De deur deel 2

Iedere eerste week van november krabt verdriet aan mijn deur, zachtjes maar beslist.
Als een koppige kater die binnengelaten wil worden na een wilde nacht op straat.
Ik wil niet opendoen.
Ik wil het niet weten.
Ik wil de jaren niet tellen.

Wie ben ik om verdriet te hebben?
Wie ben ik om jou te missen?
Ik voelde me schuldig om mijn tranen, beschaamd om mijn verdriet.
Wij zagen elkaar al jaren niet meer, maar toch hoor je bij mij.
Achteloos ging ik ervan uit dat onze wegen elkaar wel weer zouden kruisen, wij elkaar wel weer zouden zien. Jij moest de liefde van mijn leven nog keuren, ik wilde jouw nieuwe trots bewonderen en misschien zou ik zelfs durven instappen en een rondje met je rijden.
Maar dat alles was voor later, nu waren we druk met andere dingen.
En toen hield jouw later op.
Tolde mijn nu om haar as omdat ik niet kon bevatten dat jouw weg kon doodlopen zonder het mijne ooit nog te kruisen.

Weet je nog, vroeger op de fiets?
Jij bij mij achterop –jij was de enige jongen die dat mocht – en hoe je me altijd aanspoorde om sneller te fietsen?
Mijn tempo schoot jammerlijk tekort bij de snelheid van jou plannen.
Ruilen deden we niet, jij was te lui om te fietsen, ik te bang om bij jou achterop te zitten.

Ik kom niet meer in jouw straat.
Onze vriendin is verhuisd en begint een nieuw leven.
Ik ben nog steeds geen moeder, maar heb iedere dag acht kinderen.
In de wildebrassen en druktemakers zie ik een beetje van jou.
Voor hen is mijn hart een beetje zachter, mijn geduld een beetje meer.
Bij mij mogen zij wel achterop.

Vroeger was ik een jaar ouder dan jij.
Nu elf.
Het blijft soms echt niets aan zonder jou.

Zelfzorg in een flesje

Als de druppel eindelijk mijn emmertje doet overlopen, gooi ik er gewoon even een stootkuur in.
Vroeg naar bed, extra vitaminen en gezond eten.
Ik stapel goede gewoontes in razend tempo als zandzakken langs de dijk in de hoop dat hij het zal houden.
Vaak kom ik met de schrik vrij. De schade blijft beperkt tot een bescheiden poeltje van bloed en zweet en het tranendal dat volgt is zo opgedweild.
Twee keer ging het écht mis.
De golven waren zo hoog als flatgebouwen, zwiepten mijn haastig opgestapelde gewoontes omver en zorgden voor kortsluiting in mijn hoofd. De vonken van mijn levenslust en passie sisten na terwijl de golven elkaar bleven opvolgen en ik misselijk van alle draaikolken mezelf liet meevoeren in een zoute stroom van tranen.
Er zat niet anders op dan te wachten tot de storm weer ging liggen, om vervolgens de brokstukken bij elkaar te rapen en opnieuw te beginnen met bouwen.

Zeven jaar geleden ging ik met pensioen.
Ik liet mijn reddingsbootje leeglopen, hing het aan de wilgen en besloot dat ik mijn eigen vuurtoren wilde zijn. Ik wilde stralen, mijn licht laten schijnen voor mezelf en voor anderen.
Steentje voor steentje begon ik te bouwen, maar nog steeds blaas ik mijn reddingsbootje nog veel te vaak nieuw leven in. 
Ik deel mijn aandacht en energie met anderen alsof ik kan putten uit een bron die nooit opdroogt. Rijkelijk schenk ik andermans harten en hoofden vol en bewaar de kliekjes voor mijn eigen kopje.
En als ik dan, uitgedroogd en uitgeput beteuterd naar de bodem van mijn kopje loer, wil ik dat iemand anders even voor me bijschenkt.
NU graag en met overgave alsjeblieft!
Als ik niet dan niet op mijn wenken bediend word, word ik boos en wrokkig.
Ga ik mopperen en mauwen, voel ik me zielig en alleen.
Maar wie heeft het hele serviesgoed van haar omgeving voorzien van Simpelsap, terwijl haar eigen kopje in de kast bleef staan?
AcaMina natuurlijk!

You can’t pour from an empty cup
Ik zie deze quote al jaren voorbij komen, maar afgelopen week, na een intensieve sessie beteuterd naar mijn eigen kopje kijken, viel het kwartje pas. Mijn eigen kop moet voorop, ik moet éérst voor mezelf zorgen! (Duh!)
Niet uit noodzaak, niet omdat de dijken bijna breken en er een stapel zandzakken tegenaan geklapt moeten worden, maar uit liefde voor mezelf en het leven.
Gewoon, omdat ik blij wordt van yoga in mijn pyjama, ochtendschrijven en kleurrijk eten. Dus dat ben ik weer gaan doen.  
Uit mijn bed op de yogamat rollen, daarna ochtendschrijven met een kopje thee en van elke maaltijd een kleurrijk feestje maken.
Zo word mijn leven weer simpel en sappig 😉
Ik heb meer energie, ben vrolijker en geniet van de kinderen op mijn werk en de mensen om me heen. Ik voel meer rust en vertrouwen om met aandacht de dingen te doen die ik belangrijk vind en zie hoe ogenschijnlijk toevallige gebeurtenissen zich vanzelf aan elkaar rijgen tot een rode draad die ik wil gaan volgen.
Om mijn inzichten te ankeren, maakte ik voor mezelf “Zelfzorg in een flesje. “
Een visuele reminder dat ik mijn eigen kop voorop mag zetten en dat de liefde voor mezelf als de oceaan is.

Self love is an ocean and your heart is a vessel.
Make it full, and any excess will spill over into the lives of the people you hold dear. But you must come first. – Beau Taplin

Benieuwd naar wat er precies in mijn zelfzorg in een flesje zit?
Check mijn Facebook of Instagram voor het recept.

Fuck perfectie

Het stuk dat ze eigenlijk niet had willen posten las ik met kriebels in mijn buik. De scene die ze schetste speelde zich direct voor mijn ogen af en ik voelde de emoties van de hoofdpersoon als een treintje door het landschap van mijn lichaam rijden.
‘Misschien moeten we soms ‘slechte’ stukken van onszelf delen om nieuwe kanten van ons schrijverschap aan te boren.’ Zei ik tegen haar.
Ik schrijf dat soort dingen naar anderen of zeg het hardop, in de hoop dat ik beter naar mezelf ga luisteren.
Dus vandaag, van mij voor jou een stukje uit mijn NietZoSimpelSappige Schrijfarchief.
Fuck perfectie, laten we ‘slechte’ stukken delen, nieuwe kanten van aanboren en de weg ernaartoe met elkaar delen.
Dan wordt het vanzelf een Fabeltastische, Simpelsappige reis. 😉

Luxeverdriet

Tranen komen iedere maand
Ik hoop steeds dat ze van geluk zijn
Maar dat zijn ze nog steeds niet geworden  
Oefening baart kunst zeggen ze
Hoop doet leven zeggen ze

Het is luxeverdriet
Alleen weggelegd voor diegenen 
Die blijven hopen op leven
Die overblijven in het leven
Die niet langer over-leven
Maar weten waar leven over gaat

Het is luxeverdriet
Dat na het tellen van alle zegeningen
Blijft hangen als sluimerbewolking voor de zon
Gefilterde stralen kleuren alles wat matter
Maar geven nog steeds warmte en licht

Het is luxeverdriet
Hoe zwaar het ook voelt,
Ik koester het gewicht
Want iedere maand kunnen huilen om hetzelfde
Is een zegen op zichzelf


PS. Nieuwsgierig ‘het stuk’en de schrijfcollega die me inspireert?
Check hier de Facebookpagina van de Fabeltastische Rellie Telg.

Duwen of reiken?

Als ze ziet dat ik op mijn hurken zit, licht haar gezicht op. Mijn hart maakt een sprongetje als ze met een grote grijns binnen recordtempo op me afkruipt. Gillend van plezier grijpt ze mijn uitgestoken handen vast.
Ze trekt zich op, ze staat. Haar ogen worden groot en haar mond kan geen grotere glimlach aan. Ze recht haar rug, heft haar kin en kijkt me en begint te vertellen. Soms laat ze een van mijn handen los om haar verhaal te ondersteunen met grote handgebaren. Ik versta haar niet, maar begrijp wat ze bedoelt. We lachen.
Wanneer ze haar evenwicht lijkt te verliezen, grijpt haar handje in de mijne.

“Papa, iemand me duwt, moet ik dan écht terugduwen?”
Ik was vier jaar en de kleinste van de klas. Mijn vader probeerde me weerbaarder te maken en leerde me wat zelfverdedigingstrucs.
“Ja nona, als iemand je duwt moet je terugduwen.”
“Maar papa, wat lost dat dan op?”
“Je moet laten zien dat je niet bang bent.”
Ik ben nu 32.
De angst heeft opnieuw zijn kop opgestoken en ik vraag me weer af of ik moet terugduwen.

Deze week stemden mensen massaal op het ‘frisse tegengeluid’ van seksisme, racisme en anti semitisme. Oude wijn in luxe zakken wordt gretig aangenomen. Vol trots en enthousiasme klappen ze wanneer hun leider hen laat proeven van overwinning en hen beloftes voorschotelt met een sausje van nostalgisch facisme. Ik word er misselijk van.
Moet ik terugduwen?
Met mijn feministische visie, geradicaliseerde zelfliefde en simpelsappige ‘leef uit liefde’ leuzen?
Hoe blijf ik zoeken naar verbinding als de grenzen tussen ‘wij en zij’ en ‘jou en mij’ aangescherpt en verdedigt worden?
Hoe blijf ik in full colour in het leven staan als witte suprematie steeds meer de norm lijkt te worden?
Hoe leef ik uit liefde in tijden van angst?
Hoe kan ik in gesprek blijven met mensen die hun boodschap van de daken schreeuwen? Ik weet het niet.

Ik zit weer op mijn hurken. Haar gezicht licht op.
Mijn hart maakt een sprongetje als ze op me afkruipt.
Zonder twijfel open ik opnieuw mijn armen en strek mijn handen naar haar uit. Zonder twijfel grijpt zij ze vast.
Als ze staat, stralen we allebei.

Kinderloos Compleet

‘Hoeveel kinderen heb je?’
Ik sta bij het aanrecht en peil voorzichtig of de zorgvuldig gekolfde melk op de goede temperatuur is om aan haar baby te geven. Ik glimlach sneller dan ik mijn antwoord vind.
‘Helaas geen.’ Ze deinst een beetje terug, haar ogen worden groot.
‘Oh sorry, je bent zo goed met kinderen, ik ging er vanuit dat je ook moeder was.’
Mijn hart staat open om haar warme woorden te ontvangen.
Het ruwe randje van gemis voel ik bijna niet.
‘Dank je wel!’
De stilte die valt hangt wat ongemakkelijk tussen ons in.
‘Oh, ik weet zeker dat als het juiste moment er is..’
Ze zwijgt weer, draait wat heen en weer op de bank. Als ik naar hen toe kom lopen met de fles in mijn hand, strekt haar baby blij haar armpjes naar me uit. Ik schud glimlachend mijn hoofd en geef de fles aan haar moeder.
‘Volgens mij drink jij het lekkerst bij jouw mama op schoot schat.’
We kijken beiden hoe haar kind met beide handen het flesje vastgrijpt en begint te drinken.
Ik haal mijn schouders om en blijf even staan.
‘Dat juiste moment, wie weet! Tot die tijd heb ik jouw kindje en al haar vriendjes en vriendinnetjes hier om voor te zorgen.’
We kijken elkaar glimlachend aan en niet lang daarna verdwijnt ze met haar dochter door de deur naar buiten. Ik zet de schone vaat in de keukenkast, ruim het laatste speelgoed op en til de stoelen omhoog terwijl ik nadenk over haar woorden.
‘Als het juiste moment er is..’
Wat hebben we lang gewerkt naar het juiste moment. Vroeger, toen we nog dachten dat het leven maakbaar was en geluk was af te dwingen. We hadden een compleet plaatje in ons hoofd en wilde dat helemaal. We fantaseerden over de juiste leeftijd om een gezin te stichten, kochten een huis op de groei en ik paste mijn ambities aan op een baby uiteindelijk niet kwam.

Zij schrijft dat zij compleet is. De mama-blogger met drie dochters durft met zekerheid te zeggen dat ze niet voor een vierde kindje gaan, omdat hun gezin af is. Toch blijft het kriebelen. Ze bespreekt het met andere mama’s die zich ook ‘af’ voelen. Ze zijn blij dat hun kinderwens achter de rug is, dankbaar voor het complete gevoel, maar kijken met heimwee terug op de mooie mijlpalen van hun zwangerschappen en kraamtijd.  
En wij? Wanneer zijn wij dan af? Wanneer ben ik eindelijk compleet?
Mijn hart is blijven breken tot ik het openbrak. Alle plaatjes van compleetheid zijn langzaamaan vervangen door een diepe dankbaarheid voor wat er nu is.
De hoop, de vrees, het verdriet en de verheuging, ze zijn er allemaal.
Nog steeds.
Ik zie ze niet langer als solo artiest, maar als de complete band van verlangen die ze vormen om mijn wens. Soms klinken er liedjes van gemis, andere dagen liedjes van verlangen. Soms dans ik op het ritme van mijn vrijheid en soms overvalt een ballade van bedroefdheid me wanneer ik plots word geconfronteerd met mijn onvervulde wens. Het maakt niet meer uit. Muziek is muziek en ik dans, welke melodie er ook klinkt.

Waar ligt jouw rouw?

‘Waar ligt jouw rouw?’
Ze zit tegenover me op de witte stoel, de bronzen eyeliner omlijst haar sprankelende ogen.
Haar jonge ernst doet me denken aan Vlinder en verraadt dat ze het leven al op haar donkerst heeft gezien. Toch straalt ze nog steeds een mix van onschuld, levenslust en daadkracht uit, zoals ik die wel vaker zie bij jongere mensen.
Haar wijsheid ontroert me. De uitleg die ik telkens weer geef aan anderen, is bij haar overbodig.
‘Ik weet niet waar mijn rouw ligt. Soms ligt het in vroeger, omdat we al zoveel herinneringen hadden kunnen maken. Ik zie zwemdiploma’s, filmpjes van dansvoorstellingen en rouw over mijn leven als moeder dat maar niet begon.
Soms ligt het in het nu, omdat de wereld nu wit is en de mijne een beetje grijs.
Ik zie op social media foto’s van blije kinderen in de sneeuw. Hun rode wangen, natte handschoentjes en een scheve muts. Dan sneeuwt het bij mij een beetje rouw, want mijn kind is er niet om met hen mee te spelen.
En vaker dan ik wil, ligt rouw in later.
Want wie houdt me gezelschap als ik oud ben? Wie staat er aan mijn sterfbed en wie geeft mijn verhalen door?’

Ze knikt.
‘Ik ben ook iets verloren. Zijn komst zou van mij een zus maken, maar ik bleef enig kind.
Ik keek zo naar hem uit, maar hij is nooit gekomen. Hoe draag je iets als het nooit heeft bestaan?’

‘Ik draag mijn kind met een slinger van kleine verdrietjes in een doosje van groot gemis.
Mijn rouw is rauw en er is geen ontsnappen aan.
De groeven die ze achterlaat zijn diep, maar steeds vaker voel ik hoe ze mijn karakter polijst als een diamant. Zonder weerstand is er geen glans en ik leer van haar steeds opnieuw hoe ik kan stralen.
Ik leer hoe ik mijn verdrietjes kan laten overwaaien als regenwolken in een storm.
Mijn wangen worden nog steeds nat, maar blijven dat niet.
Ik leer het verlangen achter mijn gemis weer aan te raken en durf weer te voelen hoe blij ik word van de kinderen om me heen.
Ik leer te kijken voorbij mijn schaamte en mijn ogen niet af te wenden van wat ik zie.
Ik zie mijn hart vol opgepotte liefde dat bijna overloopt van verlangen om te zorgen met zachtheid.
Ik zie mijn diepe wens om weer te spelen, weer te ontdekken en bij te dragen aan het levensverhaal van anderen.
Ik zie mijn verlangen om te verbinden, te delen, om door te geven.
Ik zie het allemaal en het werd tijd om daar iets mee te doen.’
Haar ogen fonkelen me tegemoet.
Ik heb zin om haar hand te pakken, maar ze voelt al zo dichtbij dat dat niet nodig is.

‘Wat ben je dan gaan doen?’
‘Sinds deze week werk ik in de kinderopvang. Ik werk met baby’s, kleine kinderen en tieners.
Iedere werkdag omring ik mezelf met jonge mensen die aan het begin staan van hun eigen verhaal.
Iedere werkdag mag ik werken vanuit de zachtheid waar ik me zo op heb verheugd en mag ik verbinden, delen en doorgeven, zoals ik dat graag wil doen.
Mijn rouw draag ik in mijn hart. Ze breekt me niet langer op, maar open.
Ik heb nog niet gekregen wat ik wil, maar heb wel alles wat ik nodig heb.’

‘Soms is dat precies genoeg.’
Ik kijk haar na wanneer ze wegloopt en glimlach.
Je hoeft elkaar niet te kennen om elkaar te begrijpen.
Soms is één vraag al genoeg.

Brief aan mijn beste vriendin

Lieve vriendin,
Als puber leerde ik dat jij de beste persoon bent om vriendschap mee te sluiten. Dat vond ik een beetje gek, maar ik wilde het toch proberen.
Ik deed mijn best om je beter te leren kennen, deed leuke dingen met jou en keek naar je om. Ik kocht kleren voor je, we gingen samen sporten. We mijmerden, droomden en fantaseerden, bedachten het ideale plaatje waarin het grote geluk voor ons was weggelegd.
Je was prachtig, van binnen en van buiten. Je was slim en grappig, onhandig en lief, trouw en ook een beetje naïef. Je was precies goed zoals je was, maar dat zag ik niet.
Ik kraakte je af en wees je haarfijn op je pukkels, de haren op je bovenlip en de striae op je benen. Ik lachte je vaker uit dan toe, maakte meer verwijten dan complimenten en bespotte je keuzes.
Eerst deed ik het soms en zachtjes, maar later steeds vaker en luider.
Ik dwong je dingen te doen die je niet wilde, haalde je over om jezelf opzij te zetten voor schijnzekerheden en je behoeften te parkeren om te passen in het plaatje van de mensen om je heen.
Ik verkoos anderen boven jou, geloofde hun waarheid over jou zonder jou ook maar iets te vragen en liet je vaak  zitten om met hen mee te gaan.
Ik zou willen dat ik kon zeggen dat ik je vaak voorbijliep, maar de waarheid is dat ik je eigenlijk niet eens zag staan.
Voor anderen was ik loyaal, geduldig en zorgzaam, maar jij kon me steeds minder schelen. Tussen ons was allang geen vriendschap meer.
Ik rekte je grenzen op als rubberen elastiekjes en luisterde niet meer naar jou. Ik praatte na wat anderen tegen je zeiden en gooide er vaak nog eens een schepje bovenop. Ik vond je een overgevoelige aanstelster, een dikzak, een zwakkeling, een dommerik .

Sommige dagen wilde je je bed niet meer uit, andere dagen werkte je dwangmatig om toch aan mijn eisen te kunnen voldoen. Er waren momenten dat er kortsluiting ontstond in je hoofd en je je er oververmoeid bij neerlegde dat mijn dwangmatige dromen voor jou te hoog gegrepen waren.  In die noodsituaties draaide ik me plots naar je om, overlaadde je met zorg, lapte je op en hielp je overeind. Het werkte iedere keer.
Hoopvol strompelde je achter me aan terwijl ik andermans ambities achterna huppelde zonder nog naar je om te kijken.
Talloze keren twijfelde je. Of je het wel goed deed, of je het wel waard was. Of je genoeg bestaansrecht had en of je in de door mij stukgelopen dromen nog leven kon blazen..
Ik snap wel dat je je voor me afsloot en bij me wegliep. Ik begrijp wel dat je op zoek ging naar anderen, die wel goed voor je waren en dat je deed wat je kon om hun vriendschap te behouden. Dat je bakken met geld uitgaf aan trainingen, cursussen, workshops en coaching om de lat te kunnen raken die ik zo hoog voor je had neergelegd.

Het spijt me. Het spijt me echt ontzettend erg.
Ik had je nooit, nooit zo mogen behandelen als ik heb gedaan. Al die jaren twijfelde je of je goed genoeg was voor anderen, terwijl ik gewoon niet goed genoeg was voor jou. Ik weet dat je bang bent geworden om te vallen, niet omdat je twijfelt of je daarna nog op kunt staan – want we weten beiden dat je dat kan- maar omdat je bang bent dat ik  wederom de oorzaak zal zijn van die zoveelste val.
Ik heb je bekritiseerd, opgejaagd en afgestraft. Ik heb je gedreigd en geforceerd, bang gemaakt en weggestopt. Ik heb talloze keren geprobeerd om je licht te doven, omdat ik bang was dat je er anderen mee zou verblinden. Ik heb je genegeerd en klein gehouden en accepteerde het als iemand in mijn omgeving hetzelfde deed. Ik geloofde niet in je grootsheid, schoffeerde je gaven en duwde je talloze keren kopje onder in een flow die niet de jouwe is. Ik was een pestkop, een slavendrijver en een kreng.
Het spijt me.

Lieve Acamina,
Kun je me vergeven en mag ik nog een kans?
Ik wil voor je zorgen, naar je luisteren en je aanmoedigen. Ik wil je helpen je wensen uit te spreken en je grenzen te bewaken. Ik wil je niet meer laten vallen, maar ik wil er juist voor zorgen dat je struikelpas een huppeltje wordt, zodat je een beetje wijzer en sterker verder kan.
Al die tijd was je precies goed zoals je was en het is mijn eigen stomme schuld geweest dat ik dat niet heb gezien.
Ik weet dat ik fout ben geweest, maar wil het met je goedmaken.
Zullen we het weer proberen?

Liefs van je beste vriendin

Mijn eerste Simpelsappige Nieuwsbrief!

Lieve Simpelsap lezer,

Hier issie dan: de allereerste nieuwsbrief!
Sit back en enjoy, want ik heb je van alles te vertellen.
In deze nieuwsbrief vertel ik je over mijn ondernemersdroom, waarom ik doe wat ik doe en hoe de vragenlijst die ik aan je heb voorgelegd daarin gaat helpen. Ook maak ik natuurlijk de winnaar van het POWERportret bekend en geef ik je een kijkje ‘achter de schermen’ en vertel ik je wat er nog komen gaat.

I have a dream..
…en een autoriteitsprobleem. ?
Ik wil namelijk zélf bepalen. Wat ik doe en wanneer, waarom en voor wie.
Ik hou van de vrijheid om mijn eigen leven vorm te geven en te werken met de mensen die ík uitkies, op mijn voorwaarden.
Toch kwam het lange tijd niet in me op om te gaan ondernemen.
Groter dan mijn verlangen om alles zelf te bepalen en mijn ‘autoriteitsprobleem’ waren de faalangst en de angst om tekort te komen.
Dus ik verzon smoesjes voor mezelf om maar niet toe te hoeven geven dat ik niet gelukkig was in loondienst. Meer uitdaging, meer variatie, een andere branche, een ander niveau, solistischer of juist meer in teamverband, een nieuwe training, cursus of opleiding..
Ik heb het allemaal geprobeerd, maar het liep op niets uit.
I’ve learned the hard way: vele baantjes, een burn out en een zware overspannenheid later, ben ik eindelijk bereid om mijn grote droom in de ogen te kijken en me ermee te verbinden:
Ik wil 100% ondernemer zijn en daar ga ik voor!

Een Simpelsappige transformatie
Met Simpelsap creëerde ik een online speeltuin waarin ik na lange tijd stilte weer kon stoeien met woorden, zinnen en verhalen. Aangemoedigd door mijn omgeving liet ik me steeds meer zien als blogger en schrijver. Ik benoemde het in gesprekken met anderen, deelde mijn blogs op social media en schreef als vrijwilliger voor andere websites om mijn schrijfskills te verbeteren.
Al gauw kreeg ik de vraag of ik ook betaalde opdrachten aannam en zo heb ik de afgelopen jaren speeches, artikelen, webteksten en brieven  geschreven.
Het kan dus echt! Geld verdienen door iets te doen waar ik van houd, op mijn eigen manier.

Simpelsap heeft mijn zelfvertrouwen laten groeien, evenals mijn ambities en mijn dromen.
Ik wil ondernemer zijn en weet nu ook wáárom: ik wil graag werken vanuit verbinding, met mezelf en met de wereld om me heen.
Door mijn persoonlijke verhalen over onder andere endometriose, kinderloosheid en gebeurtenissen uit het verleden te delen, leerde ik er op een andere manier naar te kijken. Het voelde kwetsbaar en eng om me uit te spreken over deze thema’s en ik had niet gedacht dat ik er zoveel respons op zou krijgen.
Feedback, tips, complimenten of gewoon een blijk van herkenning ten opzichte van een van mijn blogs; ik vind de verbinding met jou als Simpelsap lezer heel bijzonder!
En dat is ook wat ik met mijn nieuwe bedrijf voor anderen wil betekenen: Ik wil graag meer verbinding creëren in de wereld. Tja, gewoon groot denken en klein beginnen toch?
Ik wil mensen helpen met het vinden van hun eigen weg in verbinding, met zichzelf en met de wereld om hen heen.

Vraag en het wordt gegeven
Maar, hóe dan? Daar heb ik lang over nagedacht. Ik wil iets doen met rituelen, met persoonlijke ontwikkeling en met het schrijven. Ik wil graag iets concreets aanbieden, een product dat je écht kunt vasthouden en kunt gebruiken, maar wil ook diensten aanbieden die je verder helpen op weg naar verbinding. Genoeg ideeën, maar de uitwerking bleef lange tijd onduidelijk. Daarom deed ik beroep op jou met een vragenlijst.
Voor degenen die de lijst hebben ingevuld: superbedankt! Het was een flinke lijst en ik waardeer het enorm dat je alle vragen zo open en oprecht hebt ingevuld. Dank je wel voor je geduld en het vertrouwen in mij. Ik ga aan de slag met je antwoorden, want dankzij jou ben ik voorzien van een boel inspiratie, concrete tips en bouwstenen.
Zoals beloofd, verloot ik onder alle deelnemers een POWER portret.
De winnaar is: YMKE LIJTEN!

Lieve Ymke,
Dank je wel voor je hulp bij de vragenlijst.
Ik neem deze week contact met je op om een afspraak te plannen!

Nou, dit was em dan. Mijn allereerste nieuwsbrief.
Ik hoop dat je hem met plezier gelezen hebt. Wil je de nieuwsbrief voortaan direct in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in via het inschrijfformulier rechtsonder op de website.

De komende maand ga ik aan de slag met de verdere verwerking van de vragenlijst.
Wist je dat ik al een paar producten en diensten heb bedacht? Voor een van de producten wordt nu, ‘as we speak’  een proto type ontwikkeld. Ik hoop dat ik het merk en het idee snel kan vastleggen, zodat ik eindelijk met je kan delen wat het precies is.
Ook werk ik samen met een grafisch vormgever en een websitebouwer om mijn bedrijfswebsite goed neer te zetten. Genoeg te doen dus de komende maand.
Keep you posted!

Liefs,

Aca
Simpelsap

PS. Heb je  mijn eerste – very awkward- Facebook LIVE al gezien?
Check em hier!

 

Simpelsaps schrijfsels: Van Meisje naar Vrouw

Sinds vorig jaar maak ik deel uit van de Poetry Circle, een groep schrijvers die hun woorden delen door te rappen, te zingen en te spreken.  Onder Simpelsaps Schrijfsels kun je proeven van de teksten die ik daarvoor schrijf.

Ik ben een meisje
Met kanten sokken en lintjes in mijn haren. Met liefde voor glitters en voor alles wat blinkt. Ik hou van mijn baljurk en ik ben de prinses. Mijn vader is de prins, zijn prinselijke pak hangt in de kast. Mensen vinden mij lief, schattig en soms heel bazig.
Maar dat geeft niets, want dat zijn prinsessen ook.

Ik ben een meisje en in mij woont een vrouw

Mijn vader is de prins, maar kan de vrouw in mij niet redden.
Ik moet weten wat ‘ongewenste intimiteiten’ zijn en ik moet mijn ‘grenzen’ aangeven.
Ik moet nadenken over wat ik zeg, wat ik doe, hoe ik me kleedt en hoe ik me beweeg.
Ik moet leren dat ik er ‘niet om moet vragen’, maar ik weet niet wat de vraag is.

Ik ben een vrouw en in mij woont een meisje

Ik heb mezelf gered.
Ik weet wat ik wil, maar weet niet meer hoe ik er om moet vragen.
Een vrouw draagt make up en hakken. Danst in jurkjes en zwiert in rokken.
Een vrouw flaneert door de straten en laat harten sneller kloppen.
Een vrouw heeft heupen om te baren en kan mini-mensen maken.

Ik ben een vrouw
Ooit leerde ik me te gedragen, zodat ik niet een vrouw wordt die ‘erom vraagt.’
Nu vraag ik, ben ik een vrouw?
Ik loop met mijn ‘blote billen gezicht’, zonder foundation en mascara. Slof met sneakers, huppel met laarzen. Mijn heupen wiegen, maar hebben nog niet gebaard. Misschien gebeurd dat ook nooit.

Wanneer ben ik vrouw?

Is dat in de ogen van mijn man? Of wanneer de test eindelijk twee streepjes laat zien?
Is dat als ik een bikini body heb, me perfect weet te kleden of wanneer ik met strakke hand die eyeliner kan zetten?
Al die tijd was ik zo druk met er niet om vragen, dat ik deze vraag vergeten was.

Ik ben een meisje, ik ben een vrouw

Ik ga daten met mezelf en dansen als Beyoncé.
Ik ben de prinses in mijn eigen parade en de koningin van mijn gedachten. Welkom in mijn koninkrijk.

Vandaag vliegt vlinder uit

Het ruikt er naar gymspullen, broodjes kaas en kinderdromen.
Vandaag  klimt het rupsje uit haar cocon om haar vleugels uit te slaan.
Ze deed het al vaker. Beverig en zo onopvallend mogelijk, achter een schild van pas ontdekt sarcasme draafde ze haar dromen tegemoet.
Deze keer vliegt ze in de spotlights en iedereen mag haar zien.

Als zij op het podium verschijnt, schijnen de lampen speciaal voor haar.
Ze strekt haar benen en armen – ik verbaas me over de lengte-  ze schudt de spanning van zich af. Haar klasgenoten verdwijnen in haar schaduw, maar zij lijkt het niet te merken.
Ze zingt en danst met de onverschillige hartstocht die alleen pubers hebben. Haar bruine ogen stralen en wij stralen met haar mee.

Ik zie hoe ze zich steeds een beetje meer losmaakt, van het kleine zaaltje in haar kleine school. Haar lange lijf past niet meer in het kader en haar dromen zijn groter gegroeid dan de kinderen om haar heen.
‘Later als ik groot ben’, komt steeds sneller dichterbij.
Ze experimenteert met maskertjes en muurtjes om zich te wapenen tegen de wereld en tegen zichzelf.
Straks zal de chaos groeien, daar kan geen muur of masker tegenop.
Na de zomer gaat er een nieuwe wereld open, ontstaan er meer kleuren dan alleen zwart en wit.
Lieve vlinder, fladder er maar op los.
Ontdek tussen alle tinten grijs je eigen kleuren en stippel je eigen lijntjes uit.  Dan hoef je nooit bang te zijn dat je buiten andermans lijntjes kleurt.