Kleur bekennen

De kastdeur die ik al zolang verborgen probeer te houden, opent.
Woorden kriebelen aan de randen, vinden de kier in het kozijn en wiebelen tot het loskomt.
Langzaam vind het licht zich een weg naar binnen, de stofjes dansen in het zachte schijnsel.
Hier is het kerkhof van de woorden die ik heb weggedrukt.
Hier liggen de herinneringen begraven die ik nooit heb gewild.
Hier staan schuld en schaamte zij aan zij, verbroederd met taboe en teleurstelling blokkeren zij de deur, die ik afsluit met een lach en een knik.

Zij gaan dit ontkennen.
Zij willen het niet weten.
Zij kunnen het niet begrijpen.
Zij zullen me hierop afrekenen.

Als ik opendoe, zullen zij de ruimte bestormen en toe-eigenen.
Zal ook dit hoekje in mijn hoofd gebogen moeten worden, zodat het kan opgaan in de afgeronde som der delen die nog steeds na al die jaren in hun voordeel werkt. Dus ik lach lief en ik knik kort.
De deur blijft verborgen.

White gaze
White Supremacy
White fragility
White guilt

De woorden ontrafelen patronen die ik het liefste niet wil zien.
Het is te heftig, te wreed, te allesomvattend, te normaal.
Ik kijk niet weg, maar druk weg.

Doe niet zo gevoelig
Ach, je wéét toch wat ik bedoel?
Of je nou zwart, wit, geel, rood of pimpelpaars bent
Wij zijn allemaal mensen


Ik masseer de spanning zachtjes uit de zinnen, zodat mijn gezicht weer zacht en soepel word en ik weer lief kan lachen.
 De plooien weer even gladgestreken, de boosheid weer even uitgesteld.
Maar het knaagt aan me en vreet me op.
De gesplitste manier van denken.
Het trippelen op eierschalen om blauwe plekken op witte blazoenen te voorkomen.  
Het draaien en dansen in de dramadriehoek die deze giftige patronen blijft voeden, dienen en versterken.

Het ontkennen en aanvallen
Het gaslighten
Het entitlement
Het verdelen en het heersen

De woede en het onrecht borrelen, bereiken steeds nét niet hun kookpunt.
Het verdriet en de kwetsbaarheid die daaronder schuilen kan ik nog steeds niet aanraken.

Mijn deur is open. Op een kiertje, maar toch.
Ik veeg de stofvlokken van mijn kastdeur af, wrik aan het bordje aan de deur. ‘Coloured people only’
Het is tijd om open te breken.

Zelfzorg in een flesje

Als de druppel eindelijk mijn emmertje doet overlopen, gooi ik er gewoon even een stootkuur in.
Vroeg naar bed, extra vitaminen en gezond eten.
Ik stapel goede gewoontes in razend tempo als zandzakken langs de dijk in de hoop dat hij het zal houden.
Vaak kom ik met de schrik vrij. De schade blijft beperkt tot een bescheiden poeltje van bloed en zweet en het tranendal dat volgt is zo opgedweild.
Twee keer ging het écht mis.
De golven waren zo hoog als flatgebouwen, zwiepten mijn haastig opgestapelde gewoontes omver en zorgden voor kortsluiting in mijn hoofd. De vonken van mijn levenslust en passie sisten na terwijl de golven elkaar bleven opvolgen en ik misselijk van alle draaikolken mezelf liet meevoeren in een zoute stroom van tranen.
Er zat niet anders op dan te wachten tot de storm weer ging liggen, om vervolgens de brokstukken bij elkaar te rapen en opnieuw te beginnen met bouwen.

Zeven jaar geleden ging ik met pensioen.
Ik liet mijn reddingsbootje leeglopen, hing het aan de wilgen en besloot dat ik mijn eigen vuurtoren wilde zijn. Ik wilde stralen, mijn licht laten schijnen voor mezelf en voor anderen.
Steentje voor steentje begon ik te bouwen, maar nog steeds blaas ik mijn reddingsbootje nog veel te vaak nieuw leven in. 
Ik deel mijn aandacht en energie met anderen alsof ik kan putten uit een bron die nooit opdroogt. Rijkelijk schenk ik andermans harten en hoofden vol en bewaar de kliekjes voor mijn eigen kopje.
En als ik dan, uitgedroogd en uitgeput beteuterd naar de bodem van mijn kopje loer, wil ik dat iemand anders even voor me bijschenkt.
NU graag en met overgave alsjeblieft!
Als ik niet dan niet op mijn wenken bediend word, word ik boos en wrokkig.
Ga ik mopperen en mauwen, voel ik me zielig en alleen.
Maar wie heeft het hele serviesgoed van haar omgeving voorzien van Simpelsap, terwijl haar eigen kopje in de kast bleef staan?
AcaMina natuurlijk!

You can’t pour from an empty cup
Ik zie deze quote al jaren voorbij komen, maar afgelopen week, na een intensieve sessie beteuterd naar mijn eigen kopje kijken, viel het kwartje pas. Mijn eigen kop moet voorop, ik moet éérst voor mezelf zorgen! (Duh!)
Niet uit noodzaak, niet omdat de dijken bijna breken en er een stapel zandzakken tegenaan geklapt moeten worden, maar uit liefde voor mezelf en het leven.
Gewoon, omdat ik blij wordt van yoga in mijn pyjama, ochtendschrijven en kleurrijk eten. Dus dat ben ik weer gaan doen.  
Uit mijn bed op de yogamat rollen, daarna ochtendschrijven met een kopje thee en van elke maaltijd een kleurrijk feestje maken.
Zo word mijn leven weer simpel en sappig 😉
Ik heb meer energie, ben vrolijker en geniet van de kinderen op mijn werk en de mensen om me heen. Ik voel meer rust en vertrouwen om met aandacht de dingen te doen die ik belangrijk vind en zie hoe ogenschijnlijk toevallige gebeurtenissen zich vanzelf aan elkaar rijgen tot een rode draad die ik wil gaan volgen.
Om mijn inzichten te ankeren, maakte ik voor mezelf “Zelfzorg in een flesje. “
Een visuele reminder dat ik mijn eigen kop voorop mag zetten en dat de liefde voor mezelf als de oceaan is.

Self love is an ocean and your heart is a vessel.
Make it full, and any excess will spill over into the lives of the people you hold dear. But you must come first. – Beau Taplin

Benieuwd naar wat er precies in mijn zelfzorg in een flesje zit?
Check mijn Facebook of Instagram voor het recept.

Met mijn rug op tafel

Mijn vader noemde mij vroeger altijd zijn prinses.
Maar als ik eerlijk ben, behandel ik mezelf meestal als een bediende.
Druk druk druk, door door door…
Zo wordt een prinses natuurlijk nooit een koningin!
Vandaar dat ik mezelf deze week trakteerde op een koninklijke traktatie.

Ik maakte een afspraak bij Joke voor een massage bij mij thuis.

Mijn rug is een verlaten zolder.
De planken kraken, steunen onder hoge druk. De muren zijn gebobbeld en wie weet wat zich in de donkere hoekjes bevindt.
Mijn voorkant is plooibaar en open, ik glimlach en reik, werk en trek naar me toe.
Mijn achterkant is vast en vergroeid, maar die zie niemand toch?
Als ik op haar tafel lig, gaat de deur naar zolder piepend open.
Wat zal daar zijn?
Mijn aandacht is altijd naar voren gericht, ik heb geen tijd om te weten wat er achter mijn rug speelt. Haar handen doen een licht aan, wrijven weer wat warmte naar afgekoelde plekken. Openen een raam, laten een frisse wind door het trappenhuis waaien.
Ik ga meteen op onderzoek uit en schrik van mijn schatten.
Mijmer over hun herkomst, weifel of ze nog van waarde zijn.
Ik wil praten, overleggen, reflecteren, afwegen en opruimen.
Mijn hoofd begint te draaien, terwijl mijn lijf steeds zwaarder wordt.
Ik vind van alles en zij?
Zij vindt juist helemaal niets.

Ze vraagt me niet eens om te ontspannen.
In plaats daarvan schudt ze zachtjes mijn rechterarm.
Mijn arm die altijd in actie-stand staat.
met gebalde vuist om te protesteren,
met fladderende vingers over het toetsenbord of met drukke gebaren om daad bij woord te voegen.
Mijn arm die altijd klaar staat om te grijpen, te dragen en vast te leggen.
Haar zachte geschud voelt als een uitnodiging om neer te strijken waar ik me bevind.

Ik hoef haar niets uit te leggen.
Ik hoef haar niet eens te bekennen dat ik mezelf te vaak de rug heb toegekeerd om de ander in de ogen te willen kijken.
Zij leest mijn lijf en taalt niet naar de theorieën die ik eromheen heb gebreid.
Nooit heeft de stilte tussen mij en de onbekende ander zo warm en loom gevoeld.
‘Als ik iets voel, dan ga ik door, want er is altijd meer.’
Op kousenvoeten loopt ze om me heen en helpt me te ontvouwen.
Ze ontdekt de knopen in mijn spieren, dicht geweven als de patronen die ik draad voor draad aan het ontrafelen ben. Ik heb het op mijn heupen.
Ze grijpt het vast en speelt ermee.
Duwt zachtjes de vermoeidheid mijn wervels uit.
De prijs van mijn flexibiliteit ligt verstopt tussen mijn schouderbladen.
Wat draag je veel op je schouders zegt ze.
In haar stem geen oordeel of ongerustheid. Ze stelt alleen vast wat ze los kan maken.
‘Ja.’ Zeg ik.
En ik neem me voor nooit meer het licht op zolder uit te doen.

Wil je ook een fijne massage boeken bij Joke?
Klik dan
hier om contact met haar op te nemen.

Duwen of reiken?

Als ze ziet dat ik op mijn hurken zit, licht haar gezicht op. Mijn hart maakt een sprongetje als ze met een grote grijns binnen recordtempo op me afkruipt. Gillend van plezier grijpt ze mijn uitgestoken handen vast.
Ze trekt zich op, ze staat. Haar ogen worden groot en haar mond kan geen grotere glimlach aan. Ze recht haar rug, heft haar kin en kijkt me en begint te vertellen. Soms laat ze een van mijn handen los om haar verhaal te ondersteunen met grote handgebaren. Ik versta haar niet, maar begrijp wat ze bedoelt. We lachen.
Wanneer ze haar evenwicht lijkt te verliezen, grijpt haar handje in de mijne.

“Papa, iemand me duwt, moet ik dan écht terugduwen?”
Ik was vier jaar en de kleinste van de klas. Mijn vader probeerde me weerbaarder te maken en leerde me wat zelfverdedigingstrucs.
“Ja nona, als iemand je duwt moet je terugduwen.”
“Maar papa, wat lost dat dan op?”
“Je moet laten zien dat je niet bang bent.”
Ik ben nu 32.
De angst heeft opnieuw zijn kop opgestoken en ik vraag me weer af of ik moet terugduwen.

Deze week stemden mensen massaal op het ‘frisse tegengeluid’ van seksisme, racisme en anti semitisme. Oude wijn in luxe zakken wordt gretig aangenomen. Vol trots en enthousiasme klappen ze wanneer hun leider hen laat proeven van overwinning en hen beloftes voorschotelt met een sausje van nostalgisch facisme. Ik word er misselijk van.
Moet ik terugduwen?
Met mijn feministische visie, geradicaliseerde zelfliefde en simpelsappige ‘leef uit liefde’ leuzen?
Hoe blijf ik zoeken naar verbinding als de grenzen tussen ‘wij en zij’ en ‘jou en mij’ aangescherpt en verdedigt worden?
Hoe blijf ik in full colour in het leven staan als witte suprematie steeds meer de norm lijkt te worden?
Hoe leef ik uit liefde in tijden van angst?
Hoe kan ik in gesprek blijven met mensen die hun boodschap van de daken schreeuwen? Ik weet het niet.

Ik zit weer op mijn hurken. Haar gezicht licht op.
Mijn hart maakt een sprongetje als ze op me afkruipt.
Zonder twijfel open ik opnieuw mijn armen en strek mijn handen naar haar uit. Zonder twijfel grijpt zij ze vast.
Als ze staat, stralen we allebei.