Kinderloos Compleet

‘Hoeveel kinderen heb je?’
Ik sta bij het aanrecht en peil voorzichtig of de zorgvuldig gekolfde melk op de goede temperatuur is om aan haar baby te geven. Ik glimlach sneller dan ik mijn antwoord vind.
‘Helaas geen.’ Ze deinst een beetje terug, haar ogen worden groot.
‘Oh sorry, je bent zo goed met kinderen, ik ging er vanuit dat je ook moeder was.’
Mijn hart staat open om haar warme woorden te ontvangen.
Het ruwe randje van gemis voel ik bijna niet.
‘Dank je wel!’
De stilte die valt hangt wat ongemakkelijk tussen ons in.
‘Oh, ik weet zeker dat als het juiste moment er is..’
Ze zwijgt weer, draait wat heen en weer op de bank. Als ik naar hen toe kom lopen met de fles in mijn hand, strekt haar baby blij haar armpjes naar me uit. Ik schud glimlachend mijn hoofd en geef de fles aan haar moeder.
‘Volgens mij drink jij het lekkerst bij jouw mama op schoot schat.’
We kijken beiden hoe haar kind met beide handen het flesje vastgrijpt en begint te drinken.
Ik haal mijn schouders om en blijf even staan.
‘Dat juiste moment, wie weet! Tot die tijd heb ik jouw kindje en al haar vriendjes en vriendinnetjes hier om voor te zorgen.’
We kijken elkaar glimlachend aan en niet lang daarna verdwijnt ze met haar dochter door de deur naar buiten. Ik zet de schone vaat in de keukenkast, ruim het laatste speelgoed op en til de stoelen omhoog terwijl ik nadenk over haar woorden.
‘Als het juiste moment er is..’
Wat hebben we lang gewerkt naar het juiste moment. Vroeger, toen we nog dachten dat het leven maakbaar was en geluk was af te dwingen. We hadden een compleet plaatje in ons hoofd en wilde dat helemaal. We fantaseerden over de juiste leeftijd om een gezin te stichten, kochten een huis op de groei en ik paste mijn ambities aan op een baby uiteindelijk niet kwam.

Zij schrijft dat zij compleet is. De mama-blogger met drie dochters durft met zekerheid te zeggen dat ze niet voor een vierde kindje gaan, omdat hun gezin af is. Toch blijft het kriebelen. Ze bespreekt het met andere mama’s die zich ook ‘af’ voelen. Ze zijn blij dat hun kinderwens achter de rug is, dankbaar voor het complete gevoel, maar kijken met heimwee terug op de mooie mijlpalen van hun zwangerschappen en kraamtijd.  
En wij? Wanneer zijn wij dan af? Wanneer ben ik eindelijk compleet?
Mijn hart is blijven breken tot ik het openbrak. Alle plaatjes van compleetheid zijn langzaamaan vervangen door een diepe dankbaarheid voor wat er nu is.
De hoop, de vrees, het verdriet en de verheuging, ze zijn er allemaal.
Nog steeds.
Ik zie ze niet langer als solo artiest, maar als de complete band van verlangen die ze vormen om mijn wens. Soms klinken er liedjes van gemis, andere dagen liedjes van verlangen. Soms dans ik op het ritme van mijn vrijheid en soms overvalt een ballade van bedroefdheid me wanneer ik plots word geconfronteerd met mijn onvervulde wens. Het maakt niet meer uit. Muziek is muziek en ik dans, welke melodie er ook klinkt.

Zes smaken verdriet en leren zitten in de storm

‘Ikke uit! Ikke uit!’
Ze strekt haar korte armpjes uit, reikt naar het hekje dat zich een paar meter van ons vandaan bevindt. Tranen rollen over haar bolle wangetjes en ik fluister in haar haren.
‘Ik weet dat je verdrietig bent meisje, het is ook niet leuk om papa en mama gedag te zeggen he. Maar ze komen je vanavond weer halen. Beloofd.’
‘Ikke uihuiiittt… ikke uihuiiittt!’
Met haar mond vlakbij mijn oor begint ze nu nóg harder te huilen.
Volgens mij is het alarmfase rood nu.
Haar ogen staan verwilderd, rode strepen en vlekken kleuren haar gezicht.  Snot en tranen zijn overal en het haar gedraai in mijn armen neem toe. Haar beentjes spartelen en ik verstevig mijn grip zodat ze niet uit mijn armen kan vallen.
Mijn hartslag en haar gehuil doen een wedstrijdje om het hardst. Haar bibberlip haalt het niet bij mijn trillende vingers en de kriebels in mijn buik worden zenuwen.
Waarom houdt ze niet op met huilen? Wat moet ik doen?
Moet ik haar sussen, haar stevig vast blijven houden en wiegen? Moet ik haar afleiden, of juist negeren? Zal ik haar in bed stoppen zodat ze kan uitrusten van alle emotie? Of is ze nog niet klaar met huilen en zorgt isolatie alleen maar voor nieuw verdriet?
Als ik moeder was geweest, had ik misschien op mijn moederinstinct kunnen varen, maar nu voel ik me verloren op een zee van haar verdriet.
Moeders weten dit soort dingen, moeders kúnnen dit.
Ik ben geen moeder, ik ben pas begonnen met werken en ik weet het niet wat ik moet doen.
Mijn schreeuwende onzekerheid klinkt indringender dan haar aanhoudende gehuil.

Ik was vier en huilde hartverscheurend als mijn moeder me naar school bracht. Kusje, knuffel, zwaaien bij het raam, het was een ritueel dat lange tijd gepaard bleef gaan met tranen.
De juf was lief, tilde me op en troostte me, maar er was altijd een moment dat ze me weer neer moest zetten. De juf was mijn moeder niet.
Ik was zes toen ik leerde dat goed voorbeeld doet volgen. Mijn zusje werd geboren en ik werd rolmodel. ‘Niet huilen Aat, geef *ade het goede voorbeeld.’
Ik leerde hoe ik mijn bibberlip in de juiste positie moest plooien en mijn tranen kon wegslikken. Ik ben een voorbeeld.
Ik was achttien toen ik leerde dat kinderen zichzelf moeten leren troosten en voelde me betrapt omdat ik nog steeds niet wist hoe ik dat moest doen.
Ik kon mezelf sussen door te eten, mezelf af te leiden door te kijken naar alles waar ik in tekortschoot en mezelf negeren door me op mijn school of werk te storten.
Ik had niet geleerd om mezelf vast te houden en te wiegen en voelde niet hoe moe ik was van het dragen van al mijn opgepotte tranen.

Nu ben ik tweeëndertig en is er iedere maand verdriet.
Soms is het bozig verdriet.
Dan schreeuw en vloek ik, gooi ik met de deuren en veracht ik de oneerlijkheid van het leven.
Soms is het zwaar verdriet.
Dan word ik in het diepe gegooid en ga ik kopje onder in mijn tranen.
(Iedere keer ben ik verbaasd als ik weer boven kom drijven.)
Soms is het gulzig verdriet.
Dan vreet de pijn van nu me op en verslinden de zorgen voor later me meedogenloos.   
Soms is er stil verdriet.
Dan schieten alle woorden tekort en alleen blijft de herinnering aan iets dat zo mooi had kunnen zijn.
Soms is het eenzaam verdriet.
En soms is het zacht verdriet.
Dan drijft er een wolkje met tranen en gemis voorbij en voel ik hoe mijn hart na al het huilen weer zacht en warm wordt.

Het kleine meisje in mijn armen snikt nog steeds.
Ik weet niet met welk verdriet zij worstelt vandaag, maar we gaan er maar bij zitten. Met onze gezichten naar elkaar toe wachten we. We houden onszelf en elkaar vast, we wiegen. Ik neurie zachtjes.
Mijn onzekere gedachten verliezen steeds meer hitte en doven zachtjes uit.
Er komen weer wat pauzes tussen haar snikjes door.
Dan laat ze zich tegen me aan vallen, vlijt haar wang tegen mijn schouder en kijkt me aan.
Haar ogen glinsteren en langzaam breekt er een klein lachje door op haar gezicht. Ik lach terug.
De storm is weer voorbij.

*ade: jonger broertje of zusje

Waar ligt jouw rouw?

‘Waar ligt jouw rouw?’
Ze zit tegenover me op de witte stoel, de bronzen eyeliner omlijst haar sprankelende ogen.
Haar jonge ernst doet me denken aan Vlinder en verraadt dat ze het leven al op haar donkerst heeft gezien. Toch straalt ze nog steeds een mix van onschuld, levenslust en daadkracht uit, zoals ik die wel vaker zie bij jongere mensen.
Haar wijsheid ontroert me. De uitleg die ik telkens weer geef aan anderen, is bij haar overbodig.
‘Ik weet niet waar mijn rouw ligt. Soms ligt het in vroeger, omdat we al zoveel herinneringen hadden kunnen maken. Ik zie zwemdiploma’s, filmpjes van dansvoorstellingen en rouw over mijn leven als moeder dat maar niet begon.
Soms ligt het in het nu, omdat de wereld nu wit is en de mijne een beetje grijs.
Ik zie op social media foto’s van blije kinderen in de sneeuw. Hun rode wangen, natte handschoentjes en een scheve muts. Dan sneeuwt het bij mij een beetje rouw, want mijn kind is er niet om met hen mee te spelen.
En vaker dan ik wil, ligt rouw in later.
Want wie houdt me gezelschap als ik oud ben? Wie staat er aan mijn sterfbed en wie geeft mijn verhalen door?’

Ze knikt.
‘Ik ben ook iets verloren. Zijn komst zou van mij een zus maken, maar ik bleef enig kind.
Ik keek zo naar hem uit, maar hij is nooit gekomen. Hoe draag je iets als het nooit heeft bestaan?’

‘Ik draag mijn kind met een slinger van kleine verdrietjes in een doosje van groot gemis.
Mijn rouw is rauw en er is geen ontsnappen aan.
De groeven die ze achterlaat zijn diep, maar steeds vaker voel ik hoe ze mijn karakter polijst als een diamant. Zonder weerstand is er geen glans en ik leer van haar steeds opnieuw hoe ik kan stralen.
Ik leer hoe ik mijn verdrietjes kan laten overwaaien als regenwolken in een storm.
Mijn wangen worden nog steeds nat, maar blijven dat niet.
Ik leer het verlangen achter mijn gemis weer aan te raken en durf weer te voelen hoe blij ik word van de kinderen om me heen.
Ik leer te kijken voorbij mijn schaamte en mijn ogen niet af te wenden van wat ik zie.
Ik zie mijn hart vol opgepotte liefde dat bijna overloopt van verlangen om te zorgen met zachtheid.
Ik zie mijn diepe wens om weer te spelen, weer te ontdekken en bij te dragen aan het levensverhaal van anderen.
Ik zie mijn verlangen om te verbinden, te delen, om door te geven.
Ik zie het allemaal en het werd tijd om daar iets mee te doen.’
Haar ogen fonkelen me tegemoet.
Ik heb zin om haar hand te pakken, maar ze voelt al zo dichtbij dat dat niet nodig is.

‘Wat ben je dan gaan doen?’
‘Sinds deze week werk ik in de kinderopvang. Ik werk met baby’s, kleine kinderen en tieners.
Iedere werkdag omring ik mezelf met jonge mensen die aan het begin staan van hun eigen verhaal.
Iedere werkdag mag ik werken vanuit de zachtheid waar ik me zo op heb verheugd en mag ik verbinden, delen en doorgeven, zoals ik dat graag wil doen.
Mijn rouw draag ik in mijn hart. Ze breekt me niet langer op, maar open.
Ik heb nog niet gekregen wat ik wil, maar heb wel alles wat ik nodig heb.’

‘Soms is dat precies genoeg.’
Ik kijk haar na wanneer ze wegloopt en glimlach.
Je hoeft elkaar niet te kennen om elkaar te begrijpen.
Soms is één vraag al genoeg.

Wat ik écht van mijn artikel in de Telegraaf vind

“Aca Siwabessy wil niets liever dan moeder worden,
maar ze heeft de hoop op een baby opgegeven.”

Wow.
Afgelopen zaterdag, stond het écht onder mijn foto in de Telegraaf.
In die ene zin klopt alleen de spelling van mijn naam
(wat op zich best een prestatie is).
“In de krant van vandaag, wordt morgen de vis verpakt” – Las ik ooit in een interview.
Dus afgelopen zaterdag probeerde ik los te laten, tevreden te zijn met het artikel dat ‘in grote lijnen klopte’. Schreef ik dapper een poëtisch blogje over zielig, falend, hopeloos en kinderloos zijn. Maakte ik van een nood een deugd en maakte ik van het Telegraafartikel mijn minimonsterjacht.
Ik was trots op mijn transformatiekracht, maar stiekem bleef het knagen.

Want ik heb wél hoop.
Iedere Moederdag,
Iedere verjaardag,
Ieder kerstfeest,
Iedere jaarwisseling,
En iedere maand,
Want een nieuwe ronde, betekent een nieuwe kans.

Ook al heb inmiddels 82 ‘mislukte’ rondes achter me,
en word ik elk jaar een jaartje ouder.
Ook al heb ik een emmer vol hormoonspuiten ingeleverd,
en hebben we besloten dat een medisch traject niet bij ons past.
Ook al genieten we enorm met z’n tweeën,
en zijn we dankbaar voor iedere ervaring, iedere les en iedere herinnering
Ook al geeft deze fase ons meer dan dat het ons kost.
Ik heb wél hoop.

Ik deelde mijn verhaal omdat ik het belangrijk vind dat vrouwen net als ik een podium krijgen.
Vrouwen die voluit leven met een onvervulde kinderwens.
Vrouwen die blijven hopen, ondanks iedere teleurstelling.
Vrouwen die blijven opstaan, hoe vaak ze ook vallen.
Vrouwen die leven met hoop én vrees.
Genietend van het nu, met een beetje angst voor later.

Moeder worden is niet ‘het liefste wat ik wil’.
Het liefste wat ik wil is het leven accepteren zoals het is en er alles uithalen wat erin zit.
Het licht en het donker.
De wrijving en de glans.
De lessen en de ervaringen.
Het liefste wil ik het allemaal.

Sommige kranten willen korte kreten.
‘Hard en confronterend, want in het verhaal zit de nuance.’
Mijn verhaal is hard en confronterend op zichzelf en heeft geen nuance:

Ik ben Aca Siwabessy. Ik wil graag moeder worden, ondanks alles geef ik de hoop niet op.

Zielig, falen, hopeloos – Over eindjes, knopen en mijn rode draad

Zielig
Falen
Hopeloos

Ooit bewoog ik hemel en aarde om die woorden te ontwijken.
Vocht ik mezelf vooruit en duwde mijn slachtofferrol in het verdomhoekje.
– Ik doe niet aan zieligheid-
Van fouten maken kun je leren, maar ik wist beter

Falen is afgaan, afglijden naar kopje onder
Wie belooft me dat ik mijn hoofd dan weer boven water kan houden?
-Ik doe niet aan falen-
Ik beet me vast in hoop, want ik wilde blijven leven
Welk hart kan kloppen zonder verwachting?
– Ik doe niet aan hopeloosheid-

Woede was mijn drijfveer
Angst mijn groeivoer
Oordelen de staf waarmee ik het kaf van het koren scheidde
Zielig
Falen
Hopeloos
Konden zomaar de strak gestrikte sluitingen zijn van mijn eigen faalverhalen
– Ik doe niet aan losse eindjes-

De lat altijd hoog
De boog altijd strakgespannen
En door al dat zorgvuldig strikken
Was ik de rode draad kwijtgeraakt

Hoe kan ik het leven omarmen
Als ik mijn handen vol heb aan
De trots en de schaamte
De oordelen en de taboes
De regels en de verwachtingen?

Met bibberende benen en een bonkend hart
Peuterde ik mezelf los
Ontwarde ik de knoop van woede, angst en oordelen
Vond ik mijn draad weer terug

Zielig
geeft me de ruimte om voor mezelf te zorgen
Falen
het respect voor mijn eigen proces
Hopeloos
brengt me de lenigheid om mijn gezicht te draaien naar het licht,
Zodat de schaduw weer achter me valt

Zielig
Falen
Hopeloos
Eerst wees ik ze consequent af,
Nu ontdek ik ze allemaal

Haat zaaien of liefde oogsten

Ga voor die radicale zelfliefde, neem je eigen vriendschapsverzoek aan en face your monsters!
Als je me de afgelopen tijd  hebt gevolgd, weet je wat mijn missie is in het leven en hoe dat mijn werk als LifeStory Coach vormgeeft.
Ik deel inspiratie, inzichten en tips om jezelf en je verhalen te omarmen, je monsters te ontdekken en te leren wat ze je te bieden hebben. Ik ben anti taboe en schaamte,  pro- radicale zelfliefde en zelfacceptatie. Want als je vrede en liefde vindt in jezelf, verspreidt je die ook gemakkelijker in de wereld.
En een betere wereld… nou ja, je snapt waar ik heen wil.

Toch voel ik mij niet vredig en liefdevol de laatste week.
Eerder geprikkeld en onrustig.
Er is een discussie die onder mijn huid is gaan zitten, die voelt als nagels over een schoolbord.
Een discussie die ik iedere keer probeer te negeren, omdat het zoveel bij me oproept dat ik er overweldigd door raak.
Een discussie die ieder jaar weer terugkomt, steeds heftiger wordt en ervoor zorgt dat kennissen, collega’s, vrienden en familie lijnrecht tegenover elkaar komen te staan.
Een discussie die niet meer te negeren valt, omdat het niet vanzelf ophoudt.

De Zwarten Pieten Discussie.
There, I’ve said it.

Ik wilde eerst niets zeggen.
Omdat ik er niets mee te maken heb.
Het is niet mijn feest, het is niet mijn traditie, het is niet mijn cultuur.

Ik wilde eerst niets zeggen.
Omdat ik geen zin had in discussie, in gezeur en gedoe.

Ik wilde eerst niets zeggen.
Want als ondernemer wil ik een professional zijn en ik ben bang dat klanten of werkgevers me zullen afrekenen op wat ik vind.

Ik wilde eerst niets zeggen.
Omdat ik bang ben dat ik lijnrecht tegenover mensen kom te staan die ik liefheb en hen dingen zal horen zeggen waar mijn hart van breekt.

Ik wilde eerst niets zeggen.
Maar ik kan niet anders.

Ik geloof in leven uit liefde.
Ik geloof in vragen stellen en moeite doen om jezelf én de ander te begrijpen
Ik geloof in terugkomen op je standpunt,
omdat je niet kunt stellig kunt blijven staan als je vooruit wil in het leven.
Ik geloof in terugkijken en leren van het verleden,
Ik geloof in vergeven – niet vergeten-
maar in eren van ál je verhalen, zodat je van pijn power kan maken.
Ik geloof in verbondenheid met jezelf,
zodat je weet waarom de uitspraken of het gedrag van een ander je zo diep raken.
Ik geloof in verbondenheid met een ander,
zodat je nog steeds open kun staan tegenover iemand die het hartgrondig met je oneens is.
Ik geloof in blijven,
Ook al ben je emotioneel, ook al is een ander het niet met je eens.
Ik geloof in blijven,
Blijven praten,
Blijven proberen,
Blijven zoeken,
Naar een weg, naar een manier, naar een moment  dat ons met elkaar verbindt.

Liefde zaaien is hard werken.
Kritisch durven kijken naar jezelf
Liefdevol durven kijken naar je ander
Opstaan voor waar je in gelooft
Opkomen voor je idealen
En blijven proberen

Ik wil geen haat zaaien, maar liefde oogsten
Dus of jij voor of tegen Zwarte Piet bent
Of je zwijgt, praat of schreeuwt
Of je nou discussieert op Facebook, in de kantine of op een plein.
Gooit met eieren, bier of verwijten
Val me aan, val me af,  of val me bij
Dít is waar ik in geloof en ik laat mijn geloof niet vallen.

Alé rasa, beta rasa (Wat jij voelt, voel ik ook)

Je hoeft niet te kiezen
Tussen heel of half
Tussen bloed, zweet of tranen
Uiteindelijk krijg je ze allemaal
Hele oordelen en halve waarheden
Bloedspoed, angstzweet en tranen als toetje

Je hoeft niet te kiezen
Tussen spek of bonen
Tussen boter kaas of eieren
Als jij bent wat je eet
Waarom slik je dan zoveel van anderen?

Je hoeft niet te kiezen
Tussen wij en zij
Hier of daar
Tussen koude kikkers of hoopvolle heethoofden
Tussen regen of zonneschijn
Een regenboog ontstaat door ze allebei

Je hoeft niet te kiezen
Tussen vroeger en nu
Tussen aanvallen of verdedigen
Vast-laten of los-houden
Niet kiezen is ook kiezen
Waarom zou je knippen wat je kunt verbinden?
Afwijzen wat je kunt aankijken?
Wegduwen wat je kunt omarmen?
Vroeger is wat is geweest
Nu is wat je hebt
Wat wil je voor straks?
Jij mag kiezen!

 

 

PS. Heb je mijn E-book al in je mailbox ontvangen?
(Ik ben zo benieuwd wat je ervan vindt!)
Nog niets gehad?
Schrijf je in op mijn nieuwsbrief en dan stuur ik “AcaMina’s Simpelsappige Monsterjacht” naar je toe 🙂

Een nieuw leven

Ik wilde een nieuwe leven.
Twee harten in plaats van één, trappelende voetjes in mijn buik.
Ik wilde een nieuwe fase van korte nachten en grote dromen. Met nieuwe ogen naar de wereld kijken, alles opnieuw beleven voor de eerste keer.
Mijn kinderwens was lange tijd de motor van mijn bestaan.
Als klein meisje twijfelde ik aan alles, maar één ding wist ik zeker; later als ik groot ben, word ik moeder. Ik ging braaf naar school en haalde mijn diploma’s. Ik keek de kunst van het moederen af van mijn moeder en tantes en oefende op mijn zusje. Ik werd mantelzorger en leerde al vroeg dat liefhebben loslaten is. Ik leerde dat je geen mensen kunt helen als je eigen hart gebroken is en stortte mezelf volledig op het helen van mij. Ik las honderden zelfhulpboeken, ging in therapie en volgde allerlei trainingen en workshops. Ik groeide groter en hongerde naar meer.
Ik wilde zelfstandig en heel zijn, gediplomeerd en belezen. Ik wilde een stabiele, geweldige relatie met de liefde van mijn leven. Ik wilde een vast contract met een stabiel inkomen, een goede basis voor mijn baby.
Voor minder zou ik het niet doen.

En toen was het moment daar. Later voelde als nu en ik voelde me groot.
Ik had een stabiele, liefdevolle relatie met een geweldige man en we maakten plannen om te verhuizen naar echt ‘grotemensenhuis’.
We streken neer in een rustige groene buitenwijk, met voor een schooltje en achter een speeltuin. Tijdens het klussen hoorden we de kinderen spelen en als ik wachtte op het koken van mijn theewater, keek ik dromerig uit het keukenraam.
Nog even en dan zouden onze kindjes spelen op het veld dat meer mos was dan gras. De kamers naast onze slaapkamers stonden leeg, maar ademden blije toekomstdromen over kibbelende kinderen, ochtendspits en bergen vol wasgoed. Nog een paar jaar en dan zou ik de weg oversteken om onze kinderen naar school te brengen voordat ik naar mijn werk zou gaan.
Mijn werk. Een aantal jaren eerder struikelde ik over mijn monsters het donker tegemoet en besloot ik van carrière te veranderen. Ik bluste mijn idealen en koos voor stabiliteit, voorspelbaarheid, veiligheid en vastigheid. De vurige ambities van vroeger, maakten plaats voor rationele, verstandige keuzes voor later. Dit was de plek waar ik mijn basis kon vormen voor ons gezin. Dus ik bleef.

We droomden, we hoopten en probeerden. Tevergeefs.
Ik maakte kennis met de Endobitch  en moest leren leven met haar bestaan. We riepen hulptroepen in en het maken van een baby werd ineens een groepsproject.
We piekerden, werden teleurgesteld en wilden opgeven. We gingen door.
Alles komt goed, als je maar wil. Gewoon doorgaan en je best blijven doen.
Later als ik groot ben, word ik moeder. Nu het niet wilde lukken, voelde ik me kleiner dan ooit. Ik voelde me geknakt in mijn creatiekracht.
Waarom kan ik geen nieuw leven creëren?
Wat is er mis met mij?
Wat heb ik verkeerd gedaan?
Is dit een straf?
Mijn overtuiging van de maakbaarheid van het bestaan was het anker dat me op mijn plek hield en ervoor zorgde dat ik vol kon blijven houden. Het was een dierbare illusie waar ik maar geen afscheid van wilde nemen.
Toch heb ik het gedaan.

Ik liet los en kreeg een nieuw leven.
Met één wild kloppend hart en trappelende vlinders in mijn buik. Met kleine stapjes en grote dromen. Een nieuwe fase waarin radicale zelfliefde de motor is van mijn bestaan. Door te kijken vanuit liefde zijn mijn ogen weer als nieuw en zie ik alles opnieuw voor de eerste keer. Vol verwondering en verbazing. Iedere dag werk ik eraan om van mezelf te houden zoals ik ben – flaws and all- en leer mezelf toe te juichen tijdens iedere stap in mijn proces. Ik wil de vriendin voor mezelf zijn die ik verdien, omdat ik geloof dat vrede in jezelf leidt naar vrede om je heen. Ik stretch mijn comfortzone en onthoud dat de engste situaties de spannendste verhalen opleveren.
Ik heb afgerekend met schuld en schaamte en deel mijn verhalen, omdat ik geloof dat verhalen ons met onszelf en elkaar verbinden en kunnen helpen in heling en groei.
Mijn vrouw-zijn hoeft geen functie te hebben om waardig te zijn, ik bepaal de kaders van mijn bestaan en ik heb besloten dat ze net zo vloeiend mogen zijn als de stroom waarop ik me laat meevoeren in dit leven.

Ik kwam terug bij AcaMina en mijn creatiekracht is sterker dan ooit.
Simpelsap is waar ik mijn verhalen met je deel en AcaMina is de plek waar ik jou help met de jouwe. Als Lifestory Coach help ik je graag bij het vastleggen, verbouwen of vieren van je verhaal.
Als je je eigen beste vriend(in) kunt zijn en vanuit radicale zelfliefde jezelf kunt toejuichen, wordt de wereld vanzelf een vredigere plek.
Voor minder ga ik het niet doen.

Leven met een wens die ik dolgraag in vervulling zou zien gaan is soms een hele grote uitdaging.
Het is verdrietig, frustrerend en moeilijk. Soms voel ik me eenzaam en onbegrepen, worstel ik met gevoelens van jaloezie en bitterheid. Ondanks dat heb ik meer gekregen van mijn onvervulde kinderwens dan dat het me heeft gekost. Het heeft me bevrijd van de illusie van maakbaarheid en teruggebracht naar mijn eigen creatiekracht. Het heeft me gedwongen om mijn leven opnieuw vorm te geven en heeft me helpen beseffen dat ik alleen kan bijdragen aan de wereld als ik geloof in wie ik ben en wat ik kan.
Het heeft de relatie met mezelf en met Mr. Simpelsap verdiept en ervoor gezorgd dat we dichterbij elkaar zijn dan ooit.
Ongewenst kinderloos zijn is de meest verrijkende, bevrijdende ervaring in mijn leven, waar ik nog dagelijks de vruchten van pluk.
En daar maakt AcaMina graag Simpelsap van ?

PS. Nog 3 nachtjes slapen en dan komt mijn allereerste E-Book uit.
Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief en je krijgt jouw gratis exemplaar in je mailbox!

Op de schouders van reuzen

Ik stond op de schouders van reuzen
Klein gehouden, beklemd in de knop, met z’n allen over één kam
Hielden zij hun talenten verborgen als parels in oesters
Mijn reuzen woonden in het kamp van de dood en brachten het opnieuw tot leven

Trauma’s trokken als mist door het landschap,
Werden door hen met blote handen gevangen en neergelegd in de handen van God

Ik stond op de schouders van reuzen
Die altijd door bleven gaan en goochelden met strijdkracht en overgave
Zij praatten niet, maar bogen hun hoofd
En lieten hun daden spreken
Op de schouders van mijn reuzen
Ontdekte ik een hele nieuwe wereld
Vond ik de sterren terug die hun ogen waren verloren

Ik stond op de schouders van reuzen
En nu je weet waar ik stond
Zal ik je vertellen waar ik heenga
Ik ga door en ik ga diep
Net als mijn reuzen
Door het stof, door donkere dagen
Schaamteloos omdat ik weet dat liefde mijn pad verlicht
Ik goochel met strijdkracht en overgave
Maar ik laat zowel mijn woorden als daden spreken
Ik kan niet klein
Ik kan niet beklemd
Ik kan niet over één kam
Want ik stond op de schouders van reuzen
Die me vanaf het begin leerden hoe ik boven mezelf uit kon stijgen

Brief aan mijn beste vriendin

Lieve vriendin,
Als puber leerde ik dat jij de beste persoon bent om vriendschap mee te sluiten. Dat vond ik een beetje gek, maar ik wilde het toch proberen.
Ik deed mijn best om je beter te leren kennen, deed leuke dingen met jou en keek naar je om. Ik kocht kleren voor je, we gingen samen sporten. We mijmerden, droomden en fantaseerden, bedachten het ideale plaatje waarin het grote geluk voor ons was weggelegd.
Je was prachtig, van binnen en van buiten. Je was slim en grappig, onhandig en lief, trouw en ook een beetje naïef. Je was precies goed zoals je was, maar dat zag ik niet.
Ik kraakte je af en wees je haarfijn op je pukkels, de haren op je bovenlip en de striae op je benen. Ik lachte je vaker uit dan toe, maakte meer verwijten dan complimenten en bespotte je keuzes.
Eerst deed ik het soms en zachtjes, maar later steeds vaker en luider.
Ik dwong je dingen te doen die je niet wilde, haalde je over om jezelf opzij te zetten voor schijnzekerheden en je behoeften te parkeren om te passen in het plaatje van de mensen om je heen.
Ik verkoos anderen boven jou, geloofde hun waarheid over jou zonder jou ook maar iets te vragen en liet je vaak  zitten om met hen mee te gaan.
Ik zou willen dat ik kon zeggen dat ik je vaak voorbijliep, maar de waarheid is dat ik je eigenlijk niet eens zag staan.
Voor anderen was ik loyaal, geduldig en zorgzaam, maar jij kon me steeds minder schelen. Tussen ons was allang geen vriendschap meer.
Ik rekte je grenzen op als rubberen elastiekjes en luisterde niet meer naar jou. Ik praatte na wat anderen tegen je zeiden en gooide er vaak nog eens een schepje bovenop. Ik vond je een overgevoelige aanstelster, een dikzak, een zwakkeling, een dommerik .

Sommige dagen wilde je je bed niet meer uit, andere dagen werkte je dwangmatig om toch aan mijn eisen te kunnen voldoen. Er waren momenten dat er kortsluiting ontstond in je hoofd en je je er oververmoeid bij neerlegde dat mijn dwangmatige dromen voor jou te hoog gegrepen waren.  In die noodsituaties draaide ik me plots naar je om, overlaadde je met zorg, lapte je op en hielp je overeind. Het werkte iedere keer.
Hoopvol strompelde je achter me aan terwijl ik andermans ambities achterna huppelde zonder nog naar je om te kijken.
Talloze keren twijfelde je. Of je het wel goed deed, of je het wel waard was. Of je genoeg bestaansrecht had en of je in de door mij stukgelopen dromen nog leven kon blazen..
Ik snap wel dat je je voor me afsloot en bij me wegliep. Ik begrijp wel dat je op zoek ging naar anderen, die wel goed voor je waren en dat je deed wat je kon om hun vriendschap te behouden. Dat je bakken met geld uitgaf aan trainingen, cursussen, workshops en coaching om de lat te kunnen raken die ik zo hoog voor je had neergelegd.

Het spijt me. Het spijt me echt ontzettend erg.
Ik had je nooit, nooit zo mogen behandelen als ik heb gedaan. Al die jaren twijfelde je of je goed genoeg was voor anderen, terwijl ik gewoon niet goed genoeg was voor jou. Ik weet dat je bang bent geworden om te vallen, niet omdat je twijfelt of je daarna nog op kunt staan – want we weten beiden dat je dat kan- maar omdat je bang bent dat ik  wederom de oorzaak zal zijn van die zoveelste val.
Ik heb je bekritiseerd, opgejaagd en afgestraft. Ik heb je gedreigd en geforceerd, bang gemaakt en weggestopt. Ik heb talloze keren geprobeerd om je licht te doven, omdat ik bang was dat je er anderen mee zou verblinden. Ik heb je genegeerd en klein gehouden en accepteerde het als iemand in mijn omgeving hetzelfde deed. Ik geloofde niet in je grootsheid, schoffeerde je gaven en duwde je talloze keren kopje onder in een flow die niet de jouwe is. Ik was een pestkop, een slavendrijver en een kreng.
Het spijt me.

Lieve Acamina,
Kun je me vergeven en mag ik nog een kans?
Ik wil voor je zorgen, naar je luisteren en je aanmoedigen. Ik wil je helpen je wensen uit te spreken en je grenzen te bewaken. Ik wil je niet meer laten vallen, maar ik wil er juist voor zorgen dat je struikelpas een huppeltje wordt, zodat je een beetje wijzer en sterker verder kan.
Al die tijd was je precies goed zoals je was en het is mijn eigen stomme schuld geweest dat ik dat niet heb gezien.
Ik weet dat ik fout ben geweest, maar wil het met je goedmaken.
Zullen we het weer proberen?

Liefs van je beste vriendin