Kleur bekennen

De kastdeur die ik al zolang verborgen probeer te houden, opent.
Woorden kriebelen aan de randen, vinden de kier in het kozijn en wiebelen tot het loskomt.
Langzaam vind het licht zich een weg naar binnen, de stofjes dansen in het zachte schijnsel.
Hier is het kerkhof van de woorden die ik heb weggedrukt.
Hier liggen de herinneringen begraven die ik nooit heb gewild.
Hier staan schuld en schaamte zij aan zij, verbroederd met taboe en teleurstelling blokkeren zij de deur, die ik afsluit met een lach en een knik.

Zij gaan dit ontkennen.
Zij willen het niet weten.
Zij kunnen het niet begrijpen.
Zij zullen me hierop afrekenen.

Als ik opendoe, zullen zij de ruimte bestormen en toe-eigenen.
Zal ook dit hoekje in mijn hoofd gebogen moeten worden, zodat het kan opgaan in de afgeronde som der delen die nog steeds na al die jaren in hun voordeel werkt. Dus ik lach lief en ik knik kort.
De deur blijft verborgen.

White gaze
White Supremacy
White fragility
White guilt

De woorden ontrafelen patronen die ik het liefste niet wil zien.
Het is te heftig, te wreed, te allesomvattend, te normaal.
Ik kijk niet weg, maar druk weg.

Doe niet zo gevoelig
Ach, je wéét toch wat ik bedoel?
Of je nou zwart, wit, geel, rood of pimpelpaars bent
Wij zijn allemaal mensen


Ik masseer de spanning zachtjes uit de zinnen, zodat mijn gezicht weer zacht en soepel word en ik weer lief kan lachen.
 De plooien weer even gladgestreken, de boosheid weer even uitgesteld.
Maar het knaagt aan me en vreet me op.
De gesplitste manier van denken.
Het trippelen op eierschalen om blauwe plekken op witte blazoenen te voorkomen.  
Het draaien en dansen in de dramadriehoek die deze giftige patronen blijft voeden, dienen en versterken.

Het ontkennen en aanvallen
Het gaslighten
Het entitlement
Het verdelen en het heersen

De woede en het onrecht borrelen, bereiken steeds nét niet hun kookpunt.
Het verdriet en de kwetsbaarheid die daaronder schuilen kan ik nog steeds niet aanraken.

Mijn deur is open. Op een kiertje, maar toch.
Ik veeg de stofvlokken van mijn kastdeur af, wrik aan het bordje aan de deur. ‘Coloured people only’
Het is tijd om open te breken.

Zelfzorg in een flesje

Als de druppel eindelijk mijn emmertje doet overlopen, gooi ik er gewoon even een stootkuur in.
Vroeg naar bed, extra vitaminen en gezond eten.
Ik stapel goede gewoontes in razend tempo als zandzakken langs de dijk in de hoop dat hij het zal houden.
Vaak kom ik met de schrik vrij. De schade blijft beperkt tot een bescheiden poeltje van bloed en zweet en het tranendal dat volgt is zo opgedweild.
Twee keer ging het écht mis.
De golven waren zo hoog als flatgebouwen, zwiepten mijn haastig opgestapelde gewoontes omver en zorgden voor kortsluiting in mijn hoofd. De vonken van mijn levenslust en passie sisten na terwijl de golven elkaar bleven opvolgen en ik misselijk van alle draaikolken mezelf liet meevoeren in een zoute stroom van tranen.
Er zat niet anders op dan te wachten tot de storm weer ging liggen, om vervolgens de brokstukken bij elkaar te rapen en opnieuw te beginnen met bouwen.

Zeven jaar geleden ging ik met pensioen.
Ik liet mijn reddingsbootje leeglopen, hing het aan de wilgen en besloot dat ik mijn eigen vuurtoren wilde zijn. Ik wilde stralen, mijn licht laten schijnen voor mezelf en voor anderen.
Steentje voor steentje begon ik te bouwen, maar nog steeds blaas ik mijn reddingsbootje nog veel te vaak nieuw leven in. 
Ik deel mijn aandacht en energie met anderen alsof ik kan putten uit een bron die nooit opdroogt. Rijkelijk schenk ik andermans harten en hoofden vol en bewaar de kliekjes voor mijn eigen kopje.
En als ik dan, uitgedroogd en uitgeput beteuterd naar de bodem van mijn kopje loer, wil ik dat iemand anders even voor me bijschenkt.
NU graag en met overgave alsjeblieft!
Als ik niet dan niet op mijn wenken bediend word, word ik boos en wrokkig.
Ga ik mopperen en mauwen, voel ik me zielig en alleen.
Maar wie heeft het hele serviesgoed van haar omgeving voorzien van Simpelsap, terwijl haar eigen kopje in de kast bleef staan?
AcaMina natuurlijk!

You can’t pour from an empty cup
Ik zie deze quote al jaren voorbij komen, maar afgelopen week, na een intensieve sessie beteuterd naar mijn eigen kopje kijken, viel het kwartje pas. Mijn eigen kop moet voorop, ik moet éérst voor mezelf zorgen! (Duh!)
Niet uit noodzaak, niet omdat de dijken bijna breken en er een stapel zandzakken tegenaan geklapt moeten worden, maar uit liefde voor mezelf en het leven.
Gewoon, omdat ik blij wordt van yoga in mijn pyjama, ochtendschrijven en kleurrijk eten. Dus dat ben ik weer gaan doen.  
Uit mijn bed op de yogamat rollen, daarna ochtendschrijven met een kopje thee en van elke maaltijd een kleurrijk feestje maken.
Zo word mijn leven weer simpel en sappig 😉
Ik heb meer energie, ben vrolijker en geniet van de kinderen op mijn werk en de mensen om me heen. Ik voel meer rust en vertrouwen om met aandacht de dingen te doen die ik belangrijk vind en zie hoe ogenschijnlijk toevallige gebeurtenissen zich vanzelf aan elkaar rijgen tot een rode draad die ik wil gaan volgen.
Om mijn inzichten te ankeren, maakte ik voor mezelf “Zelfzorg in een flesje. “
Een visuele reminder dat ik mijn eigen kop voorop mag zetten en dat de liefde voor mezelf als de oceaan is.

Self love is an ocean and your heart is a vessel.
Make it full, and any excess will spill over into the lives of the people you hold dear. But you must come first. – Beau Taplin

Benieuwd naar wat er precies in mijn zelfzorg in een flesje zit?
Check mijn Facebook of Instagram voor het recept.

Fuck perfectie

Het stuk dat ze eigenlijk niet had willen posten las ik met kriebels in mijn buik. De scene die ze schetste speelde zich direct voor mijn ogen af en ik voelde de emoties van de hoofdpersoon als een treintje door het landschap van mijn lichaam rijden.
‘Misschien moeten we soms ‘slechte’ stukken van onszelf delen om nieuwe kanten van ons schrijverschap aan te boren.’ Zei ik tegen haar.
Ik schrijf dat soort dingen naar anderen of zeg het hardop, in de hoop dat ik beter naar mezelf ga luisteren.
Dus vandaag, van mij voor jou een stukje uit mijn NietZoSimpelSappige Schrijfarchief.
Fuck perfectie, laten we ‘slechte’ stukken delen, nieuwe kanten van aanboren en de weg ernaartoe met elkaar delen.
Dan wordt het vanzelf een Fabeltastische, Simpelsappige reis. 😉

Luxeverdriet

Tranen komen iedere maand
Ik hoop steeds dat ze van geluk zijn
Maar dat zijn ze nog steeds niet geworden  
Oefening baart kunst zeggen ze
Hoop doet leven zeggen ze

Het is luxeverdriet
Alleen weggelegd voor diegenen 
Die blijven hopen op leven
Die overblijven in het leven
Die niet langer over-leven
Maar weten waar leven over gaat

Het is luxeverdriet
Dat na het tellen van alle zegeningen
Blijft hangen als sluimerbewolking voor de zon
Gefilterde stralen kleuren alles wat matter
Maar geven nog steeds warmte en licht

Het is luxeverdriet
Hoe zwaar het ook voelt,
Ik koester het gewicht
Want iedere maand kunnen huilen om hetzelfde
Is een zegen op zichzelf


PS. Nieuwsgierig ‘het stuk’en de schrijfcollega die me inspireert?
Check hier de Facebookpagina van de Fabeltastische Rellie Telg.

Een Simpelsappig Experiment

Lieve Simpelsaplezer,
Vandaag geen Simpelsapje zoals je van me gewend bent, maar een nieuw Simpelsappig experiment!

‘Waar vind om je aan inspiratie? Waar gaat je blog precies over?
En hoe ben je op dit verhaal gekomen?’
Het zijn zomaar een paar vragen die ik van jullie heb gehoord naar aanleiding van mijn blogs. Zo kwam ik op een idee voor een nieuw Simpelsappig experiment.
In mijn nieuwe Facebookvlogserie ‘Het verhaal achter de blog’ vertel ik je
– je raadt het al- het verhaal achter de blog. Zo vertel ik je over de thema’s, het doel, de inspiratie van blog en geef antwoord op vragen die lezers ooit aan me hebben gesteld.

Ik vond het superleuk (maar ook echt awkward om te doen) en ben zo benieuwd wat je ervan vindt!
Check mijn vlog op de AcaMina’s Simpelsap Facebookpagina.

Amatooo!
Liefs van AcaMina
X

Met mijn rug op tafel

Mijn vader noemde mij vroeger altijd zijn prinses.
Maar als ik eerlijk ben, behandel ik mezelf meestal als een bediende.
Druk druk druk, door door door…
Zo wordt een prinses natuurlijk nooit een koningin!
Vandaar dat ik mezelf deze week trakteerde op een koninklijke traktatie.

Ik maakte een afspraak bij Joke voor een massage bij mij thuis.

Mijn rug is een verlaten zolder.
De planken kraken, steunen onder hoge druk. De muren zijn gebobbeld en wie weet wat zich in de donkere hoekjes bevindt.
Mijn voorkant is plooibaar en open, ik glimlach en reik, werk en trek naar me toe.
Mijn achterkant is vast en vergroeid, maar die zie niemand toch?
Als ik op haar tafel lig, gaat de deur naar zolder piepend open.
Wat zal daar zijn?
Mijn aandacht is altijd naar voren gericht, ik heb geen tijd om te weten wat er achter mijn rug speelt. Haar handen doen een licht aan, wrijven weer wat warmte naar afgekoelde plekken. Openen een raam, laten een frisse wind door het trappenhuis waaien.
Ik ga meteen op onderzoek uit en schrik van mijn schatten.
Mijmer over hun herkomst, weifel of ze nog van waarde zijn.
Ik wil praten, overleggen, reflecteren, afwegen en opruimen.
Mijn hoofd begint te draaien, terwijl mijn lijf steeds zwaarder wordt.
Ik vind van alles en zij?
Zij vindt juist helemaal niets.

Ze vraagt me niet eens om te ontspannen.
In plaats daarvan schudt ze zachtjes mijn rechterarm.
Mijn arm die altijd in actie-stand staat.
met gebalde vuist om te protesteren,
met fladderende vingers over het toetsenbord of met drukke gebaren om daad bij woord te voegen.
Mijn arm die altijd klaar staat om te grijpen, te dragen en vast te leggen.
Haar zachte geschud voelt als een uitnodiging om neer te strijken waar ik me bevind.

Ik hoef haar niets uit te leggen.
Ik hoef haar niet eens te bekennen dat ik mezelf te vaak de rug heb toegekeerd om de ander in de ogen te willen kijken.
Zij leest mijn lijf en taalt niet naar de theorieën die ik eromheen heb gebreid.
Nooit heeft de stilte tussen mij en de onbekende ander zo warm en loom gevoeld.
‘Als ik iets voel, dan ga ik door, want er is altijd meer.’
Op kousenvoeten loopt ze om me heen en helpt me te ontvouwen.
Ze ontdekt de knopen in mijn spieren, dicht geweven als de patronen die ik draad voor draad aan het ontrafelen ben. Ik heb het op mijn heupen.
Ze grijpt het vast en speelt ermee.
Duwt zachtjes de vermoeidheid mijn wervels uit.
De prijs van mijn flexibiliteit ligt verstopt tussen mijn schouderbladen.
Wat draag je veel op je schouders zegt ze.
In haar stem geen oordeel of ongerustheid. Ze stelt alleen vast wat ze los kan maken.
‘Ja.’ Zeg ik.
En ik neem me voor nooit meer het licht op zolder uit te doen.

Wil je ook een fijne massage boeken bij Joke?
Klik dan
hier om contact met haar op te nemen.

Rije rije rije in een wagentje… (En als je dan niet rije wil, dan draag ik je)

Het zwarte gevaarte staat gestald in de gang.
Tot nu toe heb ik het hardnekkig genegeerd.
Iedere keer dat ik er lang liep, dacht ik diep na over andere dingen, bekeek ik details in de hal of drukte ik weg wat er in me op dreigde te komen.
Ik durf niet.
Ze zeggen dat het maar een paar meter is naar de winkel – het enige wat ik NIET moet doen is door rood lopen
Ze zeggen dat de kinderen vastzitten, dat ik ze heus niet kwijtraak,
Ze zeggen dat er voor alles een eerste keer is, dat ik het heus wel kan, dat ik binnen een kwartier vast terug ben.
Ze kunnen zeggen wat ze willen, maar er is niets dat me geruststelt.
Ik ben te lomp, te onervaren, te nieuw.
Met mijn winterjas aan zie je mijn blauwe uniform niet.
De kinderen lijken niet eens op mij, maar toch ben ik bang.
Bang voor de vertederende blikken op de meisjes in de wagen.
Bang voor het glimlachje van herkenning in het voorbij gaan.
Bang voor het praatje dat kan komen.
Bang voor de vragen die ik niet kan beantwoorden.
Bang voor de reactie van de ander als ik door de mand val.
Bang want ik ben gewoon geen moeder, ik ben alleen maar aan het werk.

We gaan.
Met bibberbenen duw ik het zwarte gevaarte voor me uit, manoeuvreer me langs deuren en poortjes. Het sturen gaat soepeler, de wagen is minder zwaar. Alleen het gewicht op mijn schouders blijft hardnekkig doordrukken.
Als we op straat zijn, zie ik hun hoofdjes.
Een hoofdje met zachte zoutenpeper kleurige pijpenkrullen dat van links naar rechts draait. Een hoofdje met zwart steil haar dat achterover leunt en alles over zich heen laat komen.
Twee hoofdjes die rondkijken, observeren en leren. Die naar mij omhoog kijken om te kijken of ik heb gezien wat zij zagen. Vingertjes die wijzen, een hoge lach en een stemmetje dat mijn naam roept om te checken of ik er nog wel ben.
Ik ben alleen geen moeder, ik ben gewoon aan het werk.
Twee hoofdjes draaien op volle toeren en mijn hoofd staat eindelijk stil.

miMakkers in de mix met een Simpelsappig sausje

Het galmt hier.
De ruimte lijkt op een kleine feestzaal, met aan de kant geschoven stoelen en tafels, meubilair dat afgedekt is door grote kleden en een kale bar.
Ik voel me een beetje verloren als ik de stoelen heen en weer schuif totdat ik een fijne opstelling heb gevonden. Mijn zenuwen doen een dansje met de vlinders in mijn buik en ik ga nog even plassen.
De toiletbril heeft precies dezelfde rode kleur als mijn trouwjurk van vijf jaar geleden.
Een anker van liefde, gevonden op het toilet.
De klok slaat tien uur en één voor één komen ze binnen. Kletsend, lachend, elkaar hartelijk gedag kussend betreden ze de ruimte.
De vlinders in mijn buik maken nog een laatste salto en dan kan ik beginnen.
Met mijn allereerste Simpelsappige blogworkshop, speciaal voor Stichting miMakkus.

Zes uren lang word ik ondergedompeld in de wereld van miMakkus. Ik leer over ‘de rode neus’, ‘de juiste outfit’ en maak kennis met een rouwclown. Ik hoor over de opleidingen, de intervisies, de nascholingen, de passie, de worstelingen en de overwinningen.
Zet beelddenkers, improvisatietalenten en associatiekampioenen bij elkaar en er ontstaat een luidruchtig feest van herkenning, waar het gelach en geklets alleen verstommen als er schrijfoefeningen worden gedaan.
Ik kruip in de rol van kruidenvrouw en kriebel met mijn zelf gevulde kruidenrek laatjes van heel vroeger open. Zomaar zinspelend met hun zintuigen ontstaan moeiteloos de verhalen over mooie herinneringen aan toen.
Ik introduceer ‘Show don’t tell’ en word spontaan de jungle in geslingerd waar krijsende papegaaien het uiteindelijk aanleggen met dolgedraaide wc rollen.
Ik deel kaartjes uit waardoor emoties ter aarde storten en wanhoop zo hard bejubeld wordt dat ik dankbaar ben dat mijn blaas net zo sterk is als mijn verbeeldingskracht.
Anders waren niet alleen mijn wangen nat geweest…

‘Als je niet weet dat je gehaktballen ook in zonnebloemolie kan bakken, blijf je ze in boter braden.’ Zei een van de deelnemers op het begin van de dag. En zo is het maar net.
Vandaag deelde ik ingrediënten uit waardoor beelden, woorden en zinnen met een zelfgemaakt simpelsappige sausje in blogvorm gegoten kunnen worden.
De liefdevolle constructieve feedback die ik daarop heb gekregen heb ik met smaak verorberd!

mimakkus workshop 1
Lieve Nel, Myra, Astrid, Jaqueline, Kim, Coby, Jacoline, Petra, Gerja en Nanda dank jullie wel voor jullie enthousiasme, openheid, vertrouwen en plezier. Ik ben benieuwd naar alle mooie dingen die jullie nog gaan doen (en schrijven) en zie jullie graag een volgende keer!

 

 

Wil je meer weten over miMakkus?

Kijk dan op de site: https://mimakkus.nl/

Benieuwd geworden naar de blogs?
Volg miMakkus op Facebook: https://www.facebook.com/miMakkus/

 

Duwen of reiken?

Als ze ziet dat ik op mijn hurken zit, licht haar gezicht op. Mijn hart maakt een sprongetje als ze met een grote grijns binnen recordtempo op me afkruipt. Gillend van plezier grijpt ze mijn uitgestoken handen vast.
Ze trekt zich op, ze staat. Haar ogen worden groot en haar mond kan geen grotere glimlach aan. Ze recht haar rug, heft haar kin en kijkt me en begint te vertellen. Soms laat ze een van mijn handen los om haar verhaal te ondersteunen met grote handgebaren. Ik versta haar niet, maar begrijp wat ze bedoelt. We lachen.
Wanneer ze haar evenwicht lijkt te verliezen, grijpt haar handje in de mijne.

“Papa, iemand me duwt, moet ik dan écht terugduwen?”
Ik was vier jaar en de kleinste van de klas. Mijn vader probeerde me weerbaarder te maken en leerde me wat zelfverdedigingstrucs.
“Ja nona, als iemand je duwt moet je terugduwen.”
“Maar papa, wat lost dat dan op?”
“Je moet laten zien dat je niet bang bent.”
Ik ben nu 32.
De angst heeft opnieuw zijn kop opgestoken en ik vraag me weer af of ik moet terugduwen.

Deze week stemden mensen massaal op het ‘frisse tegengeluid’ van seksisme, racisme en anti semitisme. Oude wijn in luxe zakken wordt gretig aangenomen. Vol trots en enthousiasme klappen ze wanneer hun leider hen laat proeven van overwinning en hen beloftes voorschotelt met een sausje van nostalgisch facisme. Ik word er misselijk van.
Moet ik terugduwen?
Met mijn feministische visie, geradicaliseerde zelfliefde en simpelsappige ‘leef uit liefde’ leuzen?
Hoe blijf ik zoeken naar verbinding als de grenzen tussen ‘wij en zij’ en ‘jou en mij’ aangescherpt en verdedigt worden?
Hoe blijf ik in full colour in het leven staan als witte suprematie steeds meer de norm lijkt te worden?
Hoe leef ik uit liefde in tijden van angst?
Hoe kan ik in gesprek blijven met mensen die hun boodschap van de daken schreeuwen? Ik weet het niet.

Ik zit weer op mijn hurken. Haar gezicht licht op.
Mijn hart maakt een sprongetje als ze op me afkruipt.
Zonder twijfel open ik opnieuw mijn armen en strek mijn handen naar haar uit. Zonder twijfel grijpt zij ze vast.
Als ze staat, stralen we allebei.

Kinderloos Compleet

‘Hoeveel kinderen heb je?’
Ik sta bij het aanrecht en peil voorzichtig of de zorgvuldig gekolfde melk op de goede temperatuur is om aan haar baby te geven. Ik glimlach sneller dan ik mijn antwoord vind.
‘Helaas geen.’ Ze deinst een beetje terug, haar ogen worden groot.
‘Oh sorry, je bent zo goed met kinderen, ik ging er vanuit dat je ook moeder was.’
Mijn hart staat open om haar warme woorden te ontvangen.
Het ruwe randje van gemis voel ik bijna niet.
‘Dank je wel!’
De stilte die valt hangt wat ongemakkelijk tussen ons in.
‘Oh, ik weet zeker dat als het juiste moment er is..’
Ze zwijgt weer, draait wat heen en weer op de bank. Als ik naar hen toe kom lopen met de fles in mijn hand, strekt haar baby blij haar armpjes naar me uit. Ik schud glimlachend mijn hoofd en geef de fles aan haar moeder.
‘Volgens mij drink jij het lekkerst bij jouw mama op schoot schat.’
We kijken beiden hoe haar kind met beide handen het flesje vastgrijpt en begint te drinken.
Ik haal mijn schouders om en blijf even staan.
‘Dat juiste moment, wie weet! Tot die tijd heb ik jouw kindje en al haar vriendjes en vriendinnetjes hier om voor te zorgen.’
We kijken elkaar glimlachend aan en niet lang daarna verdwijnt ze met haar dochter door de deur naar buiten. Ik zet de schone vaat in de keukenkast, ruim het laatste speelgoed op en til de stoelen omhoog terwijl ik nadenk over haar woorden.
‘Als het juiste moment er is..’
Wat hebben we lang gewerkt naar het juiste moment. Vroeger, toen we nog dachten dat het leven maakbaar was en geluk was af te dwingen. We hadden een compleet plaatje in ons hoofd en wilde dat helemaal. We fantaseerden over de juiste leeftijd om een gezin te stichten, kochten een huis op de groei en ik paste mijn ambities aan op een baby uiteindelijk niet kwam.

Zij schrijft dat zij compleet is. De mama-blogger met drie dochters durft met zekerheid te zeggen dat ze niet voor een vierde kindje gaan, omdat hun gezin af is. Toch blijft het kriebelen. Ze bespreekt het met andere mama’s die zich ook ‘af’ voelen. Ze zijn blij dat hun kinderwens achter de rug is, dankbaar voor het complete gevoel, maar kijken met heimwee terug op de mooie mijlpalen van hun zwangerschappen en kraamtijd.  
En wij? Wanneer zijn wij dan af? Wanneer ben ik eindelijk compleet?
Mijn hart is blijven breken tot ik het openbrak. Alle plaatjes van compleetheid zijn langzaamaan vervangen door een diepe dankbaarheid voor wat er nu is.
De hoop, de vrees, het verdriet en de verheuging, ze zijn er allemaal.
Nog steeds.
Ik zie ze niet langer als solo artiest, maar als de complete band van verlangen die ze vormen om mijn wens. Soms klinken er liedjes van gemis, andere dagen liedjes van verlangen. Soms dans ik op het ritme van mijn vrijheid en soms overvalt een ballade van bedroefdheid me wanneer ik plots word geconfronteerd met mijn onvervulde wens. Het maakt niet meer uit. Muziek is muziek en ik dans, welke melodie er ook klinkt.

Zes smaken verdriet en leren zitten in de storm

‘Ikke uit! Ikke uit!’
Ze strekt haar korte armpjes uit, reikt naar het hekje dat zich een paar meter van ons vandaan bevindt. Tranen rollen over haar bolle wangetjes en ik fluister in haar haren.
‘Ik weet dat je verdrietig bent meisje, het is ook niet leuk om papa en mama gedag te zeggen he. Maar ze komen je vanavond weer halen. Beloofd.’
‘Ikke uihuiiittt… ikke uihuiiittt!’
Met haar mond vlakbij mijn oor begint ze nu nóg harder te huilen.
Volgens mij is het alarmfase rood nu.
Haar ogen staan verwilderd, rode strepen en vlekken kleuren haar gezicht.  Snot en tranen zijn overal en het haar gedraai in mijn armen neem toe. Haar beentjes spartelen en ik verstevig mijn grip zodat ze niet uit mijn armen kan vallen.
Mijn hartslag en haar gehuil doen een wedstrijdje om het hardst. Haar bibberlip haalt het niet bij mijn trillende vingers en de kriebels in mijn buik worden zenuwen.
Waarom houdt ze niet op met huilen? Wat moet ik doen?
Moet ik haar sussen, haar stevig vast blijven houden en wiegen? Moet ik haar afleiden, of juist negeren? Zal ik haar in bed stoppen zodat ze kan uitrusten van alle emotie? Of is ze nog niet klaar met huilen en zorgt isolatie alleen maar voor nieuw verdriet?
Als ik moeder was geweest, had ik misschien op mijn moederinstinct kunnen varen, maar nu voel ik me verloren op een zee van haar verdriet.
Moeders weten dit soort dingen, moeders kúnnen dit.
Ik ben geen moeder, ik ben pas begonnen met werken en ik weet het niet wat ik moet doen.
Mijn schreeuwende onzekerheid klinkt indringender dan haar aanhoudende gehuil.

Ik was vier en huilde hartverscheurend als mijn moeder me naar school bracht. Kusje, knuffel, zwaaien bij het raam, het was een ritueel dat lange tijd gepaard bleef gaan met tranen.
De juf was lief, tilde me op en troostte me, maar er was altijd een moment dat ze me weer neer moest zetten. De juf was mijn moeder niet.
Ik was zes toen ik leerde dat goed voorbeeld doet volgen. Mijn zusje werd geboren en ik werd rolmodel. ‘Niet huilen Aat, geef *ade het goede voorbeeld.’
Ik leerde hoe ik mijn bibberlip in de juiste positie moest plooien en mijn tranen kon wegslikken. Ik ben een voorbeeld.
Ik was achttien toen ik leerde dat kinderen zichzelf moeten leren troosten en voelde me betrapt omdat ik nog steeds niet wist hoe ik dat moest doen.
Ik kon mezelf sussen door te eten, mezelf af te leiden door te kijken naar alles waar ik in tekortschoot en mezelf negeren door me op mijn school of werk te storten.
Ik had niet geleerd om mezelf vast te houden en te wiegen en voelde niet hoe moe ik was van het dragen van al mijn opgepotte tranen.

Nu ben ik tweeëndertig en is er iedere maand verdriet.
Soms is het bozig verdriet.
Dan schreeuw en vloek ik, gooi ik met de deuren en veracht ik de oneerlijkheid van het leven.
Soms is het zwaar verdriet.
Dan word ik in het diepe gegooid en ga ik kopje onder in mijn tranen.
(Iedere keer ben ik verbaasd als ik weer boven kom drijven.)
Soms is het gulzig verdriet.
Dan vreet de pijn van nu me op en verslinden de zorgen voor later me meedogenloos.   
Soms is er stil verdriet.
Dan schieten alle woorden tekort en alleen blijft de herinnering aan iets dat zo mooi had kunnen zijn.
Soms is het eenzaam verdriet.
En soms is het zacht verdriet.
Dan drijft er een wolkje met tranen en gemis voorbij en voel ik hoe mijn hart na al het huilen weer zacht en warm wordt.

Het kleine meisje in mijn armen snikt nog steeds.
Ik weet niet met welk verdriet zij worstelt vandaag, maar we gaan er maar bij zitten. Met onze gezichten naar elkaar toe wachten we. We houden onszelf en elkaar vast, we wiegen. Ik neurie zachtjes.
Mijn onzekere gedachten verliezen steeds meer hitte en doven zachtjes uit.
Er komen weer wat pauzes tussen haar snikjes door.
Dan laat ze zich tegen me aan vallen, vlijt haar wang tegen mijn schouder en kijkt me aan.
Haar ogen glinsteren en langzaam breekt er een klein lachje door op haar gezicht. Ik lach terug.
De storm is weer voorbij.

*ade: jonger broertje of zusje