en schaamte is vereffend.
Ik ben (ge)heel(d), écht gebroken was ik nooit.

Dag meneer die ooit mijn dader was.
Ik heb je niet meer nodig.
Het ga je goed.

Alle tijd op Tenerife

Aan de schaarse tijd hangt al te lang teveel gewicht.
Struikelend over ambitie en dromen probeer ik me door het dagelijkse leven te manoeuvreren.
Soepel stuur ik om mijn behoeften heen, druk het gaspedaal nog wat dieper in en probeer ik angstvallig zelfreflectie en zelfzorg te vermijden. Dat komt wel weer als het klaar is.
Met oog voor detail voert Miss Perfectionist de regie, terwijl ik mijn blik op het grotere geheel allang ben verloren. Op het ritme van ‘niet  (goed) genoeg’ dansen taken en deadlines steeds wilder door mijn hoofd.
Het is tijd voor vakantie.

Als de eerste herfststorm is uitgeraasd, kom ik in beweging.
Ik stop de tijd, pak een vlucht en rek mijn zomer.
Stap het vliegtuig in met een lijf vol spanning, een hoofd vol losse eindjes, dikke sokken en een extra vest. Vier uur later heb ik de dagelijkse routine van me afgepeld, steek ik mijn voeten in slippers en voel ik hoe de zomerkriebels zachtjes ontwaken.
Maar waar ik ook ga, daar ben ik.
Mijn hoofd zoemt. Zwemmen, snorkelen, wandelen en verkennen. Slapen, struinen en ontdekken…
Als uitrusten en opladen taken worden, gaat het de verkeerde kant op.
Ondanks de hitte bevries ik.  In alle drukte ben ik weer eens over mezelf heengelopen en nu herken ik de weg naar mij niet meer terug.
Hoe moet ik verder?

De zwaarte van de warmte dringt mijn tempo terug.
De uren strekken zich uit.
Plannen vervliegen, onrust verdampt. De haast vloeit weg uit mijn bewegingen en uiteindelijk blijft alleen de kalmte over.
De dagen druppelen door.
Vermengen zich met zweet en zeewater.
Het is als zomervakantie in groep zes. Als een eindeloze rij van zonnige dagen, zonder tijdsbesef of verwachting, zonder doel of nut.
Lummelend broed ik onbewust op ideeën, beklemde gedachten krijgen eindelijk wat lucht.  Losse flodders rijgen zich aan elkaar tot er een verse visie opbloeit.
Zonnestralen vergezellen me waar ik ook ga en werpen een licht op mijn weggestopte wijsheid.
Waar ik ook ga, daar ben ik. En dat is de enige plek waar ik altijd wel wil zijn.

 

 

De deur

Ik sta voor je deur met de klink al bijna in mijn hand.
Onderweg deed ik de navigatie aan, maar ik wist de weg moeiteloos te vinden.
Onze vriendin woont hier nu in de straat in haar echte grote mensen huis.
We hebben een echt grote mensen leven nu, met hypotheken, gezinsauto’s en een tuin met zonnescherm.
Soms voelt het alsof ik verstrikt ben geraakt in de tijd en per ongeluk naar de toekomst gelanceerd ben. Vandaag is zij moeder van twee kinderen en heb ik een eigen bedrijf, maar het was toch gisteren dat we kinderen waren?

Ik sta voor je deur en besef dan ineens waar ik ben.
Even ben ik geen dertig maar twaalf.
Zwiep ik de poort open en zie ik je moeder in de tuin zitten, genietend van de zon.
Plof ik naast haar neer en kletsen we wat, terwijl de poes langsloopt en kopjes geeft.
Ze roept je en jij roept terug en niet lang daarna draaf je naar beneden.
Je ogen glinsteren en je glimlacht van oor tot oor.  Bezorgd vraag ik me af wat je nu weer van plan bent.  Je eet, je praat en jaagt me op om in beweging te komen.
Ik mopper, maar besef nog niet dat jij het dapperste in me naar boven haalt.
Jouw haast om het leven te proeven bleek niet meer dan terecht, maar dat kon ik toen nog niet weten.

Ik sta voor je deur en ben weer dertig.
Jij bent niet meer hier.
Ik wel.
Het is soms echt niets aan zonder jou.

Altijd herfst

Autumn (1)
Bij haar is het altijd herfst.
De wereld dendert door, maar in haar zaal staat alles stil.
De muziek klinkt zacht en het regent.
Soms van buiten naar binnen, soms andersom.
Bij haar hoef ik niet op te klaren, alles mag zijn zoals het is.

Ze is er altijd.
Als volwassene en kind, als juf en als leerling.
Bij haar gaan striktheid en plezier hand in hand.
Ze vormen de omarming die me tot rust laat komen.
Ze waakt over mijn gedachten, stuurt monsters resoluut weg.
“Hier doen we niet aan Insta-perfect, je bent al goed zoals je bent. “
Met haar beide benen op de grond geeft ze me een zetje naar de sterren.
Ik stijg boven mezelf uit en duik in de diepte van mijn kern.

Vroeger haatte ik de herfst.
Verafschuwde ik de kou en regen. Vervloekte ik de wind en de storm.
Verlangde ik vurig naar meer licht en verfoeide ik de donkere dagen.
Bij haar is het altijd herfst.
Ze schijnt haar goudgele gloed en helpt me te leren houden van mijn donkerte.
Ze duwt me in dwaze houdingen, lacht om de kronkels van mijn gedachten.
Zoals de bomen hun blaadjes laten vallen, dwarrelen de zorgen van me af.
Lichter ga ik verder.

Bij haar is het altijd herfst, het is mijn favoriete seizoen van de week.

 

 

Met tranen kan ik leven… en nog meer sprookjes waar ik in geloofde

In de afgelopen jaren heb ik veel aan zelfontwikkeling gedaan. Iedere keer kreeg ik een sleutel naar meer inzicht en kwam ik weer een stukje vooruit.
Hebberig rammelde ik met mijn sleutelbos, hoe meer hoe beter, toch? Maar één deur bleef dicht. Wie blokkeerde mij de toegang en waarom?
Wat zat er achter die deur?
Vanuit mijn werk kreeg ik de unieke kans om de PK2 training te volgen.
Drie dagen training van Peter en Paul, in een hotel op de Veluwe.
En de deur ging eindelijk open..

Het was een donkere dag in april.
De wind joeg de grijze wolken door de lucht en de regen sloeg op de ruiten.
Ik piekerde al maanden in rondjes.  Mijn hart wist wat waar is, maar mijn hoofd geloofde me niet.
Later als ik groot ben is nu, maar ik voelde me klein.
Mijn maskers knelden en mijn muurtjes voelden krap.
Het was tijd om af te breken.
‘….zeg het maar: “welkom gevoel dat ik niet kan benoemen..”
De grote kale man aan de andere kant van de tafel lachte vriendelijk.
Het voelde ongemakkelijk prettig.

11 mei, we zaten in een kring in het licht.
Het torenkamertje ademde rust en Peter en Paul gingen aan het werk. Wat ze precies deden?
Geen idee, maar bij het eerste kennismakingsrondje gebeurde er iets vreselijks; ik begon te huilen en het voelde alsof ik nooit meer zou stoppen.
Ooit had ik de intentie om anderen te helen.
Ik ontmoette gebroken mensen en deed mijn uiterste best om de scherven bij elkaar te vegen en te lijmen wat er te lijmen viel. Ik werkte, zwoegde en streed. Voelde hoe de wanhoop en de ontreddering vochten om de spotlight van mijn hart.
Met tranen kon ik leven en ik sleepte mijn monsters met me mee.
Ik concentreerde me op de barsten in het glas en vergat te genieten van het uitzicht.
Mijn talent raakte in vergetelheid, de draad was ik kwijt. Ik worstelde met losse eindjes en raakte in de knoop. Wanhopig klampte ik me vast aan mijn sleutelbos, zwoegend en  spartelend naar transformatie.

Deze keer zette ik geen letter op papier, dit verhaal was om te beleven.
Met open hart en ogen dicht waagde ik de sprong.
Ik kuste mijn monsters wakker en omarmde hun geschenken.
Verstopte tranen kolkten in mijn binnenste, sleepten me mee naar de bron.
En wat blijkt? Na  zout komt zoet,  want bitter is allang geweest.
Eindelijk brengen mijn scherven geluk.
Mijn ware intentie is te creëren.
De rode draad in mijn leven bestaat uit letters, woorden en zinnen.
De deur is opengegaan en dit boek kan dicht.
Het is tijd voor een nieuw verhaal.

Nieuwsgierig geworden naar de training?
Klik hier voor meer informatie.

Eindelijk van mij

De hoop dat het op deze manier zou lukken was allang vervlogen, mijn grens allang bereikt.

28 april 2017
Vandaag ben ik terug.
Geen kriebel meer van angst en opwinding.
Geen sluimerende wanhoop of weggedrukt verdriet.
Nu pas ben ik er echt.
Ik denk aan alle haastige keren.
Binnenkomen, uitkleden, liggen. Benen in de beugels en nog wat naar beneden schuiven.
De rol papier die langs mijn billen schuurt, de stoel aan mijn linkerkant waar Mr. Simpelsap zit.
– Niet denken-
Aan latex handschoenen, kleurloze XL condooms, warm glijmiddel en dildo-camera’s .
Aan gewroet in mijn binnenste, aan het zwart witte scherm dat mijn hoop kleurt met cijfertjes.
Aan mijn weggemoffeld slipje op de kruk achter het gordijn en aan mijn gelukssokken die hun werk nooit goed hebben gedaan.

Ik denk aan alle keren alleen op de fiets, terug naar het werk na een controle of behandeling.
Aan het eeuwige gepingpong tussen hoop en wanhoop, tussen vertrouwen en verdriet.
Aan de zoete belofte van een baby, het zout van weg geslikte tranen en de bittere teleurstelling van iedere poging die is mislukt.
Bekeken, bemeten en beoordeeld.  Geadviseerd, geholpen en geïnsemineerd.
Maar nooit bevrucht.

Ik wil mezelf niet  langer afbreken om te kunnen investeren in de toekomst.
Ik heb te hard en te lang gevochten voor de stem in mijn binnenste die zich eindelijk weer laat horen als mijn grenzen zijn bereikt.
Het was de angst die me liet beginnen, het is de liefde die me laat stoppen.

De kleuren van wachtkamer, de tijdschriften op de tafel. De receptioniste en echoscopisten.
Alles is hetzelfde, maar van binnen is alles anders.
Mijn lichaam is eindelijk weer van mij.

 

 

 

Kamp Kinderloos. Over vallen, opstaan en herkaderen

Ooit waren we met een hele groep.
We dansten van de ene mijlpaal naar de volgende. Samenwonen, trouwen, een huis kopen..
Iedereen had een eigen volgorde  en we troffen elkaar in Kamp Kinderloos.
Het kamp waar gefeest en gefantaseerd wordt. Waar we balanceren tussen ‘We zijn er nog niet aan toe’ en ‘Zullen we het toch proberen?’ Waar er heftig gespeculeerd wordt over wie de volgende zal zijn en of er een jongetje of meisje onderweg is.
Het kamp waar zwanger worden een roze wolk is en kinderloosheid een keuze.

Nog voor we onze basis hadden opgezet, vertrokken de eersten al naar het volgende kamp. We leefden mee, blij en opgewonden over hun toekomst. We zagen onze vrienden transformeren in vaders en moeders, met slapeloze nachten en onvoorwaardelijke liefde. Vertederd keken we naar de baby’s die hun leven zoveel intenser en rijker maakten.  We hoorden de verhalen over totaalrupturen, toeschietreflexen en tandjespoep.
Zij gingen ons voor als verkenners en wij zouden hen over niet al te lange tijd volgen. Tevreden keerden we terug naar Kamp Kinderloos.
Alles gebeurt op het juist moment, dat van ons was simpelweg nog niet gekomen.

In de jaren die volgen wordt het kamp leger en leger. Steeds meer mensen vertrekken naar de volgende fase.
Mr Simpelsap en ik doen verwoede pogingen om het kamp te verlaten, maar glibberen steeds weer terug naar de basis. Het lukt niet.
Roze wolken worden donderwolken en het zicht op de toekomst is mistig.
Waar koersen we op af?
Even verderop staat het leven in volle bloei.
Kamp Kindervreugd groeit. Twee kinderen, drie kinderen…  Het leven dendert voort en gezinnen blijven groeien. Kamp Kinderloos is een afgesloten hoofdstuk uit een ver verleden. Het is moeilijk om een herinnering die zo ver van je afstaat levend te houden.
En waarom zou je ook?

Ze komen weleens langs, de bewoners van Kamp Kindervreugd.
Dan verbazen ze zich over de eindeloze ochtenden waarin uitslapen meer regel is dan uitzondering. Vergapen zich aan de zeeën van vrije tijd en de spontane plannen die moeiteloos tot uitvoering gebracht kunnen worden.  Ze kijken elkaar aan, vol nostalgie en soms een tikje jaloers, om vervolgens tot de conclusie te komen dat Kamp Kindervreugd de plaats is waar ze nu horen.
En dan gaan ze weg.
Maar vaker zijn wij daar, dan zij hier. Want dat is nu eenmaal gemakkelijker.
We passen ons aan in taalgebruik en tempo, stappen in een structuur die niet de onze is en luisteren naar de stroom van anekdotes en nieuwe mijlpalen.
Dan kijken we elkaar aan, soms jaloers en vaak een beetje verdrietig, om vervolgens tot de conclusie te komen dat wij daar de bezoekers zijn.
En dan gaan we weg.

Het restant van Kamp Kinderloos splitst.
De kindervrijen vertrekken, trekken erop uit en vullen hun leven in naar eigen zin.
En wij? Kinderlozen met kinderwens?
Wij blijven.
Wanneer de wolken – grijs of roze-  optrekken, zien we ons leven in nieuw perspectief.
We hoeven de klassieke klim niet te maken om boven onszelf uit te stijgen. Wat maakt het uit wat onze volgende stap zal zijn?
Hier is nog zoveel te beleven!
We spelen, leren en ontdekken. Reizen naar buiten én naar binnen.
Genieten van de vrijheid, de flexibiliteit en de onbezorgdheid.  Eindelijk voel ik hoe heerlijk het is om alleen de zorg voor mezelf te hoeven dragen.
Natuurlijk is er storm en regen, zijn er donderwolken en mistbanken. Vaak mengen tranen van teleurstelling zich nog steeds met die van jaloezie. Maar ondanks alles, staan we hier.
Samen sterk, sterker dan ooit. We genieten van het uitzicht en van elkaar.
Onze kinderwens leeft… en wij eindelijk ook.

Stil op Simpelsap

Wat was het stil he?
De afgelopen maand reikte ik naar de sterren en viel bijna vaker dan ik kon opstaan. Geteisterd door onzekerheid stuiterde ik alle kanten op. Wat ik aan het doen was?

Ik begon aan mijn roman!Geïnspireerd door Bung Henry en Bung Josh besloot ik van 2017 hét jaar te maken waarop ik aan mijn roman zou beginnen. Ik schreef me in voor de specialisatie Romans en Korte verhalen schrijven en begon te brainstormen over Het Thema. Het was alsof ik de deur van de kelder wagenwijd had opengezet voor al mijn Monsters.
Als een parade trokken ze me aan me voorbij. Ze scandeerden hun angstaanjagende leuzen; “Je kan het toch niet!” “Wie zit er nou op een boek van jóu te wachten?” “Wat nou als het mislukt en je erachter komt dat je helemaal niet kunt schrijven?!”

Zitten en schrijven. Hoe moeilijk kan dat zijn? Héél moeilijk, leerde ik de afgelopen weken. Ik verschool me in de schaduw van Miss Perfectionist husselde mijn prioriteiten door elkaar en maakte me extra druk. Ik schreef personages en plannen, sleutelde eindeloos aan tijdlijnen en bedacht iedere keer een nieuw plot. Ik knutselde aan strakke kaders om mijn geestdrift in goede banen te leiden en ging onvermoeibaar de confrontatie aan met al mijn saboterende gedachten. Mijn inspiratie droogde sneller op dan een regenplas in de Sahara en de onzekerheid wervelde door me heen. Maar toch, als grote dromen de wereld in zijn geslingerd, zit er niets anders op dan ze na te jagen.
Dus daar ga ik weer… In de schemering van een nieuwe dag steek ik wat kaarsjes aan, zet ik mijn kopje thee en laat ik mijn vingers dwalen over het toetsenbord. Verschillende scenes vinden hun weg naar mijn beeldscherm en ik leer mijn personages steeds beter kennen. Het is niet alleen het loslaten van de letters op papier, maar ook het loslaten van onzekerheid, mijn drang tot plannen en mijn perfectionisme. Als mijn hart openstaat en mijn lichaam ontspannen is, komen de woorden vanzelf. Scenes sluipen in mijn hoofd, personages laten zich vangen en het verhaal rijgt zichzelf aaneen. Schrijven is weer genieten.

 

 

 

 

Liepde! Van geheim naar een enkeltje toekomst

Waar mijn hart vol van is, loopt mijn toetsenbord van over.
Meestal dan, want rond dit verhaal bleef het angstvallig stil.
Ik ben de afgelopen jaren zo’n zeven keer naar de theatershows van de Brothers Timisela geweest en toch kon ik de woorden niet vinden om mijn ervaring te delen.
Tot nu.

Ooit was ik in de Verkadefabriek en daar deelden twee broers Het Geheim. Ze vertelden over de Molukse geschiedenis; over het verraad, het verdriet en de ontkenning. Over het diepe verlangen om erkend te worden, om ruimte te krijgen en pijn om te zetten in kracht.
Zij vertelden het verhaal waar ik deel van uitmaak, maar me lang geleden aan had onttrokken.
Ik voelde me als Pinokkio; als ik naar de kerk zou gaan, me in zou zetten voor de RMS en zou precies leven volgens de adat zou ik veranderen in een Échte Molukker, die de titel met trots mocht dragen. Ik heb het geprobeerd, maar mijn missie mislukte en het sprookje was uit.

Het lukte me niet, want ik ben dat meisje van ‘buiten de (Molukse) wijk’.
Dat meisje dat in hoog tempo lange zinnen reeg van moeilijke woorden die ik pas één keer had gehoord. Dat meisje dat mensenmassa’s haatte, omdat ze dwars door mijn lichaam leken te gaan en hun emoties bij me achterlieten.
Ik ben dat meisje dat stiekem gluurde tijdens het bidden, vol verwondering keek naar de overgave op de gezichten van mijn familie, maar het zelf niet voelde omdat ik het niet helemaal eens ben met wat er wordt verteld.
Dat meisje dat niet wilde liegen, geen gelofte wilde afleggen waar ze zelf niet achterstond en daarom trouwde zonder dominee.
Ik ben dat meisje dat daadwerkelijk geloofde dat je tot de sterren kan reiken en nóg verder, maar zichzelf klein hield omdat ze niet beticht wilde worden van grootheidswaanzin.
Ik ben die vrouw die is gaan geloven in haar eigen kleinheid en haar grootse dromen keer op keer in slaap suste.
Maar als je dat maar vaak genoeg doet, komt er een dag dat ze nooit meer wakker worden.

Bung Henry en Bung Josh hebben me wakker geschud.
Ze vertellen verhalen over hoop en passie, over liefde en ambitie. Met onbevreesde hartstocht gaan zij de verbinding aan, laten zich júist kennen met overgave en plezier.  Ze spelen en ze groeien, maar blijven ondanks al hun succes groots in hun bescheidenheid.
In hun nieuwe theatershow ‘Een enkeltje toekomst’ zetten zij pijn om in kracht en herinneren zij mij aan het feit dat je nooit kunt hopen op een beter verleden, maar wel kunt investeren in een betere toekomst.
Dus dat is wat ik doe.  Niet langer als Pinokkio, als dat meisje van buiten de wijk met haar in slaap gesuste dromen, maar als mezelf.
De vrouw die leeft uit liefde, zinnen rijgt en reikt tot de sterren en verder.

Lieve Bung Henry & Bung Josh. Bedankt voor jullie licht. Want doordat jullie het laten schijnen, ontdekken mensen zoals ik hoe ze kunnen stralen.
Terimah kasih banyak. Liepde! X

Nieuwsgierig geworden naar de Brothers Timisela?
Check hun speellijst hier!

Rust is mijn recht – Lessen van de Endobitch

Ik wil door, altijd door.
Rust, plezier en geluk zijn allen te verdienen. Als ik maar goed genoeg mijn best doe.
Deze leugen is me zo lief dat ik iedere keer weer het zelfde liedje afspeel, als een kapotte grammofoonplaat of als een gebed zonder eind.
Het is alsof ik haar storm nodig heb om tot stilte gemaand te worden, om naar binnen te kunnen keren en te beseffen wat ik écht belangrijk vind in mijn leven.

“Je zegt zo vaak ja, als je nee bedoelt”. Een onbekende vrouw bracht opnieuw het inzicht wat maar niet wil beklijven. Iedere keer als ik ‘nee’ zeg tegen de ander, zeg ik ‘ja’ tegen mezelf.
Ja tegen rust, mezelf serieus nemen en erop vertrouwen dat ik na een pauze met frisse moed weer verder kan.
Ongemerkt schakel ik steeds naar standje “Nu of nooit” de verfijnde versnelling van standje overleven.  Er is geen tijd te verliezen, maar iedere minuut waarin ik mezelf dwing om vooruit te bewegen, te kiezen, door te gaan en te vechten is er één die ik nooit meer terugkrijg.

Ik veracht haar, die Endobitch. Ze zorgt voor krampen en tranen, voor teleurstelling en pijn.
Maar ook voor de noodzaak om het recht op te eisen wat me toekomt: rust.
Met zo’n hoofd als de mijne hoef ik haar ook niet te temmen.
Ik heb al genoeg aan mezelf.